Competitiereglement KNLTB

KONINKLIJKE NEDERLANDSE LAWN TENNIS BOND

COMPETITIEREGLEMENT 2013

UITGAVE 2013

38e druk

Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond Postbus 1617

3800 BP Amersfoort

INHOUDSOPGAVE
Definities, algemene bepalingen en afkortingen 5
Competitiereglement 5
Definities en afkortingen 5
Aanduidingen in de marge 10
Bijlagen 10
Organisatie van de competitie 12
Soorten competities 12
Beslissingsbevoegdheden inzake de competities 12
Data, klassen en afdelingen, aantal partijen en spelers, promotie en degradatie,

landskampioenschap, aantal banen, begintijden, klassenvolgorde en telmethoden 12
Indeling van de ploegen 13
Wedstrijdschema 13
Competitieprogramma 14
Spelregels en rustperioden 15
Competitiegedelegeerde en arbitragefunctionarissen 15
Winnen, verliezen of gelijkspelen van een competitiewedstrijd 16
Winstpunten en opmaken van de competitiestand 16

11 Eerste en laatste plaats 16

Terugtrekking en uitsluiting van deelname 17
Onderlinge volgorde bij gelijk aantal winstpunten 17
Kampioen van Nederland, een regio of een district 18
Promotie en degradatie 18
Niet (uit)spelen van een competitiewedstrijd 18
Consul competitie 18
Verplichtingen van de verenigingen, de aanvoerders
en de ploegen 19
Inschrijving van competitieploegen en verplichting tot het hebben van een gecertificeerde

verenigingscompetitieleider (VCL) 19
Terugtrekking en uitsluiting competitieploegen 19
Eisen banen en accommodatie 20
Ballen 20
Arbitrage 21
Speeldatum 21
Aanvoerder 21
Begintijd en planning van een competitiewedstrijd 22
Spelen en afspelen van competitiepartijen 23
Onvoltalligheid, niet speelklaar zijn en niet opkomen 23
Wachten bij slechte weersomstandigheden 24
Terrein, banen en kunstlicht 25
Volgorde van de partijen 25
Uitwisseling van ploegopstelling en tonen ledenpas 26
Uitvallen van een speler 27
Wedstrijdformulier 27
Inzenden wedstrijduitslagen 28
Correct gedrag van spelers 28
Coachen 28
Reclame 29
Gerechtigd zijn om in een competitiewedstrijd te
spelen 30
Ledenpas en lidmaatschap 30
Overschrijvingsbepalingen 30
Niet-Nederlandse tennissers 30
Spelen voor meer verenigingen 31
Rolstoeltennissers 31
In een ploeg hebben gespeeld of geacht worden

te hebben gespeeld 31
Aantal malen dat in hogere ploeg mag worden

gespeeld 32
Aantal malen dat in een competitieweek mag worden gespeeld 32
Speelgerechtigdheid bij inhaalwedstrijden 32
Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap 32
Speelgerechtigdheid bij een beslissingswedstrijd 33
Gelijktijdigheid competitie en toernooien 33

14. Begeleiding juniorenploegen 33
Opstelling volgens sterkte van ploegen en van spelers 34
Puntentoekenning aan de spelers 34
Sterktevolgorde van ploegen 34
Opstelling binnen een ploeg 35
Ploegopstelling laatste twee speeldagen 35
Regio- en Districtscompetities 36
Deelname aan regio- en districtscompetities 36
Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap door de kampioenen van de

regio- en districtscompetities 36
Onderzoeken en protesten 37
Verzoek aan de CL om een onderzoek in te stellen 37
Het indienen van een protest bij de CL 37
Strafbepalingen 39
Straffen die de CL kan opleggen 39
Straffen die de CW kan opleggen 39
Berechting door de strafcommissie 40
Beroepsprocedures 41
Beroep bij de CW tegen uitspraak CL 41
Behandeling beroep door de CW 41
Uitspraken die de CW kan doen 41
In beroep gaan tegen uitspraak CW 42
Dispensatie en publicatie 43
Artikelen met dispensatie 43
Artikelen die publicatie vereisen 43
Slotbepalingen 45
Ingangsdatum van dit reglement 45
Wijziging van dit reglement 45
Bijlage A: Richtlijnen voor het spelen van partijen zonder scheidsrechter 46
Bijlage B: Correct gedrag van spelers 47
Bijlage C: Strafpuntensysteem (SPS) 49
Bijlage D: Kledingreclamecode 51
Bijlage E: Coachen 53
Bijlage F: Eisen tennisbanen 55
Bijlage G:Taken en bevoegdheden van een verenigingscompetitieleider (VCL) 57
Bijlage H: Systeem van variabele begintijden van wedstrijden
in de landelijke competitie 59

Bijlage I : Sanitaire onderbrekingen 61
Bijlage J: Maximum boetes specifieke overtredingen en verzuimen CR 62
Lijst van trefwoorden 63
HOOFDSTUK I Definities, algemene bepalingen en afkortingen
Competitiereglement

Dit reglement is genaamd: het Competitiereglement van de KNLTB.
De inhoud van dit reglement mag niet in strijd zijn met de Statuten, noch met het Algemeen Reglement (AR) van de KNLTB.
Volgens het gestelde in artikel 16 lid 6 van het AR wordt in het Eredivisiereglement alles vermeld wat betreft de organisatie van en de deelname aan de landelijke Eredivisie competitie.
Wanneer in dit reglement voor een persoon de mannelijke vorm van een zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, wordt tevens de vrouwelijke vorm hiervan bedoeld, tenzij uit de strekking van het artikel anders blijkt.
a. Waar dit reglement spreekt over Commissie Wedstrijdtennis (CW) wordt daaronder verstaan de Landelijke Commissie Wedstrijdtennis (LCW), de Regio Commissie Wedstrijdtennis (RCW) en de Districtscommissie Wedstrijdtennis (DCW).

Waar dit reglement spreekt over Competitieleider (CL) wordt daaronder verstaan de Landelijke Competitie Leider (LCL), de Regio Competitie Leider (RCL) en de Districts Competitie Leider (DCL).
Waar dit reglement spreekt over Werkgroep Arbitrage (WA) wordt daaronder verstaan de Landelijke Werkgroep Arbitrage (LWA), de Regio Werkgroep Arbitrage (RWA) en de Districtswerkgroep Arbitrage (DWA).
Definities en afkortingen

In dit reglement wordt, voor zover daarin niet uitdrukkelijk anders is bepaald, verstaan onder:

a. ITF: Internationale Tennis Federatie.

KNLTB: Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond.
Bond: KNLTB.
Statuten: de Statuten van de KNLTB.
Algemeen Reglement (AR): het Algemeen Reglement van de KNLTB.
Competitiereglement (CR): het reglement bedoeld in artikel 16 lid 4 van het AR.
Reglement voor de Tennisarbitrage (TAR): het reglement bedoeld in artikel 16 lid 7 van het AR.
Spelregels: de regels, vastgesteld door de ITF in de Engelse taal, volgens welke het tennisspel dient te worden gespeeld.
Tennisspelregels: de officiële door de KNLTB gepubliceerde vertaling van de door de ITF vastgestelde spelregels.
Tuchtreglement: het Reglement bedoeld in artikel 16 lid 11 van het AR.
a. Bondsbestuur: het bondsbestuur van de KNLTB.

Landelijke Commissie Wedstrijdtennis (LCW): een commissie ingesteld door het bondsbestuur, belast met de in artikel 17 van de Statuten bedoelde taken, voor zover deze betrekking hebben op competities, wedstrijden en toernooien.
Landelijke Competitieleider (LCL): de door het bondsbestuur benoemde functionaris, die onder verantwoordelijkheid van de LCW is belast met de uitvoering van de organisatie van de landelijke competitie en die ook de bevoegdheden heeft, genoemd in artikel II- 02, lid 4 en IV-03, lid 3.
Landelijke Werkgroep Arbitrage (LWA): een werkgroep van de LCW, belast met de in artikel 17 van de Statuten bedoelde taken, voor zover deze betrekking hebben op de arbitrage bij wedstrijden.
Strafcommissie: de commissie, bedoeld in artikel 15 lid 2 sub

van het AR.
Commissie van Beroep: de commissie, bedoeld in artikel 15 lid 2 sub b. van het AR.
Districtsbestuur: het bestuur, bedoeld in artikel 16 lid 5 van de Statuten.
Districts Commissie Wedstrijdtennis (DCW): een commissie ingesteld door het districtsbestuur en belast met de in artikel 17 van de Statuten bedoelde taken, voor zover deze betrekking hebben op competities , wedstrijden en toernooien.
Regio-/Districtscompetitieleider (RCL/DCL): de door een (aantal) districtsbestu(u)r(en) benoemde functionaris, die

onder verantwoordelijkheid van de commissie(s) Wedstrijdtennis van die regio c.q. dat district met de uitvoering van de organisatie van de regio-/districtscompetitie is belast.
Districts Werkgroep Arbitrage (DWA): een werkgroep van de commissie Wedstrijdtennis in het district, belast met de in artikel 17 van de Statuten bedoelde taken, voor zover deze betrekking hebben op de arbitrage bij wedstrijden.
a. Bondsjaar: de periode van één januari tot en met eenendertig december.

Bondsorgaan: het tijdschrift, bedoeld in artikel 1 van het Reglement Begripsbepalingen KNLTB.
Wedstrijdbulletin: een bulletin, dat mededelingen en aanvullende regelgeving bevat met betrekking tot de organisatie van competities en/of toernooien en dat jaarlijks uitgegeven wordt door de landelijke organisatie, de regio’s en/of de districten.
Bondskaarthouder: degene, die zonder lid van de KNLTB te zijn, mag deelnemen aan één of meer door de KNLTB goedgekeurde wedstrijden en die als zodanig door de KNLTB is ingeschreven.
Ledenpas: het jaarlijks door de KNLTB aan elk van zijn leden af te geven bewijs van lidmaatschap met daarop vermeld: het jaartal van het lopende bondsjaar, het bondsnummer, de naam, voorletters, geslacht en geboortedatum van de speler en zijn speelsterkte in het enkel- en dubbelspel.

De ledenpas is alleen geldig voor deelname aan competities indien ook het verenigingsnummer van de vereniging waarvoor die speler uitkomt erop vermeld staat en de pas is voorzien van een gelijkende pasfoto van de speler.
Wedstrijdformulier: het (elektronische) formulier waarop de door de LCW verlangde gegevens betreffende het resultaat van een competitiewedstrijd worden vermeld.
Junior: de speler die in het lopende bondsjaar 17 jaar wordt of jonger is.
Senior: de speler die in het lopende bondsjaar 18 jaar wordt of ouder is.
Veteraan: de senior die in het lopende bondsjaar 35 jaar wordt of ouder is.
a. Competities: de jaarlijks door de KNLTB georganiseerde wedstrijden voor ploegen van verenigingen en van

gevormde combinaties van verenigingen en andere combinaties, te onderscheiden in de landelijke competities en de regio- en districtscompetities.

De KNLTB competities omvatten de voorjaarscompetitie, de zomercompetitie, de najaarscompetitie, de indoorcompetitie en de winter outdoorcompetitie.

Competitiewedstrijd: een wedstrijd van de onder lid 4 sub a bedoelde competities, bestaande uit een aantal competitiepartijen.
Competitiepartij: een partij die deel uitmaakt van een competitiewedstrijd.
Competitieprogramma: het geheel van competitie-indeling en wedstrijden per speeldag voor een bepaalde competitie.
Competitiesoort: een jaarlijks door de KNLTB georganiseerde reeks van wedstrijden voor ploegen van verenigingen en/of combinaties van verenigingen op een bepaalde dag en/of tijdstip, met bepaalde competitiepartijen.
Klasse: sterkte-aanduiding binnen een competitiesoort.
Afdeling: een groep van een aantal aan de competitie deelnemende ploegen, uitkomend in een klasse.
Inhaalwedstrijd: competitiewedstrijd, die geheel of gedeeltelijk op een latere datum dan die van het competitieprogramma of het gewijzigde competitieprogramma wordt gespeeld.
Hogere klasse: een klasse, die in de jaarlijks door de LCW op te maken volgorde van afnemende sterkte, een hogere plaats inneemt.
Hogere ploeg in het geval van de gepubliceerde

klassenvolgorde (art.II-03, lid m): een ploeg van een vereniging, die een gemiddelde sterkte heeft die meer dan 0,5 punt minder is

dan de gemiddelde sterkte van een lagere ploeg van die vereniging.

Hogere ploeg in het geval van de sterktevolgorde van ploegen (art. V-02): een ploeg van dezelfde vereniging, die in dezelfde competitiesoort speelt, maar in een hogere klasse of in dezelfde klasse maar met een lager ploegnummer.
Klassenvolgorde: de jaarlijks door de LCW vast te stellen volgorde in klassen op basis van afnemende speelsterkte.
Scheidsrechter: degene, die een partij leidt, het toezicht heeft op de naleving van de spelregels, de stand afroept en de puntentelling bijhoudt.
Bondsscheidsrechter: scheidsrechter, die is benoemd tot bondsscheidsrechter volgens de regels vermeld in het Reglement voor de Tennisarbitrage.
Hoofdscheidsrechter: bondsscheidsrechter, die namens de CW

is belast met de algehele leiding van de arbitrage bij een bepaalde competitiewedstrijd.
Arbitragefunctionaris: de door de CW aangewezen functionaris, die belast is met de algehele leiding van een competitiewedstrijd en aan wie specifieke bevoegdheden kunnen worden toegekend.
Lijnrechter: degene die de scheidsrechter bij het leiden van een partij behulpzaam is.
Competitiegedelegeerde: de namens de CW aangewezen functionaris die belast is met de algehele leiding van een competitiewedstrijd en aan wie specifieke bevoegdheden kunnen worden toegekend.
Competitieconsul: de door of namens de LCW aangewezen functionaris die, als gevolmachtigd vertegenwoordiger van de competitieleider, is belast met het toezicht op de naleving van de regels uit het CR en de Wedstrijdbulletins.
a. Verenigingscompetitieleider (VCL): degene, die onder verantwoordelijkheid van het bestuur van zijn vereniging, belast is met de uitvoering van de organisatie van een

bepaalde competitie en in het bezit is van een geldig VCL- certificaat en de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

Aanvoerder: degene, die al dan niet zelf meespelend in een ploeg, de ploeg vertegenwoordigt tegenover de KNLTB en de tegenpartij en zich als zodanig kenbaar heeft gemaakt.
Ploegopstelling: opgave van de namen van de spelers,

die in een bepaalde competitiewedstrijd in de verschillende spelsoorten uitkomen, in volgorde van afnemende speelsterkte in die spelsoorten.
Speelsterkte: de tennisvaardigheid ingeschaald in een bandbreedte variërend van 1 tot en met 9. De toekenning wordt jaarlijks bepaald aan de hand van een speelsterktesysteem. Dit systeem wordt jaarlijks door de LCW vastgesteld en gepubliceerd in het Wedstrijdbulletin en op de website van de KNLTB.
e. Categorie 1-, 2-, 3-, 4-, 5-, 6-, 7-, 8-, 9-enkelspelspeler: degene, aan wie namens de LCW voor het enkelspel deze speelsterkteaanduiding is gegeven.

f. Categorie 1-, 2-, 3-, 4-, 5-, 6-, 7-, 8-, 9-dubbelspelspeler: degene, aan wie namens de LCW voor het dubbelspel deze speelsterkteaanduiding is gegeven.

 

a. Tennisbaan: het speelveld, zoals beschreven in regel 1 van de Tennisspelregels, alsmede de uitlopen achter de achterlijnen en naast de zijlijnen van het speelveld.
Speelvlak: het materiaal, waarvan de toplaag van een tennisbaan is vervaardigd.
Spelsoorten: meisjes-/damesenkelspel, jongens-/ herenenkelspel, meisjes-/damesdubbelspel, jongens-/herendubbelspel en gemengddubbelspel.
Competitieweek: de week van maandag tot en met zondag, waarin de door de CL vastgestelde datum van de competitiewedstrijd valt.
Tennisdomicilie: het domicilie dat een speler geacht wordt te hebben als gevolg van:

de plaats van vestiging van de vereniging, waarin hij voorjaarscompetitie speelt.

of, als (1) niet van toepassing is:
de plaats van vestiging van de vereniging, waarvan hij lid is.

of als (1) en (2) niet van toepassing zijn:
de gemeente, waarin hij woonachtig is.

In afwijking van het bepaalde onder (1) en (2) kunnen de betreffende districtsbesturen na onderling schriftelijk overleg een speler toestaan zijn domicilie te kiezen in de plaats waar hij woonachtig is. Indien hij geen voorjaarscompetitie speelt en van meer dan één vereniging lid is, dient hij zelf aan te geven welke vereniging bepalend is voor zijn tennisdomicilie.
Nederlandse tennisser: de speler met de Nederlandse nationaliteit, tenzij hij in overeenstemming met de bepalingen van de ITF een andere tennisnationaliteit heeft verkregen; alsmede de speler met een andere nationaliteit, maar die ten minste de laatste drie jaren daadwerkelijk in Nederland gevestigd is geweest en die met goedkeuring van het bondsbestuur de Nederlandse tennisnationaliteit heeft gekozen door het afleggen van een schriftelijke verklaring aan dat bestuur.
Competitiecombinatie: een met goedkeuring van het Bondsbestuur gevormde combinatie van verenigingen, met
als doel om met alle ploegen van deze verenigingen onder één gezamenlijke naam deel te nemen aan de competitie.
Aanduidingen in de marge

De aanduiding “D” in de marge naast een artikel of een onderdeel van een artikel betekent dat van het aldaar bepaalde dispensatie door de CL mogelijk is.
De aanduiding “P” in de marge naast een artikel of een onderdeel van een artikel betekent dat publicatie van de aldaar aangekondigde beslissing in het bondsorgaan dan wel in het Wedstrijdbulletin of op de website van de KNLTB dient te geschieden.
Wanneer de desbetreffende aanduiding ter hoogte van het nummer van het artikel is geplaatst, heeft de aanduiding betrekking op het gehele artikel.

Wanneer de desbetreffende aanduiding ter hoogte van een bepaald lid of een bepaalde alinea is geplaatst, heeft de aanduiding alleen betrekking op dat lid of die alinea van het artikel.
Bijlagen
De inhoud van deze bijlagen wordt vastgesteld door het bondsbestuur, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de overeenkomstige internationale regelgeving.

In Bijlage A zijn opgenomen de richtlijnen voor het spelen van partijen zonder scheidsrechter.
In Bijlage B is opgenomen wat onder correct gedrag wordt verstaan.
In Bijlage C is het strafpuntensysteem (SPS) opgenomen.
In Bijlage D is de kledingreclamecode opgenomen.
In Bijlage E is de regeling met betrekking tot coaching opgenomen.
In Bijlage F is opgenomen hoe het KNLTB-NOC*NSF keurmerk voor tennisbanen kan worden verkregen.
In Bijlage G is opgenomen wat de taken en bevoegdheden van een verenigingscompetitieleider (VCL) zijn.
In Bijlage H is het systeem van variabele begintijden van competitiewedstrijden opgenomen.
In Bijlage I is de regeling met betrekking tot sanitaire onderbrekingen opgenomen.
In Bijlage J is de regeling met betrekking tot maximum boetes specifieke overtredingen en verzuimen CR opgenomen.
HOOFDSTUK II Organisatie van de competitie
Soorten competities

P 1. De KNLTB organiseert jaarlijks verschillende soorten competities die in Wedstrijdbulletins en op de website van de KNLTB worden gepubliceerd.
2. Wanneer in dit reglement wordt gesproken over de competities, dan worden alle (soorten) competities bedoeld, georganiseerd door de landelijke organisatie, de regio’s en de districten, tenzij uit de strekking van het artikel anders blijkt.
Beslissingsbevoegdheden inzake de competities
Behoudens hetgeen krachtens het bepaalde in de Statuten (art.12, lid 1 sub c, d en h) tot de bevoegdheden van het bondsbestuur behoort, is uitsluitend de CW, ieder voor zijn eigen competitiegebied, tot het nemen van beslissingen bevoegd, tenzij dit reglement anders bepaalt.
Besluiten van de CW worden slechts genomen na overleg met de CL.
In gevallen die niet zijn geregeld in dit reglement beslist de CL.
In gebiedsoverschrijdende gevallen beslist de LCL.
P II-03 Data, klassen en afdelingen, aantal partijen en spelers, promotie en degradatie, landskampioenschap, aantal banen, begintijden, klassenvolgorde en telmethoden.
De CW bepaalt jaarlijks:

de uiterste inschrijfdatum voor een competitie;
de data van de competitie- en de inhaalwedstrijden en van de wedstrijden om het landskampioenschap;
de verschillende klassen in de betreffende competitie;
het aantal ploegen (bij voorkeur 8) per afdeling en het inschrijfgeld per ploeg;
het aantal partijen in de verschillende spelsoorten per competitiesoort per klasse;
welke en hoeveel partijen een speler mag spelen in een competitiewedstrijd (Wedstrijdbulletin);
de promotie- en degradatieregeling;
het minimum aantal buitenbanen waarover een vereniging op de competitiedag moet beschikken in verband met het aantal thuisspelende ploegen van die vereniging, rekening houdende met de verschillende klassen per competitiesoort waarin deze spelen;
welke regeling met betrekking tot het begintijdstip van een competitiewedstrijd geldt;
regels met betrekking tot het spelen van wedstrijden om het lands-, regio- en districtskampioenschap;
welke regeling geldt met betrekking tot telmethoden, conform de tennisspelregels 5, 6 en 7 en Bijlage IV van de Tennisspelregels, in de verschillende spelsoorten en per klasse;
voor elke klasse in elke competitiesoort het aantal nieuwe ballen, dat de ontvangende vereniging per wedstrijd ter beschikking moet stellen;
de klassenvolgorde;
de voorwaarden voor dispensatie om aan een bepaalde competitie te mogen meedoen;
voor welke klassen of competitiewedstrijden een competitie- gedelegeerde of arbitragefunctionaris wordt aangewezen.
II-04 Indeling van de ploegen

P 1. De CW bepaalt de verdeling van de voor een competitiesoort ingeschreven ploegen over de klassen en de afdelingen en maakt deze indeling uiterlijk drie weken voor het begin van de competitie bekend.
De indeling van de ploegen in de verschillende klassen geschiedt met inachtneming van de eindstanden en de promotie- en degradatieresultaten van het voorafgaande bondsjaar.
Een ploeg, die in het voorafgaande bondsjaar niet aan de betreffende competitie heeft deelgenomen, wordt ingedeeld in de laagste klasse.
De CW kan een ploeg in een hogere klasse indelen op basis van een door de vereniging ingediend gemotiveerd promotieverzoek of wanneer het aantal vrije plaatsen in een klasse het aantal promotieverzoeken overtreft. Op verzoek van een vereniging kan een ploeg ook in een lagere klasse worden ingedeeld.
Bij fusie of combinatie van twee of meer verenigingen behoudt de nieuwe vereniging of combinatie het recht te spelen in de klassen, waarin de oude verenigingen speelden. Bij splitsing van een vereniging in twee of meer nieuwe verenigingen of bij beëindiging van een competitiecombinatie beslist de CW over de indeling van de ploegen.
P 6. De CW heeft de bevoegdheid aanvullende regels op te stellen.
P II-05 Wedstrijdschema
De CW stelt het schema vast voor het spelen van competitiewedstrijden. In iedere afdeling speelt in beginsel elke ploeg tegen elke ander ploeg één wedstrijd, waarbij de aantallen uit- en thuiswedstrijden van die ploegen ten hoogste één verschillen.
De CW kan een afwijkend schema vaststellen voor bijzondere doelgroepen (bijvoorbeeld jonge jeugd of senioren plus).
Competitieprogramma

P 1. De CL is belast met de samenstelling van het (gewijzigde) competitieprogramma. Het gehele programma wordt uiterlijk veertien dagen voor het begin van de betreffende competitie op de website van de KNLTB bekendgemaakt.
Na deze bekendmaking kan de CL wijzigingen aanbrengen in het competitieprogramma. De mededeling omtrent een wijziging moet ten minste tweemaal vier en twintig uur voor het begin van de wedstrijd door de CL rechtstreeks aan de betrokken verenigingen zijn bekendgemaakt.

Competitiewedstrijden, inhaalwedstrijden, beslissingswedstrijden en wedstrijden om het landskampioenschap worden als regel op de vaste wedstrijddag gespeeld.

De CL kan deze wedstrijden op een andere dag of dagdeel vaststellen. Een dergelijke vaststelling geschiedt steeds na overleg tussen de betrokken Competitieleiders en met instemming van de betreffende verenigingen.

De CL kan hierbij regels stellen die afwijken van dit reglement, onder meer wat betreft het aantal banen dat beschikbaar moet zijn en de begintijd van de wedstrijd.
Indien een door de CL vastgestelde inhaalwedstrijd, kampioenswedstrijd of beslissingswedstrijd niet op de vastgestelde of overeengekomen tijd kan worden gespeeld op de banen van de ontvangende vereniging en de mogelijkheid bestaat om de wedstrijd af te werken op de banen van de bezoekende vereniging, dan zijn beide verenigingen verplicht daaraan mee te werken, op voorwaarde dat de beschikbare banen hetzelfde speelvlak hebben als die van de ontvangende vereniging. De weigering om mee te werken wordt beschouwd als “niet opkomen”.

Onder niet kunnen spelen wordt in dit verband verstaan:

het niet beschikbaar zijn van banen om organisatorische redenen;
het niet binnen een uur na de vastgestelde of overeengekomen tijd bespeelbaar zijn van ten minste één baan per thuisspelende ploeg;
het niet bespeelbaar zijn van een baan binnen een uur na een onderbreking van de wedstrijd wegens weersomstandigheden.
Wanneer een competitiewedstrijd op de datum vermeld in het competitieprogramma niet of slechts gedeeltelijk is gespeeld, stelt de CL een nieuwe datum (inhaaldatum) vast. De op de inhaaldatum

gespeelde of voortgezette partijen worden geacht te zijn gespeeld op de aanvankelijke datum van het competitieprogramma.
De CL kan vaststellen dat een bepaalde wedstrijd niet behoeft te worden ingehaald of afgespeeld indien de uitslag voor promotie of
degradatie niet meer van doorslaggevende betekenis kan zijn.

Dit besluit wordt schriftelijk aan de betrokken verenigingen bekend gemaakt.

Een vereniging kan binnen viermaal vier en twintig uur nadat dit besluit is genomen, het origineel van het wedstrijdformulier alsnog aan de CL toezenden en daarop vastleggen dat de op dit formulier

vermelde spelers geacht worden aan de betreffende wedstrijd te hebben deelgenomen (art. IV-06 en IV-10).
Spelregels en rustperioden

De competitiepartijen worden gespeeld volgens de regels vermeld in de Tennisspelregels. Er wordt gespeeld om twee gewonnen sets, met

dien verstande dat:

in alle sets, wanneer de stand 6-6 is bereikt, het tiebreaksysteem dient te worden toegepast, behalve indien anders is bepaald (art. II- 03, lid k);
geen rustpauze is toegestaan in de partij.
een competitiewedstrijd is begonnen als een van de competitiepartijen van die wedstrijd is begonnen.
een competitiepartij is begonnen op het moment dat de eerste opslag voor het eerste punt in die partij is geslagen.
Regels t.a.v. sanitaire onderbrekingen zijn opgenomen in Bijlage I.
Spelers hebben het recht op een inspeeltijd van vijf minuten.
Bij onderbreking van een partij ten gevolge van weersomstandigheden of overmacht geldt dat wanneer deze onderbreking:

minder dan 15 minuten heeft geduurd geen recht bestaat op inspeeltijd;
minimaal 15 maar minder dan 30 minuten heeft geduurd recht bestaat op een inspeeltijd van 3 minuten;
30 minuten of langer heeft geduurd recht bestaat op een inspeeltijd van 5 minuten.
Een speler heeft na het beëindigen van een partij recht op een half uur rust.
Competitiegedelegeerde en arbitragefunctionarissen

P 1. De CW bepaalt jaarlijks voor welke competitieklassen en voor welke competitiewedstrijden competitiegedelegeerden en arbitragefunctionarissen dienen te worden aangewezen.
2. De aanwijzing van de in lid 1 bedoelde competitiegedelegeerden en arbitragefunctionarissen geschiedt door de WA.

P 3. De bevoegdheden van de competitiegedelegeerde worden door de CW vastgesteld. Daarnaast worden deze bevoegdheden voor het begin van de wedstrijd ter kennis gebracht aan de betrokken ploegen en de aangewezen arbitragefunctionarissen.
De competitiegedelegeerde neemt te allen tijde de bevoegdheid over van de aanvoerder van de ontvangende ploeg als bedoeld in artikel III-10, lid 2.

De competitiegedelegeerde beslist in alle geschillen die zich tijdens de wedstrijd mochten voordoen. De vereniging behoudt het recht een onderzoek te verzoeken, een protest in te dienen (hoofdstuk VII), alsmede om in beroep te gaan bij de CW en/of bij de Commissie van Beroep (hoofdstuk IX).
Arbitragefunctionarissen die optreden bij een competitiepartij zijn gehouden aan de bepalingen vermeld in het Reglement voor de Tennisarbitrage.
In competitiewedstrijden is vervanging van een bondsscheidsrechter tijdens een door hem geleide partij niet mogelijk, behalve op last van de hoofdscheidsrechter van deze wedstrijd.
De kosten verbonden aan het optreden van de competitiegedelegeerde en de arbitragefunctionarissen kunnen geheel of gedeeltelijk op de betrokken verenigingen worden verhaald. Indien zij op verzoek van de betrokken vereniging(en) zijn aangewezen, zijn de kosten geheel voor rekening van de aanvrager(s).
Winnen, verliezen of gelijkspelen van een competitiewedstrijd

Een ploeg heeft een competitiewedstrijd gewonnen, wanneer het merendeel van alle te spelen partijen is gewonnen.
Een ploeg heeft een competitiewedstrijd verloren, wanneer het merendeel van alle te spelen partijen is verloren.
Een ploeg heeft een competitiewedstrijd gelijk gespeeld, wanneer de helft van alle te spelen partijen is gewonnen.
Winstpunten en opmaken van de competitiestand

Voor iedere gewonnen partij krijgt een ploeg een winstpunt.
De competitiestand in een afdeling wordt opgemaakt op basis van het aantal verkregen winstpunten.
Eerste en laatste plaats
De eerste plaats in een afdeling wordt ingenomen door de ploeg die na beëindiging van de competitie het hoogste aantal winstpunten heeft behaald. De laatste plaats in een afdeling wordt ingenomen door de ploeg die het laagste aantal winstpunten heeft behaald.
In afwijking van lid 1 eindigt de ploeg die alle competitiewedstrijden heeft gewonnen als eerste en eindigt de ploeg die alle competitiewedstrijden heeft verloren als laatste in zijn afdeling, behoudens het bepaalde in artikel II-12 en VIII-01, lid 1 sub b en f.
D II-12 Terugtrekking en uitsluiting van deelname
Een ploeg die voor of tijdens de competitie wordt teruggetrokken

of van verdere deelname aan de competitie is uitgesloten, neemt in zijn afdeling de laatste plaats in. Alle winst-/verliespunten die tegen deze ploeg zijn behaald komen te vervallen.

Deze ploeg mag door zijn vereniging in het volgende bondsjaar uitsluitend in de laagste competitieklasse worden ingeschreven.

II-13 Onderlinge volgorde bij gelijk aantal winstpunten

Wanneer in een afdeling twee ploegen met een gelijk aantal winstpunten zijn geëindigd wordt hun onderlinge volgorde achtereenvolgens als volgt bepaald:

het resultaat in de onderling gespeelde wedstrijd;
het saldo van het aantal gewonnen sets in die onderlinge wedstrijd;
het saldo van het aantal gewonnen spellen in die onderlinge wedstrijd.

Wanneer ook hierdoor geen beslissing kan worden verkregen en hun volgorde zou van belang zijn voor de vaststelling van promotie, degradatie of plaatsing voor deelname aan een kampioenschap (land/regio/district), dan zullen de betrokken ploegen een beslissingswedstrijd spelen op een door de CL vast te stellen datum en (eventueel door loting) aan te wijzen terrein, tenzij de betrokken verenigingen in onderling overleg een terrein kiezen.

Zou ook door deze beslissingswedstrijd hun volgorde niet kunnen worden vastgesteld, dan beslist het lot.
a. Wanneer in een afdeling drie of meer ploegen met een gelijk aantal winstpunten zijn geëindigd wordt hun onderlinge volgorde achtereenvolgens bepaald door:

vergelijking van het totaal aantal winstpunten die deze ploegen in de onderling gespeelde wedstrijden hebben behaald;
vergelijking van de verschillen tussen het aantal gewonnen en verloren sets die deze ploegen in de onderling gespeelde wedstrijden hebben behaald;
vergelijking van de verschillen tussen het aantal gewonnen en verloren spellen die deze ploegen in de onderling gespeelde wedstrijden hebben behaald.
b. Indien hun volgorde door de onder a. genoemde bepalingsmethode slechts ten dele kan worden vastgesteld, dan dient t.a.v. die ploegen waarvan de volgorde nader moet worden bepaald, de onder

lid 1 beschreven methode respectievelijk de onder lid 2 sub a. beschreven methode te worden toegepast.
Als één van de in lid 1 of 2 bedoelde ploegen een wedstrijd heeft gespeeld waarbij een partij is opgegeven of opgeëist, dan
geldt voor deze partij de uitslag: 6-0/6-0.

P II-14 Kampioen van Nederland, een regio of een district
Kampioen van Nederland, een regio of een district in een bepaalde competitiesoort is de ploeg, spelende in de hoogste klasse van deze competitiesoort, die volgens door de CW vast te stellen regels dit kampioenschap heeft behaald.

Promotie en degradatie

In alle competitieklassen, behalve de hoogste, geldt dat de ploeg die op de eerste plaats is geëindigd automatisch promoveert, tenzij een andere regeling geldt (art. II-03, lid g).
In alle competitieklassen, behalve de laagste, geldt dat de ploegen degraderen die op de laatste twee plaatsen zijn geëindigd, tenzij een andere regeling geldt (art. II-03, lid g).
Niet (uit)spelen van een competitiewedstrijd

Een afgebroken of niet-gespeelde wedstrijd moet uiterlijk op de eerstvolgende inhaaldag worden (uit)gespeeld. Indien een wedstrijd niet wordt (uit)gespeeld, dan wordt de tussenstand omgezet in een eindstand. Het is verboden gefingeerde uitslagen in te vullen. Indien gefingeerde uitslagen zijn ingevuld is de CL bevoegd één of meer van de straffen vermeld in artikel VIII-01, lid 1 sub a en f op te leggen.
Competitieconsul
De competitieconsul is op alle competitiedagen bevoegd bij een vereniging inzage te verkrijgen in:

de ledenpassen van de spelers, de aanwezigheid van spelers en de samenstelling van de ploegen.
de uitgewisselde ploegopstellingen en het op de juiste wijze invullen van de wedstrijdformulieren;
De competitieconsul rapporteert aan de CL over geconstateerde overtredingen van het CR en de Wedstrijdbulletins en over andere ter zake doende bevindingen.

HOOFDSTUK III Verplichtingen van de verenigingen, de aanvoerders en de ploegen
Inschrijving van competitieploegen en verplichting tot het hebben van een gecertificeerde verenigingscompetitieleider (VCL)

P 1. Een vereniging, die aan een competitie wenst deel te nemen, dient
haar ploegen schriftelijk aan te melden vóór de door de CW vastgelegde inschrijfdatum. Bij aanmelding na deze datum beslist de CW of de inschrijving alsnog kan worden aanvaard, al dan niet tegen een verhoogd inschrijfgeld.

2. Door de inschrijving neemt een vereniging voor de door haar opgegeven ploegen de verplichting op zich de competitie tot het einde uit te spelen volgens het competitieprogramma en geen handelingen en gedragingen te doen of na te laten waardoor een eerlijk verloop van de competitie wordt verhinderd.

P 3. Een vereniging is voor elk ploeg die zij voor een competitie heeft ingeschreven een door de CW vastgesteld inschrijfgeld verschuldigd.
Een vereniging die op het moment waarop de inschrijving voor de competitie sluit financiële verplichtingen jegens de KNLTB heeft waarvan de betalingstermijn is verstreken, zal niet eerder voor de competitie worden ingeschreven dan nadat deze verplichtingen volledig zijn voldaan, onverminderd het bepaalde in lid 1 2e zin.
Een vereniging, die aan de competitie wenst deel te nemen, is verplicht te beschikken over een VCL (art. I-02, lid 5 sub a).

Deze VCL dient jaarlijks voor 1 februari op de door KNLTB voorgeschreven wijze te worden opgegeven (AR, art. 5, lid 3 sub b).
Indien een vereniging niet beschikt over een VCL, kan de CW besluiten deze vereniging een straf op te leggen (art. VIII-02).
De VCL is verantwoordelijk voor het uitvoeren of laten uitvoeren van de taken als vermeld in Bijlage G.
Terugtrekking en uitsluiting competitieploegen

1. Bij terugtrekking of uitsluiting van een ploeg kan de CW regels stellen

t.a.v. de speelgerechtigdheid voor het spelen in ploegen van dezelfde vereniging en voor wedstrijden om het lands-, regio- en districtskampioenschap.

P Deze regels worden per geval bekend gemaakt door de CL.

D 2. Bij terugtrekking van een ploeg uit een competitie of bij uitsluiting (als strafmaatregel) van deelname aan een competitie blijft de verplichting tot het betalen van het inschrijfgeld bestaan en kan de betreffende vereniging een straf worden opgelegd (art. VIII-02).
Eisen banen en accommodatie
D 1. Op elke competitiedag moet per ontvangende ploeg het vereiste aantal buitenbanen (art. II-03, lid h) beschikbaar zijn tot het tijdstip van

beëindigen respectievelijk afbreken van de wedstrijd, één en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel III-11, III-12, lid 1

sub b en III-12, lid 2.

D 2. De banen moeten voldoen aan de eisen gesteld in de Tennisspelregels en in goede staat verkeren. Bovendien moeten banen die na 1 januari 1997 zijn aangelegd, gerenoveerd of omgebouwd het KNLTB-NOC*NSF keurmerk hebben verkregen (Bijlage F).
Bij de banen dienen behoorlijke kleedkamers met was- en douchegelegenheid, een toilet en een kantine aanwezig te zijn. Voor de maatvoering van deze ruimten wordt verwezen naar de normen die hiervoor zijn vastgelegd in de uitgave Normen en Richtlijnen voor Clubhuizen. Deze voorzieningen moeten ten minste

beschikbaar zijn van een half uur voor het begin van de wedstrijd tot een half uur na het tijdstip van beëindigen respectievelijk afbreken van de wedstrijd.

3. De CW kan de inschrijving van een ploeg voor de competitie weigeren wanneer het aantal beschikbare banen te gering is of wanneer de kwaliteit van de banen of van de accommodatie onvoldoende is.

P 4. De ontvangende vereniging dient ervoor zorg te dragen dat bij de banen aanwezig zijn: de meest recente uitgaven van de relevante Wedstrijdbulletins, het CR en de Tennisspelregels, alsmede een EHBO- doos, die voldoet aan de jaarlijks door de LCW vast te stellen eisen.
De ontvangende vereniging is verplicht, zo de mogelijkheid hiertoe bestaat, behalve het minimum aantal banen (art. II-03, lid h), extra banen ter beschikking te stellen, teneinde een competitiewedstrijd op tijd te kunnen beëindigen.

Deze extra banen dienen dezelfde toplaag te hebben als die, waarop de competitiewedstrijd is begonnen. De bezoekende ploeg is verplicht eraan mee te werken dat ook op die extra banen partijen worden gespeeld.
Indien de vereniging voor het spelen van competitiewedstrijden gebruik maakt van kunstlicht dient dit te voldoen aan de normen zoals gesteld door de Nederlandse Stichting van Verlichtingskunde (NSVV). De gebruikswaarde van deze verlichting dient op het gehele speelveld minimaal 300 lux te bedragen.
P III-04 Ballen
De LCW bepaalt jaarlijks voor elke klasse de soort en het aantal nieuwe ballen (door de KNLTB of ITF goedgekeurd), dat de ontvangende vereniging per wedstrijd ter beschikking moet stellen.

Op één competitiedag mag per wedstrijd slechts gespeeld worden met ballen van één bepaald handelsmerk, soort en kleur. Een bezoekende ploeg is niet verplicht om een competitiewedstrijd te spelen met ballen die niet voorkomen op de lijst van goedgekeurde ballen. Kan de ontvangende ploeg echter op een andere wijze aantonen dat de betreffende ballen door de KNLTB of ITF zijn goedgekeurd, dan dient de bezoekende ploeg hiermee akkoord te gaan. Wanneer een competitiewedstrijd wordt gespeeld met ballen die niet zijn goedgekeurd is een eventueel protest hiertegen niet ontvankelijk.

Arbitrage

Een ontvangende vereniging kan een verzoek om een competitiegedelegeerde of arbitragefunctionaris indienen bij de CW. Indien dit verzoek wordt gehonoreerd heeft de benoemde arbitragefunctionaris dezelfde bevoegdheden als een competitiegedelegeerde (art. II-08, lid 3 en 4).
Indien het verzoek om arbitrage wordt gehonoreerd, heeft de CW de taak de bezoekende vereniging(en) ten minste 5 dagen voor de datum van de competitiewedstrijd hierover te informeren.
Indien voor een competitiewedstrijd door de CW geen competitiegedelegeerde of arbitragefunctionaris is aangewezen en door de vereniging geen verzoek bij de WA is ingediend c.q. gehonoreerd, dan heeft de ontvangende vereniging tot taak om voldoende scheidsrechters beschikbaar te stellen. Hieronder dient te worden verstaan dat indien vóór of tijdens een partij een of meer betrokken spelers verzoeken om een scheidsrechter, deze door de ontvangende vereniging ter beschikking moet worden gesteld.
Speeldatum

D 1. Een competitiewedstrijd moet worden gespeeld op de datum vermeld in het competitieprogramma (art. II-03, sub b).
Verenigingen kunnen overeenkomen een competitiewedstrijd geheel of gedeeltelijk eerder te spelen dan op de in lid 1 bedoelde datum.
Een vooraf gespeelde competitiewedstrijd wordt geacht te zijn gespeeld op de oorspronkelijke datum.
Aanvoerder

Een vereniging is verplicht voor elke ploeg per competitiewedstrijd een aanvoerder aan te wijzen. Deze dient zich voor het begin van de wedstrijd aan de tegenpartij bekend te maken.
Wanneer de aanvoerder van een ploeg – in zijn functie als aanvoerder – een bepaling van het CR/Wedstrijdbulletin overtreedt, wordt deze overtreding geacht te zijn begaan door zijn vereniging.
Wanneer een aanvoerder constateert dat door de tegenpartij een bepaling van het CR/Wedstrijdbulletin is overtreden, wordt deze overtreding geacht op de dag van de wedstrijd ter kennis van zijn vereniging te zijn gekomen.
De aanvoerder van een ploeg is verplicht de aanwijzingen van de VCL van de thuisspelende ploeg op te volgen, voor zover deze voortvloeien uit de taken en bevoegdheden van een VCL (art. III-18, lid 2 en Bijlage G).
De aanvoerder van de bezoekende ploeg is verplicht zich via Mijn KNLTB op de hoogte te stellen van alle relevante informatie over de uitwedstrijden van zijn ploeg.
Begintijd en planning van een competitiewedstrijd

a. Een vereniging kan voor de thuisspelende ploegen in de landelijke competitie gebruik maken van het systeem van variabele begintijden (Bijlage H). Indien een vereniging hiervan geen gebruik maakt dienen de wedstrijden van alle thuisspelende ploegen om

10.00 uur te beginnen.

Een vereniging kan voor de thuisspelende ploegen in de districts- en regiocompetitie op zaterdag en zondag gebruik maken van het systeem van variabele begintijden (Wedstrijdbulletin). Indien een vereniging hiervan geen gebruik maakt dienen de wedstrijden van de thuisspelende ploegen op een vaste tijd te beginnen (Wedstrijdbulletin).
De begintijden van de overige competitiewedstrijden in de regio’s en districten worden vermeld in het Wedstrijdbulletin.
D d. In de landelijke competitie dient de VCL een zodanige planning te maken dat wedstrijden bestaande uit resp. 8, 6 en 5 partijen in ten hoogste resp. 5, 4 en 3 speelronden worden gespeeld.
In de regio’s/districten kan een andere regeling van toepassing zijn (Wedstrijdbulletin).

e. De CL is bevoegd een andere begintijd vast te stellen.
a. Een ploeg wordt geacht aanwezig te zijn indien minimaal één speler van die ploeg aanwezig is.

Indien een ploeg op de in lid 1 bedoelde begintijd nog niet aanwezig is, wordt deze ploeg geacht niet te zijn opgekomen, tenzij er sprake is van overmacht.
Indien een ploeg door deze overmacht echter wel binnen een half uur na deze begintijd alsnog verschijnt, dient de competitiewedstrijd zo spoedig mogelijk te worden begonnen. Als de overmachtsituatie niet door de aanvoerder van de andere ploeg wordt erkend, dient deze dit op het wedstrijdformulier te vermelden.

De CL beslist achteraf of er sprake is geweest van overmacht.
Indien een ploeg een half uur na de in lid 1 bedoelde begintijd nog niet aanwezig is, mag de andere ploeg het terrein verlaten. De aanvoerder van de wel aanwezige ploeg dient hiervan melding te maken op het Inhaalformulier competitie. De CL beslist achteraf of er sprake is geweest van overmacht en kan besluiten de wedstrijd opnieuw vast te stellen.
Voor specifieke jeugdcompetities in districten en regio’s kan de RCW/DCW afwijkende regels vaststellen voor de begintijd van de wedstrijd, de speelduur per partij, de grootte van het speelveld en de begeleiding van de ploegen (Wedstrijdbulletin).
Spelen en afspelen van competitiepartijen

Als een competitiewedstrijd is begonnen dienen de partijen aaneensluitend te worden gespeeld (art. III-12, lid 2 sub a, met inachtneming van art. II-07, lid 5).
De aanvoerder van de ontvangende ploeg is hiervoor verantwoordelijk. Zodra een baan gereed is voor het spelen van een (volgende) competitiepartij is hij verplicht de desbetreffende spelers op te roepen.
Indien de ontvangende vereniging uiterlijk één uur na het vastgestelde aanvangstijdstip van de competitiewedstrijd geen baan beschikbaar heeft gesteld voor de betreffende wedstrijd, mag de bezoekende ploeg het terrein verlaten. Beide aanvoerders dienen hiervan aantekening te maken op het wedstrijdformulier. De CL beslist of de wedstrijd aan de bezoekende ploeg gewonnen wordt gegeven of opnieuw wordt vastgesteld.

Deze bepaling is niet van toepassing als door weersomstandigheden niet kan worden begonnen.
Competitiepartijen die vóór 19.00 uur (jeugd) of vóór 20.30 uur (senioren) zijn begonnen moeten worden afgespeeld. Na genoemde tijdstippen hoeft een nieuwe partij niet meer te beginnen. Voor wedstrijden in de districts- en regiocompetities kunnen aanvullende en/of afwijkende bepalingen worden vastgesteld (Wedstrijdbulletin).
Een competitiepartij, die slechts gedeeltelijk is gespeeld moet, indien wordt besloten deze af te spelen, worden voortgezet door dezelfde spelers, op de stand bij het afbreken en dezelfde positie op de baan.
Onvoltalligheid, niet speelklaar zijn en niet opkomen

a. Een ploeg is onvoltallig indien één of meer van de in te vullen spelersnamen op grond van artikel III-14, lid 2 niet kan worden ingevuld.

Als een ploeg door onvoltalligheid niet alle partijen van een competitiewedstrijd kan spelen, moeten in de daarvoor in aanmerking komende spelsoorten de in volgorde van afnemende sterkte laatste partijen gewonnen worden gegeven. Als partijuitslag moet in dat geval ‘opgave thuis’ respectievelijk ‘opgave uit’ worden vermeld. Bovendien kan de CL bij onvoltalligheid straffen opleggen (art. VIII-01).

Als een partij door onvoltalligheid van beide ploegen niet gespeeld kan worden, ontvangt geen van beide ploegen voor die partij een winstpunt.
Indien bij een wedstrijd bestaande uit 5 partijen een ploeg onvolledig opkomt, mogen de enkelspelspelers niet samen dubbelen.
Als een partij niet kan worden begonnen doordat één of meer spelers niet binnen vijftien minuten speelklaar is, na daartoe te zijn opgeroepen door de aanvoerder van de ontvangende ploeg (art. III-09, lid 2), kan de andere ploeg die partij opeisen. Als partijuitslag moet in dat geval ‘opgave thuis’ respectievelijk ‘opgave uit’ worden vermeld.
Wanneer een ploeg niet is opgekomen of geacht wordt niet te zijn opgekomen (art. III-08, lid 2 sub b), kan de CL het maximum in die wedstrijd te behalen winstpunten in mindering brengen of de desbetreffende wedstrijd opnieuw vaststellen en daarnaast één of meer andere straffen opleggen (art. VIII-01). Wanneer een ploeg in een door de CL opnieuw vastgestelde wedstrijd weer niet is opgekomen of geacht wordt niet te zijn opgekomen, kan deze ploeg uit de competitie worden genomen. Deze ploeg wordt dan beschouwd als niet aan de competitie te hebben deelgenomen. Alle winst-/verliespunten die tegen deze ploeg zijn behaald, komen te vervallen.
Komt een ploeg twee of meer keren niet of onvolledig op dan wordt deze ploeg teruggezet naar de laatste plaats. Alle winst-/ verliespunten die tegen deze ploeg zijn behaald komen te vervallen.
Wachten bij slechte weersomstandigheden
Wanneer een competitiewedstrijd wegens weersomstandigheden niet op tijd kan beginnen, zijn beide ploegen verplicht te wachten tot de omstandigheden zodanig wijzigen dat spelen mogelijk is. Indien dit twee uur na de officiële begintijd nog niet het geval is, behoeft met de wedstrijd niet begonnen te worden, met inachtneming van artikel III-09, lid 4.
Wanneer een competitiewedstrijd wegens weersomstandigheden is onderbroken, zijn beide ploegen verplicht te wachten tot de omstandigheden zodanig wijzigen dat spelen mogelijk is (met inachtneming van art. III-09, lid 4). Indien dit twee uur na het moment van onderbreking nog niet het geval is hoeft de wedstrijd die dag niet te worden voortgezet.
D III-12 Terrein, banen en kunstlicht

a. Alle partijen moeten worden gespeeld op het terrein van de ontvangende vereniging. In onderling overleg mag daarvan worden afgeweken.

b. Een vereniging die concludeert dat de voor de competitie bestemde banen niet tijdig speelklaar zullen zijn, dient hierover uiterlijk drie dagen voor de eerste competitiewedstrijd contact op te nemen met de CL.

Zolang de banen niet speelklaar zijn, moeten de geplande wedstrijden (indien mogelijk) gespeeld worden op het terrein van de tegenstander of op neutraal terrein. De CL beslist of er sprake is van overmacht. Indien de overmacht niet door de CL wordt erkend, kan de CW een straf opleggen (art. VIII-02, lid 1 sub d).
a. De partijen dienen aaneensluitend te worden gespeeld op de banen die daarvoor door de aanvoerder van de ontvangende ploeg worden aangewezen. Deze banen dienen alle dezelfde toplaag te hebben.

b. Indien de bezoekende ploeg van mening is dat de aangewezen banen niet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in artikel III-03, lid 2 waarbij sprake zou zijn van een bovenmatig blessurerisico, dan wel van een ernstige belemmering van een normaal spelverloop, kan voor aanvang van de partijen geprotesteerd worden en geweigerd worden te spelen. Als van dit recht geen gebruik wordt gemaakt vervalt de mogelijkheid later protest aan te tekenen tegen de kwaliteit van de banen.
Alleen met goedvinden van beide aanvoerders kunnen partijen op overdekte banen worden gespeeld. Wanneer van deze mogelijkheid gebruik gemaakt wordt, dienen alle nog resterende partijen in deze overdekte accommodatie te worden afgespeeld. In onderling overleg kunnen aanvoerders hiervan afwijken.
Indien lid 3 wordt toegepast en reeds een aantal partijen op buitenbanen is gespeeld, is het bepaalde in lid 2 ten aanzien van de toplaag niet van toepassing.
Beide ploegen zijn verplicht om – indien mogelijk – partijen bij kunstlicht te spelen, met inachtneming van het bepaalde in lid 2 en artikel III-03, lid 6.
III-13 Volgorde van de partijen

De volgorde van de partijen in een competitiewedstrijd is:

dames-/meisjesenkelspel
heren-/jongensenkelspel
dames-/meisjesdubbelspel
heren-/jongensdubbelspel
gemengddubbelspel

In elke spelsoort wordt in volgorde van afnemende speelsterkte gespeeld.
In een gemengde competitie bestaande uit 5 partijen is de volgorde:

dames-/meisjesenkelspel
heren-/jongensenkelspel
gemengd dubbelspel
dames-/meisjesdubbelspel
heren-/jongensdubbelspel
De aanvoerders kunnen in onderling overleg van de in lid 1 en 2 vermelde volgorde afwijken.
III-14 Uitwisseling van ploegopstelling en tonen van ledenpas

De beide aanvoerders zijn verplicht vóór het begin van de competitiewedstrijd:

de ploegopstelling conform artikel V-03 schriftelijk uit te wisselen (het door de aanvoerders aan elkaar gelijktijdig overhandigen van de door hen ondertekende ploegopstellingen).
de ledenpassen van de spelers aan elkaar ter inzage te geven.
a. In de in lid 1a genoemde ploegopstelling mogen alleen spelers worden opgenomen die op dat moment daadwerkelijk aanwezig zijn, tenzij met goedvinden van de aanvoerders hiervan wordt afgeweken. Deze afwijking dient op het wedstrijdformulier te worden vermeld en door beide aanvoerders te worden geparafeerd.

De aanvoerders zijn verplicht om voor het begin van de wedstrijd te controleren of de ploegopstelling van de andere ploeg niet in strijd is met bepalingen betreffende de speelgerechtigdheid en/of de volgorde van speelsterkte. Is een opstelling hiermee in strijd, dan dient de aanvoerder van de desbetreffende ploeg de opstelling te wijzigen. Nieuwe spelers mogen niet aan de opstelling worden toegevoegd.
Indien bij de uitwisseling van de ploegopstellingen van een speler geen geldige ledenpas (art. I-02, lid 3 sub e) aanwezig is heeft de andere ploeg het recht de partijen op te eisen, waarin deze speler staat opgesteld. Als partijuitslag moet in dat geval ‘opgave thuis’ respectievelijk ‘opgave uit’ worden vermeld.

Als van dit recht geen gebruik wordt gemaakt, vervalt de mogelijkheid om alsnog protest aan te tekenen tegen de speelgerechtigdheid en/of de volgorde van speelsterkte.
Het niet-voldoen aan de in lid 1 en lid 2 sub b genoemde verplichtingen heeft tot gevolg dat een protest wegens het spelen in strijd met bepalingen betreffende de speelgerechtigdheid en/of de volgorde van speelsterkte niet ontvankelijk is, tenzij dit niet-voldoen te wijten is aan de aanvoerder van de ploeg waartegen dit protest wordt ingediend.
Wanneer een wedstrijd op de datum van het competitieprogramma niet of slechts gedeeltelijk is gespeeld, gelden ook op de inhaaldag (voor zover van toepassing) lid 1 t/m 4 van dit artikel.
Uitvallen van een speler

Wanneer een speler na de uitwisseling van de ploegopstellingen door een ongeval, ziekte of een andere vorm van overmacht niet in staat is

(verder) te spelen, mag met goedvinden van de aanvoerders en met inachtneming van het gestelde in artikel V-03 van de ploegopstelling worden afgeweken. Wanneer de aanvoerders niet tot overeenstemming kunnen komen, moeten de resterende partijen van de speler die niet in staat is (verder) te spelen, gewonnen worden gegeven.
Wedstrijdformulier

P 1. De aanvoerder van de ontvangende ploeg is verplicht het wedstrijdformulier volledig in te vullen volgens de voorschriften van de LCW en door beide aanvoerders te laten ondertekenen. Door deze ondertekening verklaren zij dat de voorgeschreven handelingen zijn verricht, de invulling juist is en de uitslagen correct zijn weergegeven.

Andere vermeldingen, bedoeld in de artikelen III-08, lid 2 sub c, III-14, lid 2 sub a en IV-06, lid 2 dienen apart te worden vermeld en door beide aanvoerders voor akkoord te worden geparafeerd.
De door onvoltalligheid van een ploeg niet gespeelde partijen dienen ook op het wedstrijdformulier te worden vermeld.
Indien om andere redenen niet alle partijen zijn gespeeld (bijvoorbeeld door de weersomstandigheden), dient de aanvoerder van de ontvangende ploeg het Inhaalformulier competitie in te vullen. Hierop moeten de uitslagen van de geheel en gedeeltelijk gespeelde partijen worden ingevuld, alsmede de voorlopige totaaluitslag (0-0 indien de betreffende wedstrijd nog niet is begonnen). Het formulier moet door beide aanvoerders worden ondertekend. Door deze ondertekening verklaren zij tevens aan de in lid 1 genoemde verplichtingen te hebben voldaan.
Bij afwezigheid van een ploeg, dient het Inhaalformulier competitie door de aanvoerder van de aanwezige ploeg te worden ingevuld en ondertekend, met vermelding van zijn ploegopstelling en de afwezigheid van de andere ploeg.
P 6. De LCW geeft jaarlijks voorschriften omtrent aantal en bestemming van (de kopieën van) het wedstrijdformulier.

7. Het bestuur van een vereniging is verplicht de kopieën van de wedstrijdformulieren tot drie maanden na de laatste speeldag te bewaren en op verzoek aan iedere belanghebbende ter inzage te geven.
Inzenden wedstrijduitslagen

De aanvoerder van de ontvangende ploeg is verplicht de uitslagen van elke geheel of gedeeltelijk gespeelde competitiewedstrijd, dan wel afgelaste of reglementair niet gespeelde competitiewedstrijd, elektronisch aan de KNLTB door te geven, uiterlijk op de dag na de geplande wedstrijddag.
Correct gedrag van spelers

Een speler dient zich zowel op het terrein van zijn vereniging als dat van zijn tegenstander correct te gedragen (Bijlage B).
Bij ernstig wangedrag van een speler heeft de VCL van de ontvangende vereniging de bevoegdheid een partij of wedstrijd te staken. Hiervan dient hij binnen 3 dagen na afloop van de dag waarop dit heeft plaatsgevonden schriftelijk en gemotiveerd melding te maken aan de CL.

De VCL is alleen bevoegd indien de betreffende competitiewedstrijd niet door een namens de KNLTB aangestelde competitiegedelegeerde of arbitragefunctionaris wordt geleid. De CL zal een onderzoek instellen en uitspraak doen.

Bij ernstig wangedrag van een of meer spelers, coaches of begeleiders van een competitieploeg heeft de CL ook de bevoegdheid de betrokken vereniging(en) mede verantwoordelijk te stellen, een onderzoek in te stellen en een straf op te leggen (art. VIII-01).
Ongeacht het bepaalde in lid 2 heeft een arbitragefunctionaris die door een commissie Wedstrijdtennis voor het leiden van een competitiewedstrijd is aangewezen, tevens de plicht om tijdens het leiden van een partij op te treden tegen overtredingen van de bepalingen in Bijlage B onder toepassing van het SPS opgenomen in Bijlage C.

Van deze overtredingen maakt de arbitragefunctionaris een rapport op dat:

voor kennisneming wordt geparafeerd door de hoofdscheidsrechter (indien aanwezig);
ter inzage aan de betrokken aanvoerder wordt gegeven;
wordt ingediend bij de afdeling Wedstrijdtennis van het Bondsbureau en dat overeenkomstig het Tuchtreglement kan worden voorgelegd aan de strafcommissie (Statuten artikel 24).
Coachen

Tijdens een competitiewedstrijd is coachen toegestaan (tennisspelregel 30 en Bijlage E).
Reclame
1. Reclame geplaatst op, achter en aan de zijkanten van de baan dient te voldoen aan Bijlage III van de Tennisspelregels.

P 2. De LCW bepaalt jaarlijks in welke klassen de Kledingreclamecode voor spelers verplicht is (Bijlage D). Indien in deze klassen reclame-

uitingen worden gevoerd (artikel 1c van Bijlage D) moeten deze voor alle ploegleden gelijk zijn.

HOOFDSTUK IV Gerechtigd zijn om in een competitiewedstrijd te spelen
Ledenpas en lidmaatschap

Gerechtigd om in een competitiewedstrijd voor een bepaalde vereniging te spelen is uitsluitend een speler die:

D a. op het moment van spelen in het bezit is van een geldige ledenpas (art. I-02, lid 3 sub e);

op het moment van spelen geen financiële verplichting jegens de KNLTB heeft openstaan waarvan de betalingstermijn is verstreken;
minstens 3 weken voor de speeldag waarop hij wil spelen, als lid van die vereniging bij de KNLTB staat ingeschreven.
Overschrijvingsbepalingen

Een speler die voorjaarscompetitie heeft gespeeld mag in het daarop volgende jaar voor een andere vereniging voorjaarscompetitie spelen, indien hij het lidmaatschap van de vereniging waarvoor hij voorjaarscompetitie heeft gespeeld vóór 1 november schriftelijk heeft opgezegd.
Indien hij het lidmaatschap niet vóór 1 november heeft opgezegd, mag hij in het volgende jaar uitsluitend voor een andere vereniging voorjaarscompetitie spelen indien:

hij vóór 1 november zijn vereniging schriftelijk heeft medegedeeld het volgend jaar niet beschikbaar te zijn om voor die vereniging voorjaarscompetitie te spelen, of
de LCW uiterlijk 10 werkdagen voor het begin van de voorjaarscompetitie van de vereniging waarvoor hij voorjaarscompetitie heeft gespeeld, een KNLTB overschrijvingsformulier heeft ontvangen.
Artikel IV-04, lid 2 is van toepassing.
Niet-Nederlandse tennissers
Spelers die niet onder de definitie “Nederlandse tennisser” vallen, mogen aan een competitie deelnemen als wordt voldaan aan de bepalingen van dit reglement.
Verenigingen zijn verplicht om bij aanmelding van niet-Nederlandse tennissers als lid bij de KNLTB aan te geven of de betreffende speler:

over een internationale ATP-, WTA- of ITF-jeugdranglijstpositie beschikt;
in enig land een positie op de nationale ranglijst inneemt en welke deze is, en/of in enig land een speelsterkte heeft en welke deze is.
Verenigingen zijn verplicht de LCL te melden wanneer aan een als lid aangemelde niet-Nederlandse tennissers een speelsterkte is toegekend die onjuist is in relatie tot zijn ATP-, WTA- of ITF-jeugdranglijstpositie, dan wel zijn ranglijstpositie en/of speelsterkte in enig land en de richtlijnen daaromtrent. Bij het niet nakomen van deze verplichting kan de LCL een straf opleggen (art. VIII-01).
D IV-04 Spelen voor meer verenigingen
Een speler mag in één bondsjaar voor niet meer dan één vereniging in één bepaalde competitie spelen. Dit geldt eveneens wanneer een ploeg waarin hij speelde uit de competitie is teruggetrokken of van (verdere) deelneming is uitgesloten. Onder één bepaalde competitie wordt verstaan: de voorjaars-, zomer-, najaars-, indoor- of winter outdoorcompetitie.
In afwijking van lid 1 mag een speler met dispensatie van de KNLTB voor maximaal twee verenigingen competitie spelen. Aan deze dispensatie kunnen nadere voorwaarden worden gesteld. Ondertekening van de dispensatieaanvraag door de VCL’s van beide verenigingen ontslaat de betreffende speler van de verplichtingen als genoemd in artikel IV-02, lid 1 en 2.
Rolstoeltennissers

Rolstoeltennissers kunnen deelnemen aan alle competities. In dat geval gelden voor hen de spelregels, zoals die voor rolstoeltennis zijn vastgesteld.
Een vereniging die een rolstoeltennisser in een ploeg opstelt, dient dit ten minste een week voor de geplande speeldatum aan de VCL van de tegenpartij te melden.
In een ploeg hebben gespeeld of geacht worden te hebben gespeeld

Een speler heeft in een bepaalde ploeg gespeeld, wanneer hij in deze ploeg een competitiepartij geheel of ten dele heeft gespeeld, ook al zou deze partij achteraf wegens een begane overtreding verloren zijn verklaard.
Een speler wordt geacht in een bepaalde ploeg te hebben gespeeld, wanneer zijn naam op het wedstrijdformulier als speler is vermeld, ook al is (zijn) de partij(en) van die speler niet gespeeld.
Wanneer geen van de partijen van een speler zijn gespeeld en zijn aanvoerder alsnog op het wedstrijdformulier aangeeft dat de vermelding van die speler als niet gedaan moet worden beschouwd, wordt die speler geacht niet in deze ploeg te hebben gespeeld.
Aantal malen dat in een hogere ploeg mag worden gespeeld

Gerechtigd tot het spelen in een bepaalde ploeg is uitsluitend een speler, die in het betreffende bondsjaar in een bepaalde competitie (art. IV-04 lid 1) niet meer dan eenmaal in een hogere ploeg (art.

I-02, lid 4 sub j) heeft gespeeld of geacht wordt te hebben gespeeld.
Lid 1 is niet van toepassing indien dispensatie is verleend op grond van artikel IV-04, lid 2.
Aantal malen dat in een competitieweek mag worden gespeeld

D 1. Een speler mag in een competitieweek slechts uitkomen in één competitiewedstrijd.

2. Een speler met KNLTB-dispensatie mag in een competitieweek maximaal twee competitiewedstrijden spelen. Aan deze dispensatie kunnen nadere voorwaarden worden gesteld.
Speelgerechtigdheid bij inhaalwedstrijden

Een op een inhaaldatum gespeelde partij wordt geacht te zijn gespeeld op de oorspronkelijke dag van het competitieprogramma.
Het is verboden bij een inhaalwedstrijd een speler in een ploeg op te stellen, die op de oorspronkelijke dag van het competitieprogramma in een andere ploeg heeft gespeeld of wordt geacht te hebben gespeeld (art. IV-06, lid 2).
Als een competitiewedstrijd op de dag van het competitieprogramma niet of slechts ten dele is gespeeld, blijft de speler die op die dag gerechtigd was in deze wedstrijd te spelen, dat ook op de inhaaldatum. Dit geldt ook als die speler tussen deze beide data in andere competitiewedstrijden heeft gespeeld.
Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap

D 1. Gerechtigd om in een bepaalde ploeg een wedstrijd om het landskampioenschap van de landelijke competitie te spelen is uitsluitend de speler, die in dat bondsjaar ten minste drie competitiewedstrijden in de landelijke competitie voor zijn vereniging heeft gespeeld of geacht wordt te hebben gespeeld,
echter niet meer dan eenmaal in een hogere ploeg (art. I-02, lid 4 sub j).

Indien een speler door de KNLTB is aangewezen uit te komen in een (voorbereidende) wedstrijd waarin hij zijn land vertegenwoordigt, kan de LCW ten aanzien van de speelgerechtigdheid afwijkend bepalen.
Een ploeg, die in een wedstrijd om het landskampioenschap een niet-gerechtigde speler opstelt, wordt geacht deze wedstrijd te hebben verloren.
Speelgerechtigdheid bij een beslissingswedstrijd

Ten aanzien van de speelgerechtigdheid in een beslissingswedstrijd (art. II- 13 lid 1) gelden dezelfde regels als in artikel IV-10.
Gelijktijdigheid competitie en toernooien

Wanneer een speelgerechtigde speler op één of meer van de vooraf gepubliceerde competitiedata tevens een wedstrijd dient te spelen in een door de KNLTB goedgekeurd toernooi, kan die speler zich terugtrekken uit het toernooi zonder een administratieve overtreding (WTR) te hebben begaan. Deze terugtrekking dient plaats te vinden voordat de speler een wedstrijd in het betreffende toernooi heeft gespeeld.
Begeleiding juniorenploegen
Een vereniging dient ervoor te zorgen dat bij alle competitiewedstrijden van juniorenploegen gedurende de gehele wedstrijd een begeleider van ten minste 18 jaar aanwezig is.

HOOFDSTUK V Opstelling volgens sterkte van ploegen en van spelers
Puntentoekenning aan spelers

Aan spelers worden op basis van hun speelsterkte in het enkelspel respectievelijk het dubbelspel afzonderlijk punten toegekend en wel als volgt:

categorie 1-speler: 1 punt

categorie 2-speler: 2 punten

categorie 3-speler: 3 punten

categorie 4-speler: 4 punten

categorie 5-speler: 5 punten

categorie 6-speler: 6 punten

categorie 7-speler: 7 punten

categorie 8-speler: 8 punten

categorie 9-speler: 9 punten

De volgorde van 1 t/m 9 geeft een afnemende speelsterkte aan.
De speelsterktes staan vermeld op de ledenpas.
Sterktevolgorde van ploegen

Een vereniging is verplicht om alle ploegen in elke competitiesoort in volgorde van sterkte zo te nummeren en op te stellen, dat op iedere wedstrijddag het puntengemiddelde van een lagere ploeg

niet meer dan 1,0 punt lager mag zijn dan het puntengemiddelde van een hogere ploeg.
Dit puntengemiddelde wordt als volgt bepaald:

Het puntentotaal van een speler, ongeacht de partijen waarin deze speler staat opgesteld, is de som van zijn enkelspel- en dubbelspelspeelsterkte volgens artikel V-01, lid 1.
Het puntentotaal van een ploeg is de som van de puntentotalen van de spelers opgesteld in die ploeg.
Het puntengemiddelde van een ploeg is het puntentotaal van die ploeg gedeeld door het aantal opgestelde spelers.
In afwijking van het bepaalde in lid 2 wordt het puntengemiddelde van een ploeg in een dubbelcompetitie op de volgende wijze bepaald:

Het puntentotaal van een speler is de som van twee maal de dubbelspelspeelsterkte volgens artikel V-01, lid 1.
Het puntentotaal van een ploeg is de som van de puntentotalen van de spelers opgesteld in die ploeg,
Het puntengemiddelde van een ploeg op een bepaalde wedstrijddag is het puntentotaal van die ploeg gedeeld door het aantal opgestelde spelers van die ploeg.
Opstelling binnen een ploeg

Een aanvoerder is verplicht in het enkelspel de spelers in volgorde van afnemende speelsterkte op te stellen. Spelers met dezelfde speelsterkte worden geacht van gelijke sterkte te zijn.
Een aanvoerder is verplicht de dubbelspelcombinaties in volgorde van afnemende speelsterkte op te stellen. De bepaling van de speelsterkte van een dubbelspelcombinatie gebeurt door optelling van de aan beide spelers toegekende punten in het dubbelspel (art. V-01, lid 1). Dubbelspelcombinaties met een gelijk aantal punten worden geacht van gelijke sterkte te zijn.
Lid 1 en 2 zijn ook van toepassing indien een competitiewedstrijd op een inhaaldag wordt (af)gespeeld.
Ploegopstelling laatste twee speeldagen
Op de laatste twee speeldagen mogen in een ploeg maximaal 2 spelers opgesteld worden die 3 keer of vaker zijn uitgekomen (of geacht te zijn uitgekomen) in een ploeg in dezelfde competitiesoort met een lager ploegnummer.

HOOFDSTUK VI Regio- en districtscompetities
Deelname aan regio- en districtscompetities

Regio- en districtsbesturen kunnen binnen hun regio/district competities organiseren, waaraan kunnen deelnemen:

ploegen van verenigingen die tot de regio/het district behoren;
met toestemming van de betreffende districtbesturen:

ploegen van verenigingen behorende tot een aangrenzend(e) regio/district;
ploegen van combinaties van verenigingen;

– ploegen van combinaties van bondskaarthouders, mits deze spelers in die regio/dat district woonachtig zijn.
Besturen van districten mogen competitiesoorten op zondag organiseren, echter alleen na voorafgaande goedkeuring van de LCW. De LCW kan aan de organisatie van deze districts- respectievelijk regiocompetitiesoorten voorwaarden verbinden.
Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap door de kampioenen van de regio- en districtscompetities
D 1. Gerechtigd om in een bepaald kampioensploeg van de regio- of districtscompetitie een wedstrijd om het landskampioenschap te spelen zijn uitsluitend zij, die in dat bondsjaar ten minste drie competitiewedstrijden van de regio- of districtscompetitie voor hun vereniging hebben gespeeld of geacht worden te hebben gespeeld, echter niet meer dan eenmaal in een hogere ploeg (art. I-02, lid 4 sub j).
2. Een ploeg, dat in een wedstrijd om het landskampioenschap een niet-gerechtigde speler opstelt, wordt geacht deze wedstrijd te hebben verloren.

HOOFDSTUK VII Onderzoeken en protesten

Verzoek aan de CL een onderzoek in te stellen

Een belanghebbende vereniging, die twijfelt of:

een speler van een tegenpartij gerechtigd is in die ploeg te spelen,
een aanvoerder van een tegenpartij de bepalingen omtrent het opstellen van spelers volgens speelsterkte in acht heeft genomen,
de vereniging van een tegenpartij de ploegen in volgorde van sterkte heeft opgesteld, kan de CL verzoeken een onderzoek in te stellen.
Een verzoek om een onderzoek in te stellen dient schriftelijk te worden ingediend door het bestuur of de VCL uiterlijk 14 dagen na de dag waarop de gedraging of handeling heeft plaatsgevonden.

De CL kan verzoeken die later worden ontvangen niet-ontvankelijk verklaren.
De CL stelt de vereniging waarop het onderzoek betrekking heeft in kennis van het verzoek tot een onderzoek.
Indien volgens de CL sprake is van een overtreding ontvangt zonodig elke vereniging waarvan ploegen in dezelfde afdeling spelen, een afschrift van het verzoek tot een onderzoek en het resultaat daarvan.
Indien de CL van mening is dat de vereniging het onderzoek zelf had kunnen doen, wordt een bedrag van € 25 in rekening gebracht.
Het indienen van een protest bij de CL
Een belanghebbende vereniging kan bij de CL protest aantekenen tegen gedragingen of handelingen van een andere vereniging, of die waarvoor die vereniging aansprakelijk is, wanneer deze naar haar mening in strijd zijn met dit reglement.
Dit protest dient schriftelijk te worden ingediend door het bestuur of door de VCL, uiterlijk 14 dagen na de dag waarop de gedragingen of handelingen hebben plaats gevonden. De CL kan verzoeken die later worden ontvangen niet-ontvankelijk verklaren.
Protesten die later dan 14 dagen na de laatste speeldag van het competitieprogramma worden ingediend, worden niet meer in behandeling genomen, tenzij de CL reden heeft hiervan af te wijken.
De CL stelt de vereniging van de ploeg waar tegen het protest gericht is hiervan in kennis en kan de betrokken vereniging(en) horen.
Elke vereniging waarvan ploegen in dezelfde afdeling spelen ontvangt zonodig een afschrift van het ingediende protest en de uitspraak daarover.
Blijkt het protest ongegrond, dan wordt de vereniging een bedrag van
€ 25 in rekening gebracht.

HOOFDSTUK VIII Strafbepalingen

VIII -01 Straffen die de CL kan opleggen

De CL is bevoegd bij overtreding van dit reglement – gevraagd of ongevraagd – één of meerdere van de volgende straffen op te leggen:

een vereniging een boete opleggen van maximaal € 225, ook indien de overtreding moet worden toegeschreven aan de aanvoerder van een ploeg. Bij herhaling van de overtreding kan de CL een boete van maximaal € 450 opleggen;
een ploeg één of meer winstpunten in mindering brengen;
één of meer partijen, die een ploeg ten onrechte niet speelt, verloren verklaren en de uitslag van die partijen administratief vaststellen op 0-6, 0-6;
een ploeg op de laatste plaats laten eindigen indien deze ploeg het verloop van de competitie in ernstige mate heeft verstoord;
een partij, die door een niet-gerechtigde speler is gespeeld verloren verklaren en de uitslag van die partij administratief vaststellen op

0-6, 0-6. Dit geldt eveneens voor andere partijen die als gevolg van het meespelen van een niet-gerechtigde speler niet door de juiste speler(s) is/zijn gespeeld;
een ploeg op de laatste plaats zetten indien een gefingeerde uitslag is ingevuld of voor juist is ondertekend;
een niet (uit)gespeelde wedstrijd/partij alsnog op een andere datum en onder bepaalde voorwaarden vast stellen;
de (tussen)stand van een onreglementair uitgestelde wedstrijd omzetten naar een eindstand en/of de eindstand van een onreglementair uitgestelde wedstrijd aanpassen.
De CL kan één van de onder lid 1 sub b t/m f genoemde straffen opleggen, samen met de onder lid 1a genoemde boete.
In Bijlage J staan de maximum boetes vermeld die door de CL kunnen worden opgelegd voor specifieke overtredingen en verzuimen.
Straffen die de CW kan opleggen

De CW is bevoegd een vereniging een boete van maximaal € 450 op te leggen, dan wel een vereniging of een ploeg van een vereniging van (verdere) deelneming uit te sluiten, indien niet aan de volgende verplichtingen is voldaan:

het voor deelneming aan de competitie verschuldigde inschrijfgeld aan de KNLTB voldoen (art. III-01, lid 3);
het minimum voor de competitie vereiste aantal buitenbanen beschikbaar stellen (art. III-03, lid 1);
kleedkamers met was- en douchegelegenheid, toilet en kantine van voldoende kwaliteit beschikbaar stellen (art. III-03, lid 2 en 3);
de onder c genoemde accommodaties gedurende de in art. III-03 lid 1 en 2 genoemde tijd beschikbaar stellen;
het beschikken over een gecertificeerde VCL (art. III-01, lid 5);
een ingeschreven ploeg de gehele competitie laten spelen (art. III- 01, lid 2 en III-02, lid 2).
De CW is bevoegd de aanvoerder van een ploeg, die dit reglement heeft overtreden, het recht te ontzeggen gedurende een bepaalde tijd als aanvoerder op te treden.
Berechting door de strafcommissie
Een speler die zich niet gedraagt overeenkomstig het bepaalde in artikel III- 18, lid 1 en in Bijlage B, kan worden berecht door de strafcommissie (Tuchtreglement en Statuten artikel 24).

HOOFDSTUK IX Beroepsprocedures
Beroep bij de CW tegen uitspraak CL

Tegen een door de CL genomen beslissing of opgelegde straf kan een belanghebbende vereniging in beroep gaan bij de CW. Deze beroepsmogelijkheid vervalt indien alleen een boete van maximaal € 50 wordt opgelegd.
Dit beroep dient namens de vereniging schriftelijk te worden ingediend door het bestuur of de VCL, uiterlijk 14 dagen na de dag waarop de bedoelde uitspraak ter kennis is gekomen van die vereniging of door de CW geacht wordt te zijn gekomen. Beroepsschriften die later worden ontvangen kan de CW niet-ontvankelijk verklaren.
Tegen het al dan niet verlenen van een dispensatie ingevolge artikel X- 01 geldt een beroepstermijn van maximaal 3 dagen.
De CL en een eventueel andere betrokken vereniging ontvangen van de CW afschrift van het ingediende beroepschrift.
Door het instellen van beroep wordt de tenuitvoerlegging van de uitspraak waartegen beroep wordt ingesteld opgeschort, tenzij de voorzitter van de CW anders besluit. Van dit besluit wordt elke belanghebbende vereniging schriftelijk in kennis gesteld.
Blijkt het beroep ongegrond dan wordt de vereniging een bedrag van
€ 25 in rekening gebracht.
Behandeling beroep door de CW

Bij de behandeling van een beroepschrift kan de CW de CL en de betrokken vereniging(en) horen. Indien de CL of een betrokken vereniging daarom verzoeken, worden zij in ieder geval door de CW gehoord. De CW kan ook andere betrokkenen oproepen om te worden gehoord.
Indien een vereniging die in beroep is gegaan zonder geldige reden aan een oproep van de CW geen gehoor geeft, kan de CW het beroep niet- ontvankelijk verklaren of afwijzen.
De CW zendt een afschrift van de uitspraak aan de CL en aan de vereniging(en) die bij het beroep is/zijn betrokken en zonodig aan elke vereniging waarvan ploegen in dezelfde afdeling spelen.
Uitspraken die de CW kan doen

De CW kan in een beroep tegen een door de CL opgelegde strafmaatregel:

de uitspraak van de CL handhaven, vernietigen of wijzigen;
een strafmaatregel opleggen (art. VIII-01) met een boete van maximaal € 450.
In beroep gaan tegen uitspraak CW
Tegen een uitspraak of beslissing van de CW is beroep mogelijk bij de Commissie van Beroep, behalve wanneer voor de overtreding uitsluitend een boete van maximaal € 225 is opgelegd.
Dit beroep of een vooraankondiging hiervan dient schriftelijk en met redenen omkleed aangetekend te worden ingediend, uiterlijk drie dagen na de dag waarop de bedoelde beslissing ter kennis is gekomen van die vereniging of door de Commissie van Beroep geacht wordt te zijn gekomen.

De vooraankondiging dient binnen zeven dagen te worden gevolgd door het indienen per aangetekend schrijven van het formele beroepschrift.
Niet-inachtneming van het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel kan niet- ontvankelijkheid van het beroep tot gevolg hebben.
Door het instellen van beroep wordt de tenuitvoerlegging van de uitspraak waartegen het beroep wordt ingesteld opgeschort, tenzij de voorzitter van de Commissie van Beroep anders besluit. Van dit besluit wordt elke belanghebbende vereniging schriftelijk in kennis gesteld.
De Commissie van Beroep regelt de wijze waarop het beroep zal worden behandeld. In ieder geval zal degene die beroep heeft aangetekend en de CW in de gelegenheid worden gesteld om inlichtingen te geven. Degene die in beroep is gekomen heeft het recht zich te laten bijstaan.
Van de uitspraak van de Commissie van Beroep wordt elke belanghebbende vereniging schriftelijk in kennis gesteld.
Indien het ingediende beroep ongegrond wordt verklaard, wordt de vereniging een bedrag van € 50 in rekening gebracht.
HOOFDSTUK X Dispensatie en publicatie
Artikelen met dispensatie

De CL kan van de volgende artikelen of onderdelen van artikelen dispensatie verlenen:

II-12

III-02, lid 2

III-03, lid 1 en lid 2

III-06, lid 1

8, lid 1 sub d III-12
1, sub a IV-04
IV-08, lid 1

IV-10, lid 1

VI-02, lid 1
De in het vorige lid genoemde artikelen of onderdelen van artikelen worden door een “D” in de marge naast het artikel of onderdeel van het artikel voorafgegaan.
Een verzoek om dispensatie dient door de belanghebbende vereniging schriftelijk en met redenen omkleed bij de CL te worden ingediend.
De CL stelt belanghebbende(n) schriftelijk in kennis van de beslissing op het dispensatieverzoek, waaraan voorwaarden kunnen worden verbonden.
Artikelen die publicatie vereisen
De besluiten, aangekondigd in de volgende artikelen of onderdelen van artikelen, worden in het bondsorgaan, het Wedstrijdbulletin en/of op de website van de KNLTB gepubliceerd:

II-01, lid 1 II-03

II-04, lid 1 en lid 6 II-05

II-06, lid 1

8, lid 1 en lid 3 II-14
1, lid 1 en lid 3
III-02, lid 1 laatste zin III-03, lid 4

III-04

III-16, lid 1 en lid 6

0, lid 2
De in het vorige lid genoemde artikelen of onderdelen van artikelen worden door een “P” in de marge naast het artikel of onderdeel van het artikel voorafgegaan.

HOOFDSTUK XI Slotbepalingen

Ingangsdatum van dit reglement

Dit reglement is in werking getreden op 1 april 2013.
Wijziging van dit reglement
Dit reglement kan uitsluitend worden gewijzigd door de ledenraad (Statuten artikel 21 lid 2).
Het bondsbestuur is bevoegd in dit reglement wijzigingen aan te brengen en deze voorlopig geldig te verklaren (Statuten artikel 21 lid 8).
Bijlage A Richtlijnen voor het spelen van partijen zonder scheidsrechter
Als een partij wordt gespeeld zonder scheidsrechter dienen de spelers zich aan de volgende regels te houden:

Iedere speler is verantwoordelijk voor alle beslissingen aan zijn kant van het net.
De speler moet onmiddellijk nadat de bal de grond buiten de lijn heeft geraakt “uit” of “fout” roepen en wel zo luid dat de tegenstander het kan horen.
Bij twijfel moet de speler zijn tegenstander het voordeel van de twijfel geven. Dit betekent dat – op banen waarop geen balafdruk is te zien – elke bal die niet met zekerheid “uit” kan worden gegeven, als “goed” moet worden beschouwd en dat het spel dus doorgaat.
Als een speler ten onrechte een bal “uit” geeft en zich dan realiseert

dat de bal “in” was, moet het punt de eerste keer worden overgespeeld, tenzij de bal voor hem onbereikbaar was (een “scorend punt”), in welk geval het punt voor de tegenstander is. Bij elke volgende onterechte “uit” call verliest de betrokken speler het punt.
De serveerder moet, hoorbaar voor de tegenstander, vóór iedere eerste service de stand afroepen.

Voor partijen gespeeld op gravelbanen en op andere baansoorten, waarop balafdrukken zijn te zien, dienen de spelers zich, in aanvulling op het bovenstaande, te houden aan de volgende regels:
Alleen de balafdruk van de laatste slag van een slagenwisseling mag worden gecontroleerd. Controleren van een balafdruk mag ook als een speler het spel onderbreekt maar in een reflex de bal nog heeft teruggeslagen.
Als een speler twijfelt aan de juistheid van een beslissing van zijn tegenstander kan hij hem vragen de balafdruk aan te wijzen. De speler mag dan naar de andere kant van het net gaan om die balafdruk te bekijken (dus niet om een andere balafdruk aan te wijzen!).
Als een speler de balafdruk uitveegt geeft hij daarmee aan dat het punt voor zijn tegenstander is.
Als de speler een bal “uit” geeft, moet hij, onder normale omstandigheden, in staat zijn om de balafdruk aan te wijzen.
Als een speler ten onrechte een bal “uit” geeft en zich dan realiseert dat de bal “in” was, verliest de speler die “uit” riep het punt.
Bijlage B Correct gedrag van spelers
Correct gedrag van een speler, zoals bedoeld in artikel III-18, lid 1, houdt onder meer in:

dat hij, na daartoe te zijn opgeroepen door de aanvoerder van de ontvangende ploeg of door de voor deze competitiewedstrijd aangewezen hoofdscheidsrechter, andere arbitragefunctionaris of competitiegedelegeerde, binnen 15 minuten gereed is om te spelen op de daarvoor aangewezen baan;
dat hij gekleed is in schone algemeen aanvaarde tenniskleding. Andere sport- of vrijetijdskleding is niet toegestaan, noch tijdens de partij, noch tijdens het inslaan. Wat onder “algemeen aanvaarde tenniskleding” dient te worden verstaan wordt jaarlijks in het Wedstrijdbulletin en op de website van de KNLTB bekend gemaakt;
dat hij schoeisel draagt dat speciaal voor tennis is ontworpen en dat de toplaag van de tennisbaan niet kan beschadigen; ten aanzien van een gravelbaan betekent dit dat de zool van het schoeisel vlak dient te zijn, doch een ingewerkt profiel mag hebben, waarbij de afzonderlijke profielranden niet verder uit elkaar mogen liggen dan maximaal 2 mm.

 

Onder correct gedrag wordt voorts verstaan dat een speler zich niet te buiten gaat aan:

opzettelijk tijdrekken (hieronder wordt onder meer verstaan het niet binnen 20 seconden hervatten van het spel nadat de arbitragefunctionaris of de competitiegedelegeerde daartoe opdracht heeft gegeven);
vloeken, schelden en dergelijke;
het (hoorbaar) uiten van onbehoorlijke taal;
het maken van obscene gebaren;
het uit woede en/of teleurstelling gooien met een racket of een ander uitrustingsstuk, dan wel het opzettelijk en krachtdadig beschadigen of vernielen van een racket, een ander

uitrustingsstuk of enige vaste hindernis, het net met toebehoren, de baan, de stoel van de scheidsrechter of van een

arbitrageassistent dan wel enig ander aanwezig voorwerp;
het uit woede wegtrappen, gooien of zonder noodzaak wegslaan van een bal, waaronder te verstaan is het opzettelijk wegslaan van een bal over de omheining of in de richting van enig persoon met een verwijtbaar gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef ten aanzien van de eventuele gevolgen;
het bedreigen of molesteren van, of het spuwen naar een tegenstander, official, toeschouwer of enig ander persoon (onder molesteren wordt onder meer verstaan het zonder toestemming overlast aandoen door aanraking van een persoon);
onsportief gedrag. Hieronder wordt onder meer verstaan het niet respecteren van de rechten van een tegenstander, het niet aanvaarden van de autoriteit van een official, het beledigen van een toeschouwer en elke andere vorm van niet-correct gedrag (wangedrag) van een speler, waardoor de goede naam van de tennissport wordt aangetast.

Bijlage C Strafpuntensysteem (SPS)
Het strafpuntensysteem geeft de scheidsrechter zoals bedoeld in artikel III-18 lid 3 de mogelijkheid wangedrag en opzettelijk tijdrekken te bestraffen.

Onder wangedrag wordt verstaan: gedragingen zoals vermeld in Bijlage B artikel 2 van dit reglement. Onder opzettelijk tijdrekken wordt verstaan: het opzettelijk overtreden van de in tennisspelregel 29 en Bijlage V van de Tennisspelregels toegestane tijdslimieten.
De op te leggen straffen zijn:

voor de eerste overtreding: een waarschuwing;
voor de tweede overtreding: puntverlies;
voor de derde en elke volgende overtreding: spelverlies.

Na de derde overtreding zal echter de arbitragefunctionaris bepalen of een volgende overtreding tot diskwalificatie (partijverlies) zal leiden.

Indien een zeer ernstige overtreding wordt begaan kan de arbitragefunctionaris beslissen over te gaan tot onmiddellijke diskwalificatie.
Met uitzondering van het bepaalde in lid 9 worden aan een speler die de gedragsregels overtreedt en hiervoor volgens het strafpuntensysteem wordt bestraft zogenaamde suspensiepunten gegeven en wel als volgt:

Waarschuwing 1 punt;

Puntverlies 2 punten, inclusief een reeds toegekend

suspensiepunt in verband met een waarschuwing;

Spelverlies 3 punten, inclusief reeds toegekende

suspensiepunten in verband met een waarschuwing én een puntverlies; elk volgend spelverlies 1 punt extra;

Diskwalificatie aantal reeds behaalde punten +1; minimaal 4

punten.
Suspensiepunten die in competitie- en toernooipartijen aan eenzelfde speler worden gegeven worden bij elkaar opgeteld.
Wanneer aan een speler vier of meer suspensiepunten zijn gegeven wordt dit bij de strafcommissie aanhangig gemaakt volgens de regels in het Tuchtreglement.
De strafcommissie doet uitspraak volgens de regels in het Tuchtreglement. Tegen deze uitspraak staat beroep open bij de Commissie van Beroep (Tuchtreglement).
Wanneer de strafcommissie uitspraak heeft gedaan in een bij haar aanhangig gemaakte zaak, vervallen die suspensiepunten naar aanleiding waarvan de betrokken speler voor de strafcommissie is gedaagd.
Suspensiepunten vervallen een jaar na de dag waarop de overtreding die aanleiding was tot het geven van die suspensiepunten werd begaan. Deze termijn wordt opgeschort op het moment dat een strafzaak aanhangig wordt gemaakt bij de strafcommissie.
De competitiegedelegeerde/arbitragefunctionaris bij een competitiewedstrijd is bevoegd bij wangedrag van onsportief, partijdig publiek de onder lid 2 van deze Bijlage genoemde straffen toe te passen bij de speler van de betreffende competitieploeg. Deze straffen worden onafhankelijk toegepast van de straffen door overtreding van de gedragsregels door de speler zelf. Op grond van de rapportage van de competitiegedelegeerde/ arbitragefunctionaris kan het bondsbestuur de vereniging, waartoe de competitieploeg van de bestrafte speler(s) behoort, dagen voor de strafcommissie (Tuchtreglement).
Het strafpuntensysteem geeft de arbitragefunctionaris ook de mogelijkheid onopzettelijke tijdsoverschrijdingen te bestraffen als een tijdsovertreding, achtereenvolgens met:

een waarschuwing
puntverlies;
puntverlies, enz., enz.
Deze straffen hebben geen consequenties voor het bepaalde in lid 3 t/m 9 van deze Bijlage.

Bijlage D Kledingreclamecode
De kledingreclamecode die voor een speler geldt tijdens de wedstrijd en tijdens het inspelen, houdt in dat reclame-uitingen en fabrikanten-logo’s op kleding, schoeisel en uitrusting moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

a. Een speler mag op elke mouw van zijn shirt, trui of trainingsjack één fabrikantenlogo van maximaal 52 cm², alsmede één uiting van maximaal 19,5 cm² dragen. Indien het fabrikantenlogo tekst bevat, mag deze tekst in het logo maximaal 26 cm² bedragen. Indien een speler mouwloze kleding draagt, mag hij de twee uitingen op de voorkant van het shirt hebben. Deze mogen elk maximaal 13 cm² bedragen.

Een speler mag op de voorkant, op de achterkant en/of op de kraag van zijn shirt, trui of trainingsjack dragen:

Twee fabrikantenlogo’s van maximaal 13 cm² elk d.w.z.:

of twee logo’s op de voorkant;
of één logo op de voorkant en één logo op de achterkant;
of één logo op de voorkant en één logo op de kraag;
of één logo op de achterkant en één logo op de kraag. Ofwel in plaats van twee logo’s van elk 13 cm²:
één fabrikantenlogo van maximaal 19,5 cm² op de voor- of achterkant of op de kraag.
Een speler mag op de voorkant en op de achterkant van zijn shirt, trui of trainingsjack één uiting van maximaal 300 cm² dragen.
Een speler mag op de voorkant of achterkant van zijn tennisbroek, haar tennisrok of trainingsbroek twee fabrikantenlogo’s van maximaal 13 cm² of één fabrikantenlogo van maximaal 19,5 cm² dragen. Indien spelers compressiebroeken (zgn. Lycra shorts) dragen, mogen zij bovendien hierop één fabrikantenlogo van maximaal 13 cm² dragen.
Een speler mag op elke sok fabrikantenlogo’s van elk maximaal 13 cm² dragen.
Een speler mag op elke schoen fabrikantenlogo’s dragen.
Een speler mag op zijn racket en op de snaren van zijn racket fabrikantenlogo’s hebben.
Een speler mag op zijn hoofddeksel, hoofdband of polsband één fabrikantenlogo van maximaal 13 cm² dragen.
Een speler mag op zijn tas, handdoek of ander uitrustingsstuk fabrikantenlogo’s dragen, alsmede op zijn tas twee afzonderlijke uitingen van elk maximaal 26 cm².
a. Een fabrikantenlogo is een bedrijfs- of product beeldmerk (onafhankelijk of dit geregistreerd is) dat als lapje stof, opdruk of borduursel op de kleding zit. Dit behoeft geen leverancierslogo te zijn. Een logo kan tekst bevatten.

b. Naast de in artikel 1 genoemde maximaal toegestane uitingen mag tevens de verenigingsnaam worden gevoerd in tekst en met embleem/logo. De verenigingsnaam/het embleem/logo mag aangebracht worden op de voorkant van het shirt, de trui en het trainingspak en mag maximaal 19 cm² bedragen.

KLEDINGRECLAMECODE
KLEDINGRECLAMECODE
Een speler, die de kledingreclamecode overtreedt, kan door de CL, de competitiegedelegeerde, de arbitragefunctionaris of de VCL worden opgedragen binnen 15 minuten zijn uitrusting aan te passen. Het niet opvolgen van zo’n opdracht kan onmiddellijke diskwalificatie tot gevolg hebben. Het binnenstebuiten dragen of afplakken van kleding is niet toegestaan.

Bijlage E Coachen
Overeenkomstig artikel III-19 is coachen tijdens een competitiewedstrijd toegestaan. Het begrip coachen omvat het in woord en/of gebaar geven van technische en/of tactische aanwijzingen. Aanmoedigen is geen coachen.

Coachen dient te geschieden volgens onderstaande regels.

a. Indien een arbitragefunctionaris aanwezig is:

Voor het begin van iedere partij dient aan de arbitragefunctionaris te worden opgegeven wie bij die partij als coach zal optreden.

b. Indien geen arbitragefunctionaris aanwezig is:

Voor het begin van iedere partij wordt aan de aanvoerder van de tegenpartij opgegeven wie bij die partij als coach zal optreden.
Coachen is alleen toegestaan door iemand die op de baan zit en dan uitsluitend wanneer van speelhelft wordt gewisseld (met uitzondering van een wissel tijdens een tiebreak).

De coach dient op de baan, naast en schuin achter de scheidsrechtersstoel, te zitten. Op andere wijze coachen is niet toegestaan, ook niet door het geven van tekens. Wanneer het spel wordt onderbroken en de speler verlaat het speelveld (bijvoorbeeld als verder spelen door weersomstandigheden niet mogelijk is) dan mag de speler door iedereen van advies worden voorzien. Wanneer een speler de baan verlaat voor een sanitaire stop is coaching niet toegestaan.
Indien meerdere partijen van een competitiewedstrijd tegelijk worden gespeeld, mogen de coaches bij deze partijen tussentijds onderling wisselen.

Tevens is het mogelijk dat voor deze partijen één persoon coach is. Deze coach mag dan uiteraard afwisselend bij de ene of bij een andere partij coachen. Het wisselen (en betreden) van baan door de coach is alleen toegestaan wanneer de spelers van speelhelft wisselen (tiebreak uitgezonderd).
De coach mag de scheidsrechter aanspreken (niet een lijnrechter), over een genomen beslissing. Ook kan de coach de scheidsrechter verzoeken een balinspectie te doen (de coach mag zelf geen balinspecties doen). De scheidsrechter moet op eventuele vragen van de coach antwoord geven. De speler kan zijn coach verzoeken om de scheidsrechter over een beslissing aan te spreken of de scheidsrechter te verzoeken een balinspectie te doen; hij kan niet zelf met de scheidsrechter in discussie gaan.
De coach dient zich correct te gedragen en mag uitsluitend tijdens het wisselen van speelhelft coachen.
Bij niet-correct gedrag van de coach heeft de hoofdscheidsrechter de bevoegdheid om een coach tweemaal een formele waarschuwing te geven.

Bij de derde overtreding wordt de coach verwijderd als coach van de aan de gang zijnde partij en/of volgende partijen; in dit geval mag de coach wel door een ander worden vervangen.
Indien bij een competitiewedstrijd geen arbitragefunctionaris aanwezig is, dienen de aanvoerders een eventueel geschil over onjuiste coaching gezamenlijk op te lossen.
Bijlage F Eisen tennisbanen
Voor het verkrijgen van het KNLTB-NOC*NSF keurmerk van tennisbanen, zoals bedoeld in artikel III-03, lid 2 dienen aanleg, renovatie en ombouw als volgt plaats te vinden :

De werkzaamheden worden door het NOC*NSF of gelijkwaardige instantie begeleid, inhoudende praktijk- en laboratoriumonderzoek.
De eindkeuring uitgevoerd door de keuringsinstantie omvat zowel een sporttechnische keuring als een reglementaire keuring.
De sporttechnische keuring vindt plaats op basis van de sporttechnische normen voor tennisbaanconstructies, die de volgende aspecten omvatten:

sportfunctionaliteit;
medische aspecten;
bruikbaarheid;
duurzaamheid;
beheersbaarheid.
De reglementaire keuring vindt in hoofdzaak plaats op basis van de Tennisspelregels, waarbij ten aanzien van de maatvoering van de uitlopen de volgende aanvullende bepalingen gelden:

Bij aanleg, renovatie of ombouw van banen dient de achteruitloop ten minste 6,40 m. en de zij-uitloop ten minste 3,66 m. te bedragen.
In afwijking van het bepaalde onder I. dient de tussenuitloop tussen twee naast elkaar gelegen banen ten minste 5,00 m. te zijn.
De zij- en achteruitlopen dienen vrij te zijn van obstakels (bijvoorbeeld lichtmasten en onderhoudsmateriaal), met uitzondering van:

de ruimte pal achter de netpaal ter grootte van 1,50 m² ten behoeve van de scheidsrechtersstoel;
aan beide zijden van het speelveld, maar zo dicht mogelijk bij de scheidsrechtersstoel een ruimte van max. 1,00 (b) x 2,00 (l) m. ten behoeve van spelersbanken. Deze spelersbanken moeten zo dicht mogelijk tegen de buitengrens van de uitloop bij de betreffende baan worden geplaatst.
Bij de aanwezigheid van een toegangspoort mogen deze ruimten worden verplaatst tot naast deze toegangspoort.

In de tussenuitloopruimten dienen deze ruimten zodanig in het midden van de uitloopruimte geplaatst te worden dat er aan weerszijden min. 2,00 m. resteert.
Op het bondsbureau van de KNLTB en bij NOC*NSF is een lijst verkrijgbaar van de bedrijven die de aanleg, renovatie en ombouw van tennisbanen onder keur van de KNLTB-NOC*NSF uitvoeren.
Bijlage G Taken en bevoegdheden van een Verenigingscompetitieleider (VCL)
De VCL heeft voor het begin van de competitie de volgende taken:

Het zich op de hoogte stellen van de inhoud van het CR en het Wedstrijdbulletin.
Het aan de KNLTB digitaal aanleveren van relevante informatie over elke thuiswedstrijd van ploegen van zijn vereniging. Deze informatie moet ten minste 8 dagen voor de datum van de betreffende wedstrijd gepubliceerd zijn op MijnKNLTB en dient in ieder geval het volgende te bevatten:

het tijdstip waarop met de betreffende competitiewedstrijd wordt begonnen en het tijdstip waarop de bezoekende ploeg wordt verwacht;
de naam en het telefoonnummer van de aanvoerder van de ontvangende ploeg;
de baansoort waarop de competitiewedstrijd zal worden gespeeld.
Het maken van een planning voor elke speeldag overeenkomstig artikel III-08, lid 1 sub d, met daarop voor iedere thuisspelende ploeg vermeld op welke banen die ploeg zijn partijen zal spelen.
Het doorgeven aan de aanvoerders van de ploegen van zijn vereniging van:

het wedstrijdprogramma;
een overzicht met adressen en telefoonnummers van de verenigingen met ploegen in dezelfde afdeling;
brieven, plattegronden etc., ontvangen van andere ploegen in dezelfde afdeling;
de wedstrijdformulieren en overige van de KNLTB ontvangen informatie.
Het informeren van de aanvoerders van de ploegen van zijn vereniging over de gang van zaken op de competitiedagen en over het CR en de Wedstrijdbulletins.

Deze informatie dient o.a. te gaan over:

het invullen van de wedstrijdformulieren en het elektronisch verzenden van de uitslagen aan de KNLTB;
tijdige aanwezigheid bij zowel thuis- als uitwedstrijden;
de gedrags-, kleding- en reclameregels;
de coaching;
de verantwoordelijkheden van de aanvoerder;
de baanindeling bij thuiswedstrijden.
De VCL heeft op de speeldagen de volgende verantwoordelijkheden (deze taken kunnen bij delegatie door anderen worden uitgevoerd):

zorgen dat het CR, de relevante Wedstrijdbulletins, de Tennisspelregels, de ballen en de EHBO-doos aanwezig zijn;
controle op de banen (o.a. nethoogte en enkelspelpaaltjes) en kleedkamers voor het begin van de speeldag;
de bezoekende ploegen ontvangen, zich als VCL bekend maken, iets vertellen over de gang van zaken en de ploeg introduceren bij de (aanvoerder van de) ontvangende ploeg;
het ontvangen en begeleiden van arbitragefunctionarissen en/of een competitiegedelegeerde (indien van toepassing);
controle op het door de aanvoerder controleren van de speelsterkte en (indien van toepassing) de leeftijd van de spelers van de tegenpartij;
controle houden op de onderhoudstoestand van de banen (o.a. wanneer beregend moet worden);
(eventueel) publicatie van tussenstanden van die dag gespeelde wedstrijden
bij wijziging van het banenschema (bijvoorbeeld door weersomstandigheden of uitloop van partijen) dit tijdig doorgeven aan de betreffende aanvoerders;
controle op de tijdige elektronische verzending van de uitslagen aan de KNLTB;
i.v.m. de weersomstandigheden beslissen (na overleg met parkeigenaar en/of groundsman) over het stopzetten en het hervatten van een wedstrijd;
toezicht houden op het naleven van de gedrags-, kleding- en reclameregels;
beslissen wat er moet gebeuren bij het niet op tijd aanwezig zijn van een ploeg of een speler (art. III-08, lid 2 en III-10, lid 1, 2 en 3).
controle op het door de aanvoerder oproepen van spelers voor een partij en het zo nodig opeisen van partijen wanneer spelers niet tijdig aan die oproep voldoen (III-09 en III-10)

 

De VCL heeft (direct) na de speeldagen de volgende taken:

het (eventueel) indienen van protesten bij de KNLTB overeenkomstig het CR;
het (eventueel) rapporteren aan de KNLTB van wangedrag dat zich heeft voorgedaan (art. III-18);
het voeren van correspondentie met de KNLTB over alle zaken die de competitie betreffen en het daarover informeren van zijn verenigingsbestuur.
Bijlage H Systeem van variabele begintijden van wedstrijden in de landelijke competitie
Wanneer een vereniging heeft gekozen voor het systeem van variabele begintijden van competitiewedstrijden is dit systeem van toepassing op alle thuisspelende ploegen gedurende de gehele competitie.

Bij het bepalen van de begintijd van de wedstrijd van een thuisspelende ploeg dient rekening te worden gehouden met de volgende voorwaarden:

als begintijd kunnen alleen worden gekozen hele of halve uren, niet vroeger dan 9.00 uur en niet later dan 14.00 uur, behoudens het bepaalde sub c. en d;
indien de reisafstand van de bezoekende ploeg 80 of meer kilometer bedraagt, mag geen begintijd vroeger dan 10.00 uur worden gekozen. Onder de reisafstand wordt verstaan de afstand over de weg tussen de parken van de betreffende verenigingen);
in de jeugdcompetities mag geen begintijd later dan 12.00 uur worden gekozen;
in de gemengde competitie mag, met uitzondering van de gemengde 35+-competitie, geen begintijd later dan 13.00 uur worden gekozen.
De VCL van de vereniging van een ontvangende ploeg is verplicht de begintijd van een wedstrijd van die ploeg te publiceren op MijnKNLTB. Deze informatie dient uiterlijk 8 dagen voor de betreffende speeldag te zijn doorgegeven. Indien deze informatie niet vóór de gestelde termijn

is doorgegeven dient de betreffende wedstrijd om 10.00 uur te beginnen.
Op elke competitiedag dient de VCL van de vereniging van de thuisspelende ploegen, dan wel een door hem aangewezen persoon, zich aan de bezoekende ploegen bekend te maken als degene, die de toewijzing van de banen regelt en de aanvoerders hierover informeert. In verband met deze regeling dient hij:

rekening houdende met de volgorde van de partijen die per competitiewedstrijd door aanvoerders van beide ploegen conform artikel III-13 zijn vastgelegd, een planning te maken voor alle partijen van de thuisspelende ploegen en wel zodanig dat:

voor elke partij anderhalf uur wordt gereserveerd;
elke ploeg steeds over ten minste één baan kan beschikken;
de laatste partij van een wedstrijd niet later dan om 18.00 uur kan beginnen;
conform artikel III-08, lid 1 sub d van het CR, wedstrijden bestaande uit 8, 6 resp. 5 partijen, in ten hoogste 5, 4 resp. 3 speelronden worden gespeeld.
Een nieuwe planning te maken indien door (weers) omstandigheden de partijen ten minste twee uur later worden gespeeld dan was gepland.

Bij deze nieuwe planning gelden de volgende randvoorwaarden:

afgebroken partijen hebben voorrang boven partijen die nog moeten beginnen;
partijen van ploegen met een reisafstand van meer dan 80 km hebben voorrang boven andere partijen;
het kunnen laten (af)spelen van alle (resterende) partijen van een bepaalde wedstrijd heeft voorrang boven het laten (af)spelen van slechts een deel van de (resterende) partijen in andere wedstrijden.
Zowel bij de onder a. als de onder b. bedoelde planning artikel III- 09 toe te passen.
Bijlage I Sanitaire onderbrekingen
Een speler mag tijdens een partij de baan gedurende een redelijke tijd verlaten voor sanitaire doeleinden dan wel – voor wat vrouwen betreft – het verwisselen van kleding.

Sanitaire onderbrekingen moeten in principe tijdens een setpauze worden opgenomen en mogen voor geen enkel ander doel worden gebruikt, ook niet voor coachen. Het verwisselen van kleding door vrouwen moet tijdens een setpauze plaatsvinden.

In het damesenkelspel heeft een speelster recht op twee onderbrekingen. In een herenenkelspel heeft een speler recht op één sanitaire onderbreking. In elke dubbelspelpartij mag elke ploeg in totaal twee onderbrekingen opnemen. Indien partners samen de baan verlaten, telt dit als een van de toegestane onderbrekingen.

Elke keer dat een speler om een sanitaire onderbreking vraagt en toestemming verkrijgt, wordt beschouwd als een van de toegestane onderbrekingen, ongeacht of de tegenstander de baan al dan niet heeft verlaten.

Elke sanitaire onderbreking die wordt opgenomen nadat het inspelen is begonnen, wordt beschouwd als één van de toegestane onderbrekingen. Een speler mag bovendien zonodig alle speelhelftwisselingen gebruiken voor sanitaire doeleinden.

Overschrijdt de betrokken speler echter de maximaal toegestane tijd van 90 seconden (bij speelhelftwisseling), resp. 2 minuten (bij setpauze), dan wordt hij volgens het Strafpuntensysteem (Bijlage C) direct gestraft voor het begaan van een gedragsovertreding.

Indien de gezondheidstoestand van een speler het noodzakelijk maakt dat hij op enig moment naar het toilet moet kunnen gaan, moet hij hierover vóór de partij contact opnemen met de arbitragefunctionaris dan wel de competitiegedelegeerde. Indien dit verzoek wordt ingewilligd moet de tegenstander hierover voor aanvang van de partij worden geïnformeerd.

Voorts kunnen er in het damestennis andere redenen zijn dat een speelster dringend de baan moet verlaten. In deze situaties kan de arbitragefunctionaris de speelster toestaan de baan te verlaten voor een onderbreking op een ander moment dan tijdens een setpauze, mits zij haar twee toegestane onderbrekingen nog niet heeft opgenomen.

Bijlage J Maximum boetes specifieke overtredingen en verzuimen CR
Artikel
Overtreding
Maximum boete (€)
II-06, lid 2
Niet spelen van een vastgestelde beslissingswedstrijd
115
II-16
Invullen gefingeerde uitslag
225
II-17
Weigeren medewerking aan competitieconsul
225
III-01, lid 1
Ploegen toevoegen/inschrijven na de sluitingsdatum
200
III-01, lid 5
Niet beschikken over gecertificeerde VCL
450
III-02, lid 3
Terugtrekken ploeg vóór publicatie van de indeling
115
III-02, lid 3
Terugtrekken ploeg ná publicatie van de indeling
225
III-06, lid 1
Onreglementair uitstellen van een competitiewedstrijd
115
III-8, lid 2
Te laat opkomen
115
III-10, lid 1b
Onvoltalligheid
115
III-10, lid 3
Niet opkomen
225
III-17
Onvolledig/niet tijdig insturen wedstrijdformulier
15
III-18, lid 2
Wangedrag spelers, coaches en/of begeleiders
225
IV-01, lid a en b
Niet speelgerechtigd
115
IV-02
Overtreding overschrijvingsbepalingen
45
IV-04
Spelen voor meer verenigingen (zonder dispensatie)
225
IV-07
Twee keer of vaker spelen in een hogere ploeg
115
IV-08
Zonder dispensatie spelen van meer wedstrijden in één week
115
IV-09
Niet speelgerechtigd bij een inhaalwedstrijd
115
IV-10
Niet speelgerechtigd bij een wedstrijd om het landskampioenschap
225
IV-11
Niet speelgerechtigd bij een beslissingswedstrijd
115
IV-12
Niet speelgerechtigd als junior
115
V-02
Onjuiste sterktevolgorde ploegen
115
V-03
Niet voldoen aan opstelling volgens sterkte binnen een ploeg
115
VI-02
Niet speelgerechtigd voor een wedstrijd om het landskampioenschap voor regio-

/districtcompetitie
115
LIJST VAN TREFWOORDEN
Aanvoerder I-02; II-08; hoofdstuk III, met name artikel III-07; IV-06; V-03;VII-01;
hoofdstuk VIII; Bijlagen B, E, G en H aanwezigheid ploeg II-17; III-08; III-14; Bijlage G accommodatie III-03; III-12; VIII-02; Bijlage F afspelen van partijen III-09; III-14; Bijlage H

algemeen reglement (AR) I-01; I-02 arbitrage(functionaris) I-02; II-03; II-08; III-05; III-18;

Bijlagen B t/m E, G en I

Ballen II-03; III-04 en Bijlage G
banen, aantal II-03; II-06; Bijlagen G en H

banen, eisen III-03; III-12; Bijlagen F en G begintijd, algemeen II-03; II-06; III-08; III-11; Bijlage H begintijd, variabele III-08; Bijlage H

beroepsprocedure hoofdstuk IX

beroep, commissie van I-02; II-08; IX-04; Bijlage C beslissingswedstrijd II-06; II-13; IV-11

boete hoofdstukken VIII en IX; Bijlage J

bondsbestuur I-02; I-04; II-02; XI-02; Bijlage C

bondskaarthouder I-02; VI-01

bondsorgaan I-02; I-03; X-02 bondsscheidsrechter zie: scheidsrechter

buitenlander I-02 (niet-Nederlandse tennisser); IV-03

Coachen III-19; Bijlagen E en G commissie van beroep zie: beroep
competitie en toernooien zie: gelijktijdigheid competitie en toernooien competitiecombinatie I-02; II-04; VI-01

competitieconsul I-02; II-17

competitiegedelegeerde I-02; II-08; III-05; III-18; Bijlagen B, C, D, G en

en I

competitieleider I-01; I-02; II-02

– CL (algemeen) I-01; I-02; II-02; II-06; II-13; II-16;

7; III-02; III-08; III-09;
0; III-12; III-18; VII-01; VII-02; VIII-01; IX-01; IX-02; IX-03; X-01; Bijlage D

LCL (landelijk) I-01; I-02; II-02; IV-03
RCL/DCL

(regio/district) I-01; I-02
VCL (vereniging) zie: verenigingscompetieleider
competitieprogramma I-02; II-06; III-01; III-06; III-14; IV-09; VII-02 competitiesoort I-02; II-03; II-04; II-14; V-02; V-04; VI-01

competitieweek I-02; IV-08

correct gedrag III-18; Bijlage B, C en G; zie ook: wangedrag commissie wedstrijdtennis

(CW) I-01

Degradatie II-03; II-06; II-13; II-15
dispensatie(s) II-03; IV-04; IV-07; IV-08; IX-01; X-01

domicilie zie: tennisdomicilie

dubbelcompetitie V-02

Geldige ledenpas zie: ledenpas gelijktijdigheid competitie en
toernooien IV-12

Hogere ploeg I-02; IV-07; IV-10; V-02; VI-02
hogere klasse I-02; II-04

hoofdscheidsrechter zie: scheidsrechter

Inhaalwedstrijd I-02 ; II-03; II-06; IV-09 inschrijving competitie II-03; III-01; III-03 inspelen II-07; Bijlage D; Bijlage I internationale ranglijstpositie IV-03
invallen zie: speelgerechtigdheid

Junior I-02
Kampioen van Nederland II-14 klassenvolgorde I-02; II-03
kleding III-20; Bijlagen B, D en I

kledingreclame zie: reclame

kunstlicht III-03; III-12

Lagere ploeg I-02; V-02; V-04 landelijke commissie
wedstrijdtennis (LCW) I-01; I-02; III-03; III-04; III-16; III-20; IV-02;
0; VI-01;
landelijke werkgroep

arbitrage (LWA) I-01; I-02 landskampioenschap II-03; II-06; IV-10; VI-02 ledenpas I-02; II-17; III-14; IV-01; V-01

lidmaatschap I-02; IV-01; IV-02

Maximaal aantal partijen
per speler II-03

Niet-correct gedrag zie: correct gedrag niet-Nederlandse tennisser IV-03
niet-ontvankelijkheid III-04; III-14; VII-01; VII-02; IX-01; IX-02;

IX-04

niet opkomen II-06 ; III-10

Onderzoek II-08; III-18; hoofdstuk VII; Bijlage F
onvoltallig(heid) III-10; III-14; III-16

opstelling zie: ploegopstelling

overschrijving IV-02

Ploegopstelling I-02; II-17; III-13 t/m 16; V-03; V-04 zie ook: uitwisseling ploegopstelling
promotie II-03; II-04; II-06; II-13; II-15

promotieverzoek II-04

protest II-08; III-04; III-12; III-14; VII-02; Bijlage G

publicatie(s) I-03; X-02; Bijlage G

Reclame III-20; Bijlage D en G

regen zie: weersomstandigheden regio-/districtscompetitie I-02; hoofdstuk VI rolstoeltennis IV-05

Scheidsrechter I-02; II-08; III-05; III-18;

Bijlagen A t/m E en G en I

hoofd- I-02; II-08; III-18 Bijlagen B en E

bonds- I-02; II-08;

schoeisel Bijlagen B en D

senior I-02; II-05; III-09

speelgerechtigdheid III-02; III-14; IV-09 t/m 12; VI-02 speelsterkte I-02; III-13; III-14; IV-03; V-01 t/m 03; VII-01;

Bijlage G

spelregels I-02; II-07; IV-05; zie ook: tennisspelregels

spelsoorten I-02; II-03; III-10 SPS (strafpuntensysteem) III-18; Bijlagen C en I sterktevolgorde I-02; V-02; V-03

straf(fen) II-16; III-01; III-02; III-10; III-12; III-18; IV-03;

VIII-01 VIII-02; IX-01; IX-03; Bijlagen C en I

strafbepalingen hoofdstuk VIII

strafcommissie I-02; VIII-03; Bijlage C

Tennisdomicilie I-02

Tennisspelregels I-02; II-03; II-07; III-03; III-19; III-20; Bijlagen

C, F en G

Terrein II-13; III-08; III-09; III-12; III-18

toernooien en competitie zie: gelijktijdigheid competitie en toernooien tuchtreglement I-02; VIII-03; Bijlage C

Uitwisseling ploegopstelling III-14; zie ook: ploegopstelling
Verenigingscompetitieleider I-02; I-04; III-01; III-07; III-08; III-18; (VCL) IV-04; IV-05; VII-01; VII-02; VIII-02; IX-01;
Bijlagen D, G en H

veteraan I-02

volgorde,

van partijen III-13; Bijlage H
van de eindstand II-13
van competitieklassen I-02; II-03
van speelsterkte III-10; V-01; V-03; VII-01
van ploegen V-02
Wangedrag III-18; Bijlagen B, C en G; zie ook: correct gedrag
wedstrijdbulletin I-02; I-03; II-01; II-03; III-03; III-07;

III-08; III-09; X-02 Bijlagen B

en G

wedstrijdformulier I-02; II-06; II-17; III-08; III-09; III-14;

III-16; IV-06; Bijlage G

weersomstandigheden II-06; II-07; III-09; III-11; III-16; Bijlage E en

G

wedstrijdschema II-05

werkgroep arbitrage (WA) zie: landelijke werkgroep arbitrage (LWA)

KONINKLIJKE NEDERLANDSE LAWN TENNIS BOND

COMPETITIEREGLEMENT 2013

UITGAVE 2013

38e druk

Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond Postbus 1617

3800 BP Amersfoort

INHOUDSOPGAVE

  1. Definities, algemene bepalingen en afkortingen 5

    1. Competitiereglement 5
    2. Definities en afkortingen 5
    3. Aanduidingen in de marge 10
    4. Bijlagen 10
  2. Organisatie van de competitie 12

    1. Soorten competities 12
    2. Beslissingsbevoegdheden inzake de competities 12
    3. Data, klassen en afdelingen, aantal partijen en spelers, promotie en degradatie,landskampioenschap, aantal banen, begintijden, klassenvolgorde en telmethoden 12
    4. Indeling van de ploegen 13
    5. Wedstrijdschema 13
    6. Competitieprogramma 14
    7. Spelregels en rustperioden 15
    8. Competitiegedelegeerde en arbitragefunctionarissen 15
    9. Winnen, verliezen of gelijkspelen van een competitiewedstrijd 16
    10. Winstpunten en opmaken van de competitiestand 1611 Eerste en laatste plaats 16
      1. Terugtrekking en uitsluiting van deelname 17
      2. Onderlinge volgorde bij gelijk aantal winstpunten 17
      3. Kampioen van Nederland, een regio of een district 18
      4. Promotie en degradatie 18
      5. Niet (uit)spelen van een competitiewedstrijd 18
      6. Consul competitie 18
  3. Verplichtingen van de verenigingen, de aanvoerders

    en de ploegen 19

    1. Inschrijving van competitieploegen en verplichting tot het hebben van een gecertificeerdeverenigingscompetitieleider (VCL) 19
    2. Terugtrekking en uitsluiting competitieploegen 19
    3. Eisen banen en accommodatie 20
    4. Ballen 20
    5. Arbitrage 21
    6. Speeldatum 21
    7. Aanvoerder 21
    8. Begintijd en planning van een competitiewedstrijd 22
    9. Spelen en afspelen van competitiepartijen 23
    10. Onvoltalligheid, niet speelklaar zijn en niet opkomen 23
    11. Wachten bij slechte weersomstandigheden 24
    12. Terrein, banen en kunstlicht 25
    13. Volgorde van de partijen 25
    14. Uitwisseling van ploegopstelling en tonen ledenpas 26
    15. Uitvallen van een speler 27
    16. Wedstrijdformulier 27
    17. Inzenden wedstrijduitslagen 28
    18. Correct gedrag van spelers 28
    19. Coachen 28
    20. Reclame 29
  4. Gerechtigd zijn om in een competitiewedstrijd te

    spelen 30

    1. Ledenpas en lidmaatschap 30
    2. Overschrijvingsbepalingen 30
    3. Niet-Nederlandse tennissers 30
    4. Spelen voor meer verenigingen 31
    5. Rolstoeltennissers 31
    6. In een ploeg hebben gespeeld of geacht wordente hebben gespeeld 31
    7. Aantal malen dat in hogere ploeg mag wordengespeeld 32
    8. Aantal malen dat in een competitieweek mag worden gespeeld 32
    9. Speelgerechtigdheid bij inhaalwedstrijden 32
    10. Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap 32
    11. Speelgerechtigdheid bij een beslissingswedstrijd 33
    12. Gelijktijdigheid competitie en toernooien 3314. Begeleiding juniorenploegen 33
  5. Opstelling volgens sterkte van ploegen en van spelers 34

    1. Puntentoekenning aan de spelers 34
    2. Sterktevolgorde van ploegen 34
    3. Opstelling binnen een ploeg 35
    4. Ploegopstelling laatste twee speeldagen 35
  6. Regio- en Districtscompetities 36

    1. Deelname aan regio- en districtscompetities 36
    2. Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap door de kampioenen van deregio- en districtscompetities 36
  7. Onderzoeken en protesten 37

    1. Verzoek aan de CL om een onderzoek in te stellen 37
    2. Het indienen van een protest bij de CL 37
  8. Strafbepalingen 39

    1. Straffen die de CL kan opleggen 39
    2. Straffen die de CW kan opleggen 39
    3. Berechting door de strafcommissie 40
  9. Beroepsprocedures 41

    1. Beroep bij de CW tegen uitspraak CL 41
    2. Behandeling beroep door de CW 41
    3. Uitspraken die de CW kan doen 41
    4. In beroep gaan tegen uitspraak CW 42
  10. Dispensatie en publicatie 43

    1. Artikelen met dispensatie 43
    2. Artikelen die publicatie vereisen 43
  11. Slotbepalingen 45

    1. Ingangsdatum van dit reglement 45
    2. Wijziging van dit reglement 45

Bijlage A: Richtlijnen voor het spelen van partijen zonder scheidsrechter 46

Bijlage B: Correct gedrag van spelers 47

Bijlage C: Strafpuntensysteem (SPS) 49

Bijlage D: Kledingreclamecode 51

Bijlage E: Coachen 53

Bijlage F: Eisen tennisbanen 55

Bijlage G:Taken en bevoegdheden van een verenigingscompetitieleider (VCL) 57

Bijlage H: Systeem van variabele begintijden van wedstrijden

in de landelijke competitie 59

Bijlage I : Sanitaire onderbrekingen 61

Bijlage J: Maximum boetes specifieke overtredingen en verzuimen CR 62

Lijst van trefwoorden 63

HOOFDSTUK I Definities, algemene bepalingen en afkortingen

    1. Competitiereglement
      1. Dit reglement is genaamd: het Competitiereglement van de KNLTB.
      2. De inhoud van dit reglement mag niet in strijd zijn met de Statuten, noch met het Algemeen Reglement (AR) van de KNLTB.
      3. Volgens het gestelde in artikel 16 lid 6 van het AR wordt in het Eredivisiereglement alles vermeld wat betreft de organisatie van en de deelname aan de landelijke Eredivisie competitie.
      4. Wanneer in dit reglement voor een persoon de mannelijke vorm van een zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, wordt tevens de vrouwelijke vorm hiervan bedoeld, tenzij uit de strekking van het artikel anders blijkt.
      5. a. Waar dit reglement spreekt over Commissie Wedstrijdtennis (CW) wordt daaronder verstaan de Landelijke Commissie Wedstrijdtennis (LCW), de Regio Commissie Wedstrijdtennis (RCW) en de Districtscommissie Wedstrijdtennis (DCW).
        1. Waar dit reglement spreekt over Competitieleider (CL) wordt daaronder verstaan de Landelijke Competitie Leider (LCL), de Regio Competitie Leider (RCL) en de Districts Competitie Leider (DCL).
        2. Waar dit reglement spreekt over Werkgroep Arbitrage (WA) wordt daaronder verstaan de Landelijke Werkgroep Arbitrage (LWA), de Regio Werkgroep Arbitrage (RWA) en de Districtswerkgroep Arbitrage (DWA).
    2. Definities en afkortingenIn dit reglement wordt, voor zover daarin niet uitdrukkelijk anders is bepaald, verstaan onder:
      1. a. ITF: Internationale Tennis Federatie.
        1. KNLTB: Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond.
        2. Bond: KNLTB.
        3. Statuten: de Statuten van de KNLTB.
        4. Algemeen Reglement (AR): het Algemeen Reglement van de KNLTB.
        5. Competitiereglement (CR): het reglement bedoeld in artikel 16 lid 4 van het AR.
        6. Reglement voor de Tennisarbitrage (TAR): het reglement bedoeld in artikel 16 lid 7 van het AR.
        7. Spelregels: de regels, vastgesteld door de ITF in de Engelse taal, volgens welke het tennisspel dient te worden gespeeld.
        8. Tennisspelregels: de officiële door de KNLTB gepubliceerde vertaling van de door de ITF vastgestelde spelregels.
        9. Tuchtreglement: het Reglement bedoeld in artikel 16 lid 11 van het AR.
      2. a. Bondsbestuur: het bondsbestuur van de KNLTB.
        1. Landelijke Commissie Wedstrijdtennis (LCW): een commissie ingesteld door het bondsbestuur, belast met de in artikel 17 van de Statuten bedoelde taken, voor zover deze betrekking hebben op competities, wedstrijden en toernooien.
        2. Landelijke Competitieleider (LCL): de door het bondsbestuur benoemde functionaris, die onder verantwoordelijkheid van de LCW is belast met de uitvoering van de organisatie van de landelijke competitie en die ook de bevoegdheden heeft, genoemd in artikel II- 02, lid 4 en IV-03, lid 3.
        3. Landelijke Werkgroep Arbitrage (LWA): een werkgroep van de LCW, belast met de in artikel 17 van de Statuten bedoelde taken, voor zover deze betrekking hebben op de arbitrage bij wedstrijden.
        4. Strafcommissie: de commissie, bedoeld in artikel 15 lid 2 sub
          1. van het AR.
        5. Commissie van Beroep: de commissie, bedoeld in artikel 15 lid 2 sub b. van het AR.
        6. Districtsbestuur: het bestuur, bedoeld in artikel 16 lid 5 van de Statuten.
        7. Districts Commissie Wedstrijdtennis (DCW): een commissie ingesteld door het districtsbestuur en belast met de in artikel 17 van de Statuten bedoelde taken, voor zover deze betrekking hebben op competities , wedstrijden en toernooien.
        8. Regio-/Districtscompetitieleider (RCL/DCL): de door een (aantal) districtsbestu(u)r(en) benoemde functionaris, dieonder verantwoordelijkheid van de commissie(s) Wedstrijdtennis van die regio c.q. dat district met de uitvoering van de organisatie van de regio-/districtscompetitie is belast.
        9. Districts Werkgroep Arbitrage (DWA): een werkgroep van de commissie Wedstrijdtennis in het district, belast met de in artikel 17 van de Statuten bedoelde taken, voor zover deze betrekking hebben op de arbitrage bij wedstrijden.

         

      3. a. Bondsjaar: de periode van één januari tot en met eenendertig december.
        1. Bondsorgaan: het tijdschrift, bedoeld in artikel 1 van het Reglement Begripsbepalingen KNLTB.
        2. Wedstrijdbulletin: een bulletin, dat mededelingen en aanvullende regelgeving bevat met betrekking tot de organisatie van competities en/of toernooien en dat jaarlijks uitgegeven wordt door de landelijke organisatie, de regio’s en/of de districten.
        3. Bondskaarthouder: degene, die zonder lid van de KNLTB te zijn, mag deelnemen aan één of meer door de KNLTB goedgekeurde wedstrijden en die als zodanig door de KNLTB is ingeschreven.
        4. Ledenpas: het jaarlijks door de KNLTB aan elk van zijn leden af te geven bewijs van lidmaatschap met daarop vermeld: het jaartal van het lopende bondsjaar, het bondsnummer, de naam, voorletters, geslacht en geboortedatum van de speler en zijn speelsterkte in het enkel- en dubbelspel.De ledenpas is alleen geldig voor deelname aan competities indien ook het verenigingsnummer van de vereniging waarvoor die speler uitkomt erop vermeld staat en de pas is voorzien van een gelijkende pasfoto van de speler.
        5. Wedstrijdformulier: het (elektronische) formulier waarop de door de LCW verlangde gegevens betreffende het resultaat van een competitiewedstrijd worden vermeld.
        6. Junior: de speler die in het lopende bondsjaar 17 jaar wordt of jonger is.
        7. Senior: de speler die in het lopende bondsjaar 18 jaar wordt of ouder is.
        8. Veteraan: de senior die in het lopende bondsjaar 35 jaar wordt of ouder is.

         

      4. a. Competities: de jaarlijks door de KNLTB georganiseerde wedstrijden voor ploegen van verenigingen en vangevormde combinaties van verenigingen en andere combinaties, te onderscheiden in de landelijke competities en de regio- en districtscompetities.De KNLTB competities omvatten de voorjaarscompetitie, de zomercompetitie, de najaarscompetitie, de indoorcompetitie en de winter outdoorcompetitie.
        1. Competitiewedstrijd: een wedstrijd van de onder lid 4 sub a bedoelde competities, bestaande uit een aantal competitiepartijen.
        2. Competitiepartij: een partij die deel uitmaakt van een competitiewedstrijd.
        3. Competitieprogramma: het geheel van competitie-indeling en wedstrijden per speeldag voor een bepaalde competitie.
        4. Competitiesoort: een jaarlijks door de KNLTB georganiseerde reeks van wedstrijden voor ploegen van verenigingen en/of combinaties van verenigingen op een bepaalde dag en/of tijdstip, met bepaalde competitiepartijen.
        5. Klasse: sterkte-aanduiding binnen een competitiesoort.
        6. Afdeling: een groep van een aantal aan de competitie deelnemende ploegen, uitkomend in een klasse.
        7. Inhaalwedstrijd: competitiewedstrijd, die geheel of gedeeltelijk op een latere datum dan die van het competitieprogramma of het gewijzigde competitieprogramma wordt gespeeld.
        8. Hogere klasse: een klasse, die in de jaarlijks door de LCW op te maken volgorde van afnemende sterkte, een hogere plaats inneemt.
        9. Hogere ploeg in het geval van de gepubliceerdeklassenvolgorde (art.II-03, lid m): een ploeg van een vereniging, die een gemiddelde sterkte heeft die meer dan 0,5 punt minder isdan de gemiddelde sterkte van een lagere ploeg van die vereniging.

          Hogere ploeg in het geval van de sterktevolgorde van ploegen (art. V-02): een ploeg van dezelfde vereniging, die in dezelfde competitiesoort speelt, maar in een hogere klasse of in dezelfde klasse maar met een lager ploegnummer.

        10. Klassenvolgorde: de jaarlijks door de LCW vast te stellen volgorde in klassen op basis van afnemende speelsterkte.
        11. Scheidsrechter: degene, die een partij leidt, het toezicht heeft op de naleving van de spelregels, de stand afroept en de puntentelling bijhoudt.
        12. Bondsscheidsrechter: scheidsrechter, die is benoemd tot bondsscheidsrechter volgens de regels vermeld in het Reglement voor de Tennisarbitrage.
        13. Hoofdscheidsrechter: bondsscheidsrechter, die namens de CWis belast met de algehele leiding van de arbitrage bij een bepaalde competitiewedstrijd.
        14. Arbitragefunctionaris: de door de CW aangewezen functionaris, die belast is met de algehele leiding van een competitiewedstrijd en aan wie specifieke bevoegdheden kunnen worden toegekend.
        15. Lijnrechter: degene die de scheidsrechter bij het leiden van een partij behulpzaam is.
        16. Competitiegedelegeerde: de namens de CW aangewezen functionaris die belast is met de algehele leiding van een competitiewedstrijd en aan wie specifieke bevoegdheden kunnen worden toegekend.
        17. Competitieconsul: de door of namens de LCW aangewezen functionaris die, als gevolmachtigd vertegenwoordiger van de competitieleider, is belast met het toezicht op de naleving van de regels uit het CR en de Wedstrijdbulletins.

         

      5. a. Verenigingscompetitieleider (VCL): degene, die onder verantwoordelijkheid van het bestuur van zijn vereniging, belast is met de uitvoering van de organisatie van eenbepaalde competitie en in het bezit is van een geldig VCL- certificaat en de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
        1. Aanvoerder: degene, die al dan niet zelf meespelend in een ploeg, de ploeg vertegenwoordigt tegenover de KNLTB en de tegenpartij en zich als zodanig kenbaar heeft gemaakt.
        2. Ploegopstelling: opgave van de namen van de spelers,die in een bepaalde competitiewedstrijd in de verschillende spelsoorten uitkomen, in volgorde van afnemende speelsterkte in die spelsoorten.
        3. Speelsterkte: de tennisvaardigheid ingeschaald in een bandbreedte variërend van 1 tot en met 9. De toekenning wordt jaarlijks bepaald aan de hand van een speelsterktesysteem. Dit systeem wordt jaarlijks door de LCW vastgesteld en gepubliceerd in het Wedstrijdbulletin en op de website van de KNLTB.

        e. Categorie 1-, 2-, 3-, 4-, 5-, 6-, 7-, 8-, 9-enkelspelspeler: degene, aan wie namens de LCW voor het enkelspel deze speelsterkteaanduiding is gegeven.

        f. Categorie 1-, 2-, 3-, 4-, 5-, 6-, 7-, 8-, 9-dubbelspelspeler: degene, aan wie namens de LCW voor het dubbelspel deze speelsterkteaanduiding is gegeven.

         

      6. a. Tennisbaan: het speelveld, zoals beschreven in regel 1 van de Tennisspelregels, alsmede de uitlopen achter de achterlijnen en naast de zijlijnen van het speelveld.
      1. Speelvlak: het materiaal, waarvan de toplaag van een tennisbaan is vervaardigd.
      2. Spelsoorten: meisjes-/damesenkelspel, jongens-/ herenenkelspel, meisjes-/damesdubbelspel, jongens-/herendubbelspel en gemengddubbelspel.
      3. Competitieweek: de week van maandag tot en met zondag, waarin de door de CL vastgestelde datum van de competitiewedstrijd valt.
      4. Tennisdomicilie: het domicilie dat een speler geacht wordt te hebben als gevolg van:
        1. de plaats van vestiging van de vereniging, waarin hij voorjaarscompetitie speelt.of, als (1) niet van toepassing is:
        2. de plaats van vestiging van de vereniging, waarvan hij lid is.of als (1) en (2) niet van toepassing zijn:
        3. de gemeente, waarin hij woonachtig is.In afwijking van het bepaalde onder (1) en (2) kunnen de betreffende districtsbesturen na onderling schriftelijk overleg een speler toestaan zijn domicilie te kiezen in de plaats waar hij woonachtig is. Indien hij geen voorjaarscompetitie speelt en van meer dan één vereniging lid is, dient hij zelf aan te geven welke vereniging bepalend is voor zijn tennisdomicilie.
      5. Nederlandse tennisser: de speler met de Nederlandse nationaliteit, tenzij hij in overeenstemming met de bepalingen van de ITF een andere tennisnationaliteit heeft verkregen; alsmede de speler met een andere nationaliteit, maar die ten minste de laatste drie jaren daadwerkelijk in Nederland gevestigd is geweest en die met goedkeuring van het bondsbestuur de Nederlandse tennisnationaliteit heeft gekozen door het afleggen van een schriftelijke verklaring aan dat bestuur.
      6. Competitiecombinatie: een met goedkeuring van het Bondsbestuur gevormde combinatie van verenigingen, met

      als doel om met alle ploegen van deze verenigingen onder één gezamenlijke naam deel te nemen aan de competitie.

    3. Aanduidingen in de marge
      1. De aanduiding “D” in de marge naast een artikel of een onderdeel van een artikel betekent dat van het aldaar bepaalde dispensatie door de CL mogelijk is.
      2. De aanduiding “P” in de marge naast een artikel of een onderdeel van een artikel betekent dat publicatie van de aldaar aangekondigde beslissing in het bondsorgaan dan wel in het Wedstrijdbulletin of op de website van de KNLTB dient te geschieden.

      Wanneer de desbetreffende aanduiding ter hoogte van het nummer van het artikel is geplaatst, heeft de aanduiding betrekking op het gehele artikel.

      Wanneer de desbetreffende aanduiding ter hoogte van een bepaald lid of een bepaalde alinea is geplaatst, heeft de aanduiding alleen betrekking op dat lid of die alinea van het artikel.

    4. Bijlagen

De inhoud van deze bijlagen wordt vastgesteld door het bondsbestuur, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de overeenkomstige internationale regelgeving.

  1. In Bijlage A zijn opgenomen de richtlijnen voor het spelen van partijen zonder scheidsrechter.
  2. In Bijlage B is opgenomen wat onder correct gedrag wordt verstaan.
  3. In Bijlage C is het strafpuntensysteem (SPS) opgenomen.
  4. In Bijlage D is de kledingreclamecode opgenomen.
  5. In Bijlage E is de regeling met betrekking tot coaching opgenomen.
  6. In Bijlage F is opgenomen hoe het KNLTB-NOC*NSF keurmerk voor tennisbanen kan worden verkregen.
  7. In Bijlage G is opgenomen wat de taken en bevoegdheden van een verenigingscompetitieleider (VCL) zijn.
  8. In Bijlage H is het systeem van variabele begintijden van competitiewedstrijden opgenomen.
  9. In Bijlage I is de regeling met betrekking tot sanitaire onderbrekingen opgenomen.
  10. In Bijlage J is de regeling met betrekking tot maximum boetes specifieke overtredingen en verzuimen CR opgenomen.

HOOFDSTUK II Organisatie van de competitie

    1. Soorten competities

      P 1. De KNLTB organiseert jaarlijks verschillende soorten competities die in Wedstrijdbulletins en op de website van de KNLTB worden gepubliceerd.

      2. Wanneer in dit reglement wordt gesproken over de competities, dan worden alle (soorten) competities bedoeld, georganiseerd door de landelijke organisatie, de regio’s en de districten, tenzij uit de strekking van het artikel anders blijkt.

    2. Beslissingsbevoegdheden inzake de competities
  1. Behoudens hetgeen krachtens het bepaalde in de Statuten (art.12, lid 1 sub c, d en h) tot de bevoegdheden van het bondsbestuur behoort, is uitsluitend de CW, ieder voor zijn eigen competitiegebied, tot het nemen van beslissingen bevoegd, tenzij dit reglement anders bepaalt.
  2. Besluiten van de CW worden slechts genomen na overleg met de CL.
  3. In gevallen die niet zijn geregeld in dit reglement beslist de CL.
  4. In gebiedsoverschrijdende gevallen beslist de LCL.

P II-03 Data, klassen en afdelingen, aantal partijen en spelers, promotie en degradatie, landskampioenschap, aantal banen, begintijden, klassenvolgorde en telmethoden.

De CW bepaalt jaarlijks:

  1. de uiterste inschrijfdatum voor een competitie;
  2. de data van de competitie- en de inhaalwedstrijden en van de wedstrijden om het landskampioenschap;
  3. de verschillende klassen in de betreffende competitie;
  4. het aantal ploegen (bij voorkeur 8) per afdeling en het inschrijfgeld per ploeg;
  5. het aantal partijen in de verschillende spelsoorten per competitiesoort per klasse;
  6. welke en hoeveel partijen een speler mag spelen in een competitiewedstrijd (Wedstrijdbulletin);
  7. de promotie- en degradatieregeling;
  8. het minimum aantal buitenbanen waarover een vereniging op de competitiedag moet beschikken in verband met het aantal thuisspelende ploegen van die vereniging, rekening houdende met de verschillende klassen per competitiesoort waarin deze spelen;
  9. welke regeling met betrekking tot het begintijdstip van een competitiewedstrijd geldt;
  10. regels met betrekking tot het spelen van wedstrijden om het lands-, regio- en districtskampioenschap;
  11. welke regeling geldt met betrekking tot telmethoden, conform de tennisspelregels 5, 6 en 7 en Bijlage IV van de Tennisspelregels, in de verschillende spelsoorten en per klasse;
  12. voor elke klasse in elke competitiesoort het aantal nieuwe ballen, dat de ontvangende vereniging per wedstrijd ter beschikking moet stellen;
  13. de klassenvolgorde;
  14. de voorwaarden voor dispensatie om aan een bepaalde competitie te mogen meedoen;
  15. voor welke klassen of competitiewedstrijden een competitie- gedelegeerde of arbitragefunctionaris wordt aangewezen.

II-04 Indeling van de ploegen

P 1. De CW bepaalt de verdeling van de voor een competitiesoort ingeschreven ploegen over de klassen en de afdelingen en maakt deze indeling uiterlijk drie weken voor het begin van de competitie bekend.

  1. De indeling van de ploegen in de verschillende klassen geschiedt met inachtneming van de eindstanden en de promotie- en degradatieresultaten van het voorafgaande bondsjaar.
  2. Een ploeg, die in het voorafgaande bondsjaar niet aan de betreffende competitie heeft deelgenomen, wordt ingedeeld in de laagste klasse.
  3. De CW kan een ploeg in een hogere klasse indelen op basis van een door de vereniging ingediend gemotiveerd promotieverzoek of wanneer het aantal vrije plaatsen in een klasse het aantal promotieverzoeken overtreft. Op verzoek van een vereniging kan een ploeg ook in een lagere klasse worden ingedeeld.
  4. Bij fusie of combinatie van twee of meer verenigingen behoudt de nieuwe vereniging of combinatie het recht te spelen in de klassen, waarin de oude verenigingen speelden. Bij splitsing van een vereniging in twee of meer nieuwe verenigingen of bij beëindiging van een competitiecombinatie beslist de CW over de indeling van de ploegen.

P 6. De CW heeft de bevoegdheid aanvullende regels op te stellen.

P II-05 Wedstrijdschema

  1. De CW stelt het schema vast voor het spelen van competitiewedstrijden. In iedere afdeling speelt in beginsel elke ploeg tegen elke ander ploeg één wedstrijd, waarbij de aantallen uit- en thuiswedstrijden van die ploegen ten hoogste één verschillen.
  2. De CW kan een afwijkend schema vaststellen voor bijzondere doelgroepen (bijvoorbeeld jonge jeugd of senioren plus).
    1. Competitieprogramma

      P 1. De CL is belast met de samenstelling van het (gewijzigde) competitieprogramma. Het gehele programma wordt uiterlijk veertien dagen voor het begin van de betreffende competitie op de website van de KNLTB bekendgemaakt.

      Na deze bekendmaking kan de CL wijzigingen aanbrengen in het competitieprogramma. De mededeling omtrent een wijziging moet ten minste tweemaal vier en twintig uur voor het begin van de wedstrijd door de CL rechtstreeks aan de betrokken verenigingen zijn bekendgemaakt.

      1. Competitiewedstrijden, inhaalwedstrijden, beslissingswedstrijden en wedstrijden om het landskampioenschap worden als regel op de vaste wedstrijddag gespeeld.De CL kan deze wedstrijden op een andere dag of dagdeel vaststellen. Een dergelijke vaststelling geschiedt steeds na overleg tussen de betrokken Competitieleiders en met instemming van de betreffende verenigingen.De CL kan hierbij regels stellen die afwijken van dit reglement, onder meer wat betreft het aantal banen dat beschikbaar moet zijn en de begintijd van de wedstrijd.
      2. Indien een door de CL vastgestelde inhaalwedstrijd, kampioenswedstrijd of beslissingswedstrijd niet op de vastgestelde of overeengekomen tijd kan worden gespeeld op de banen van de ontvangende vereniging en de mogelijkheid bestaat om de wedstrijd af te werken op de banen van de bezoekende vereniging, dan zijn beide verenigingen verplicht daaraan mee te werken, op voorwaarde dat de beschikbare banen hetzelfde speelvlak hebben als die van de ontvangende vereniging. De weigering om mee te werken wordt beschouwd als “niet opkomen”.Onder niet kunnen spelen wordt in dit verband verstaan:
        • het niet beschikbaar zijn van banen om organisatorische redenen;
        • het niet binnen een uur na de vastgestelde of overeengekomen tijd bespeelbaar zijn van ten minste één baan per thuisspelende ploeg;
        • het niet bespeelbaar zijn van een baan binnen een uur na een onderbreking van de wedstrijd wegens weersomstandigheden.
      3. Wanneer een competitiewedstrijd op de datum vermeld in het competitieprogramma niet of slechts gedeeltelijk is gespeeld, stelt de CL een nieuwe datum (inhaaldatum) vast. De op de inhaaldatumgespeelde of voortgezette partijen worden geacht te zijn gespeeld op de aanvankelijke datum van het competitieprogramma.
      4. De CL kan vaststellen dat een bepaalde wedstrijd niet behoeft te worden ingehaald of afgespeeld indien de uitslag voor promotie of

      degradatie niet meer van doorslaggevende betekenis kan zijn.

      Dit besluit wordt schriftelijk aan de betrokken verenigingen bekend gemaakt.

      Een vereniging kan binnen viermaal vier en twintig uur nadat dit besluit is genomen, het origineel van het wedstrijdformulier alsnog aan de CL toezenden en daarop vastleggen dat de op dit formulier

      vermelde spelers geacht worden aan de betreffende wedstrijd te hebben deelgenomen (art. IV-06 en IV-10).

    2. Spelregels en rustperioden
      1. De competitiepartijen worden gespeeld volgens de regels vermeld in de Tennisspelregels. Er wordt gespeeld om twee gewonnen sets, metdien verstande dat:
        1. in alle sets, wanneer de stand 6-6 is bereikt, het tiebreaksysteem dient te worden toegepast, behalve indien anders is bepaald (art. II- 03, lid k);
        2. geen rustpauze is toegestaan in de partij.
        3. een competitiewedstrijd is begonnen als een van de competitiepartijen van die wedstrijd is begonnen.
        4. een competitiepartij is begonnen op het moment dat de eerste opslag voor het eerste punt in die partij is geslagen.
      2. Regels t.a.v. sanitaire onderbrekingen zijn opgenomen in Bijlage I.
      3. Spelers hebben het recht op een inspeeltijd van vijf minuten.
      4. Bij onderbreking van een partij ten gevolge van weersomstandigheden of overmacht geldt dat wanneer deze onderbreking:
        1. minder dan 15 minuten heeft geduurd geen recht bestaat op inspeeltijd;
        2. minimaal 15 maar minder dan 30 minuten heeft geduurd recht bestaat op een inspeeltijd van 3 minuten;
        3. 30 minuten of langer heeft geduurd recht bestaat op een inspeeltijd van 5 minuten.
      5. Een speler heeft na het beëindigen van een partij recht op een half uur rust.
    3. Competitiegedelegeerde en arbitragefunctionarissen

      P 1. De CW bepaalt jaarlijks voor welke competitieklassen en voor welke competitiewedstrijden competitiegedelegeerden en arbitragefunctionarissen dienen te worden aangewezen.

      2. De aanwijzing van de in lid 1 bedoelde competitiegedelegeerden en arbitragefunctionarissen geschiedt door de WA.

      P 3. De bevoegdheden van de competitiegedelegeerde worden door de CW vastgesteld. Daarnaast worden deze bevoegdheden voor het begin van de wedstrijd ter kennis gebracht aan de betrokken ploegen en de aangewezen arbitragefunctionarissen.

      De competitiegedelegeerde neemt te allen tijde de bevoegdheid over van de aanvoerder van de ontvangende ploeg als bedoeld in artikel III-10, lid 2.

      1. De competitiegedelegeerde beslist in alle geschillen die zich tijdens de wedstrijd mochten voordoen. De vereniging behoudt het recht een onderzoek te verzoeken, een protest in te dienen (hoofdstuk VII), alsmede om in beroep te gaan bij de CW en/of bij de Commissie van Beroep (hoofdstuk IX).
      2. Arbitragefunctionarissen die optreden bij een competitiepartij zijn gehouden aan de bepalingen vermeld in het Reglement voor de Tennisarbitrage.
      3. In competitiewedstrijden is vervanging van een bondsscheidsrechter tijdens een door hem geleide partij niet mogelijk, behalve op last van de hoofdscheidsrechter van deze wedstrijd.
      4. De kosten verbonden aan het optreden van de competitiegedelegeerde en de arbitragefunctionarissen kunnen geheel of gedeeltelijk op de betrokken verenigingen worden verhaald. Indien zij op verzoek van de betrokken vereniging(en) zijn aangewezen, zijn de kosten geheel voor rekening van de aanvrager(s).
    4. Winnen, verliezen of gelijkspelen van een competitiewedstrijd
      1. Een ploeg heeft een competitiewedstrijd gewonnen, wanneer het merendeel van alle te spelen partijen is gewonnen.
      2. Een ploeg heeft een competitiewedstrijd verloren, wanneer het merendeel van alle te spelen partijen is verloren.
      3. Een ploeg heeft een competitiewedstrijd gelijk gespeeld, wanneer de helft van alle te spelen partijen is gewonnen.
    5. Winstpunten en opmaken van de competitiestand
      1. Voor iedere gewonnen partij krijgt een ploeg een winstpunt.
      2. De competitiestand in een afdeling wordt opgemaakt op basis van het aantal verkregen winstpunten.
    6. Eerste en laatste plaats
  1. De eerste plaats in een afdeling wordt ingenomen door de ploeg die na beëindiging van de competitie het hoogste aantal winstpunten heeft behaald. De laatste plaats in een afdeling wordt ingenomen door de ploeg die het laagste aantal winstpunten heeft behaald.
  2. In afwijking van lid 1 eindigt de ploeg die alle competitiewedstrijden heeft gewonnen als eerste en eindigt de ploeg die alle competitiewedstrijden heeft verloren als laatste in zijn afdeling, behoudens het bepaalde in artikel II-12 en VIII-01, lid 1 sub b en f.

D II-12 Terugtrekking en uitsluiting van deelname

Een ploeg die voor of tijdens de competitie wordt teruggetrokken

of van verdere deelname aan de competitie is uitgesloten, neemt in zijn afdeling de laatste plaats in. Alle winst-/verliespunten die tegen deze ploeg zijn behaald komen te vervallen.

Deze ploeg mag door zijn vereniging in het volgende bondsjaar uitsluitend in de laagste competitieklasse worden ingeschreven.

II-13 Onderlinge volgorde bij gelijk aantal winstpunten

  1. Wanneer in een afdeling twee ploegen met een gelijk aantal winstpunten zijn geëindigd wordt hun onderlinge volgorde achtereenvolgens als volgt bepaald:
    1. het resultaat in de onderling gespeelde wedstrijd;
    2. het saldo van het aantal gewonnen sets in die onderlinge wedstrijd;
    3. het saldo van het aantal gewonnen spellen in die onderlinge wedstrijd.Wanneer ook hierdoor geen beslissing kan worden verkregen en hun volgorde zou van belang zijn voor de vaststelling van promotie, degradatie of plaatsing voor deelname aan een kampioenschap (land/regio/district), dan zullen de betrokken ploegen een beslissingswedstrijd spelen op een door de CL vast te stellen datum en (eventueel door loting) aan te wijzen terrein, tenzij de betrokken verenigingen in onderling overleg een terrein kiezen.Zou ook door deze beslissingswedstrijd hun volgorde niet kunnen worden vastgesteld, dan beslist het lot.
  2. a. Wanneer in een afdeling drie of meer ploegen met een gelijk aantal winstpunten zijn geëindigd wordt hun onderlinge volgorde achtereenvolgens bepaald door:
    • vergelijking van het totaal aantal winstpunten die deze ploegen in de onderling gespeelde wedstrijden hebben behaald;
    • vergelijking van de verschillen tussen het aantal gewonnen en verloren sets die deze ploegen in de onderling gespeelde wedstrijden hebben behaald;
    • vergelijking van de verschillen tussen het aantal gewonnen en verloren spellen die deze ploegen in de onderling gespeelde wedstrijden hebben behaald.

    b. Indien hun volgorde door de onder a. genoemde bepalingsmethode slechts ten dele kan worden vastgesteld, dan dient t.a.v. die ploegen waarvan de volgorde nader moet worden bepaald, de onder

    lid 1 beschreven methode respectievelijk de onder lid 2 sub a. beschreven methode te worden toegepast.

  3. Als één van de in lid 1 of 2 bedoelde ploegen een wedstrijd heeft gespeeld waarbij een partij is opgegeven of opgeëist, dan

geldt voor deze partij de uitslag: 6-0/6-0.

P II-14 Kampioen van Nederland, een regio of een district

Kampioen van Nederland, een regio of een district in een bepaalde competitiesoort is de ploeg, spelende in de hoogste klasse van deze competitiesoort, die volgens door de CW vast te stellen regels dit kampioenschap heeft behaald.

    1. Promotie en degradatie
      1. In alle competitieklassen, behalve de hoogste, geldt dat de ploeg die op de eerste plaats is geëindigd automatisch promoveert, tenzij een andere regeling geldt (art. II-03, lid g).
      2. In alle competitieklassen, behalve de laagste, geldt dat de ploegen degraderen die op de laatste twee plaatsen zijn geëindigd, tenzij een andere regeling geldt (art. II-03, lid g).
    2. Niet (uit)spelen van een competitiewedstrijdEen afgebroken of niet-gespeelde wedstrijd moet uiterlijk op de eerstvolgende inhaaldag worden (uit)gespeeld. Indien een wedstrijd niet wordt (uit)gespeeld, dan wordt de tussenstand omgezet in een eindstand. Het is verboden gefingeerde uitslagen in te vullen. Indien gefingeerde uitslagen zijn ingevuld is de CL bevoegd één of meer van de straffen vermeld in artikel VIII-01, lid 1 sub a en f op te leggen.
    3. Competitieconsul

De competitieconsul is op alle competitiedagen bevoegd bij een vereniging inzage te verkrijgen in:

  1. de ledenpassen van de spelers, de aanwezigheid van spelers en de samenstelling van de ploegen.
  2. de uitgewisselde ploegopstellingen en het op de juiste wijze invullen van de wedstrijdformulieren;

De competitieconsul rapporteert aan de CL over geconstateerde overtredingen van het CR en de Wedstrijdbulletins en over andere ter zake doende bevindingen.

HOOFDSTUK III Verplichtingen van de verenigingen, de aanvoerders en de ploegen

    1. Inschrijving van competitieploegen en verplichting tot het hebben van een gecertificeerde verenigingscompetitieleider (VCL)

      P 1. Een vereniging, die aan een competitie wenst deel te nemen, dient

      haar ploegen schriftelijk aan te melden vóór de door de CW vastgelegde inschrijfdatum. Bij aanmelding na deze datum beslist de CW of de inschrijving alsnog kan worden aanvaard, al dan niet tegen een verhoogd inschrijfgeld.

      2. Door de inschrijving neemt een vereniging voor de door haar opgegeven ploegen de verplichting op zich de competitie tot het einde uit te spelen volgens het competitieprogramma en geen handelingen en gedragingen te doen of na te laten waardoor een eerlijk verloop van de competitie wordt verhinderd.

      P 3. Een vereniging is voor elk ploeg die zij voor een competitie heeft ingeschreven een door de CW vastgesteld inschrijfgeld verschuldigd.

      1. Een vereniging die op het moment waarop de inschrijving voor de competitie sluit financiële verplichtingen jegens de KNLTB heeft waarvan de betalingstermijn is verstreken, zal niet eerder voor de competitie worden ingeschreven dan nadat deze verplichtingen volledig zijn voldaan, onverminderd het bepaalde in lid 1 2e zin.
      2. Een vereniging, die aan de competitie wenst deel te nemen, is verplicht te beschikken over een VCL (art. I-02, lid 5 sub a).Deze VCL dient jaarlijks voor 1 februari op de door KNLTB voorgeschreven wijze te worden opgegeven (AR, art. 5, lid 3 sub b).
      3. Indien een vereniging niet beschikt over een VCL, kan de CW besluiten deze vereniging een straf op te leggen (art. VIII-02).
      4. De VCL is verantwoordelijk voor het uitvoeren of laten uitvoeren van de taken als vermeld in Bijlage G.
    2. Terugtrekking en uitsluiting competitieploegen1. Bij terugtrekking of uitsluiting van een ploeg kan de CW regels stellent.a.v. de speelgerechtigdheid voor het spelen in ploegen van dezelfde vereniging en voor wedstrijden om het lands-, regio- en districtskampioenschap.

      P Deze regels worden per geval bekend gemaakt door de CL.

      D 2. Bij terugtrekking van een ploeg uit een competitie of bij uitsluiting (als strafmaatregel) van deelname aan een competitie blijft de verplichting tot het betalen van het inschrijfgeld bestaan en kan de betreffende vereniging een straf worden opgelegd (art. VIII-02).

    3. Eisen banen en accommodatie

D 1. Op elke competitiedag moet per ontvangende ploeg het vereiste aantal buitenbanen (art. II-03, lid h) beschikbaar zijn tot het tijdstip van

beëindigen respectievelijk afbreken van de wedstrijd, één en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel III-11, III-12, lid 1

sub b en III-12, lid 2.

D 2. De banen moeten voldoen aan de eisen gesteld in de Tennisspelregels en in goede staat verkeren. Bovendien moeten banen die na 1 januari 1997 zijn aangelegd, gerenoveerd of omgebouwd het KNLTB-NOC*NSF keurmerk hebben verkregen (Bijlage F).

Bij de banen dienen behoorlijke kleedkamers met was- en douchegelegenheid, een toilet en een kantine aanwezig te zijn. Voor de maatvoering van deze ruimten wordt verwezen naar de normen die hiervoor zijn vastgelegd in de uitgave Normen en Richtlijnen voor Clubhuizen. Deze voorzieningen moeten ten minste

beschikbaar zijn van een half uur voor het begin van de wedstrijd tot een half uur na het tijdstip van beëindigen respectievelijk afbreken van de wedstrijd.

3. De CW kan de inschrijving van een ploeg voor de competitie weigeren wanneer het aantal beschikbare banen te gering is of wanneer de kwaliteit van de banen of van de accommodatie onvoldoende is.

P 4. De ontvangende vereniging dient ervoor zorg te dragen dat bij de banen aanwezig zijn: de meest recente uitgaven van de relevante Wedstrijdbulletins, het CR en de Tennisspelregels, alsmede een EHBO- doos, die voldoet aan de jaarlijks door de LCW vast te stellen eisen.

  1. De ontvangende vereniging is verplicht, zo de mogelijkheid hiertoe bestaat, behalve het minimum aantal banen (art. II-03, lid h), extra banen ter beschikking te stellen, teneinde een competitiewedstrijd op tijd te kunnen beëindigen.Deze extra banen dienen dezelfde toplaag te hebben als die, waarop de competitiewedstrijd is begonnen. De bezoekende ploeg is verplicht eraan mee te werken dat ook op die extra banen partijen worden gespeeld.
  2. Indien de vereniging voor het spelen van competitiewedstrijden gebruik maakt van kunstlicht dient dit te voldoen aan de normen zoals gesteld door de Nederlandse Stichting van Verlichtingskunde (NSVV). De gebruikswaarde van deze verlichting dient op het gehele speelveld minimaal 300 lux te bedragen.

P III-04 Ballen

De LCW bepaalt jaarlijks voor elke klasse de soort en het aantal nieuwe ballen (door de KNLTB of ITF goedgekeurd), dat de ontvangende vereniging per wedstrijd ter beschikking moet stellen.

Op één competitiedag mag per wedstrijd slechts gespeeld worden met ballen van één bepaald handelsmerk, soort en kleur. Een bezoekende ploeg is niet verplicht om een competitiewedstrijd te spelen met ballen die niet voorkomen op de lijst van goedgekeurde ballen. Kan de ontvangende ploeg echter op een andere wijze aantonen dat de betreffende ballen door de KNLTB of ITF zijn goedgekeurd, dan dient de bezoekende ploeg hiermee akkoord te gaan. Wanneer een competitiewedstrijd wordt gespeeld met ballen die niet zijn goedgekeurd is een eventueel protest hiertegen niet ontvankelijk.

    1. Arbitrage
      1. Een ontvangende vereniging kan een verzoek om een competitiegedelegeerde of arbitragefunctionaris indienen bij de CW. Indien dit verzoek wordt gehonoreerd heeft de benoemde arbitragefunctionaris dezelfde bevoegdheden als een competitiegedelegeerde (art. II-08, lid 3 en 4).
      2. Indien het verzoek om arbitrage wordt gehonoreerd, heeft de CW de taak de bezoekende vereniging(en) ten minste 5 dagen voor de datum van de competitiewedstrijd hierover te informeren.
      3. Indien voor een competitiewedstrijd door de CW geen competitiegedelegeerde of arbitragefunctionaris is aangewezen en door de vereniging geen verzoek bij de WA is ingediend c.q. gehonoreerd, dan heeft de ontvangende vereniging tot taak om voldoende scheidsrechters beschikbaar te stellen. Hieronder dient te worden verstaan dat indien vóór of tijdens een partij een of meer betrokken spelers verzoeken om een scheidsrechter, deze door de ontvangende vereniging ter beschikking moet worden gesteld.
    2. Speeldatum

      D 1. Een competitiewedstrijd moet worden gespeeld op de datum vermeld in het competitieprogramma (art. II-03, sub b).

      1. Verenigingen kunnen overeenkomen een competitiewedstrijd geheel of gedeeltelijk eerder te spelen dan op de in lid 1 bedoelde datum.
      2. Een vooraf gespeelde competitiewedstrijd wordt geacht te zijn gespeeld op de oorspronkelijke datum.
    3. Aanvoerder
      1. Een vereniging is verplicht voor elke ploeg per competitiewedstrijd een aanvoerder aan te wijzen. Deze dient zich voor het begin van de wedstrijd aan de tegenpartij bekend te maken.
      2. Wanneer de aanvoerder van een ploeg – in zijn functie als aanvoerder – een bepaling van het CR/Wedstrijdbulletin overtreedt, wordt deze overtreding geacht te zijn begaan door zijn vereniging.
      3. Wanneer een aanvoerder constateert dat door de tegenpartij een bepaling van het CR/Wedstrijdbulletin is overtreden, wordt deze overtreding geacht op de dag van de wedstrijd ter kennis van zijn vereniging te zijn gekomen.
      4. De aanvoerder van een ploeg is verplicht de aanwijzingen van de VCL van de thuisspelende ploeg op te volgen, voor zover deze voortvloeien uit de taken en bevoegdheden van een VCL (art. III-18, lid 2 en Bijlage G).
      5. De aanvoerder van de bezoekende ploeg is verplicht zich via Mijn KNLTB op de hoogte te stellen van alle relevante informatie over de uitwedstrijden van zijn ploeg.
    4. Begintijd en planning van een competitiewedstrijd
      1. a. Een vereniging kan voor de thuisspelende ploegen in de landelijke competitie gebruik maken van het systeem van variabele begintijden (Bijlage H). Indien een vereniging hiervan geen gebruik maakt dienen de wedstrijden van alle thuisspelende ploegen om10.00 uur te beginnen.
        1. Een vereniging kan voor de thuisspelende ploegen in de districts- en regiocompetitie op zaterdag en zondag gebruik maken van het systeem van variabele begintijden (Wedstrijdbulletin). Indien een vereniging hiervan geen gebruik maakt dienen de wedstrijden van de thuisspelende ploegen op een vaste tijd te beginnen (Wedstrijdbulletin).
        2. De begintijden van de overige competitiewedstrijden in de regio’s en districten worden vermeld in het Wedstrijdbulletin.

        D d. In de landelijke competitie dient de VCL een zodanige planning te maken dat wedstrijden bestaande uit resp. 8, 6 en 5 partijen in ten hoogste resp. 5, 4 en 3 speelronden worden gespeeld.

        In de regio’s/districten kan een andere regeling van toepassing zijn (Wedstrijdbulletin).

        e. De CL is bevoegd een andere begintijd vast te stellen.

      2. a. Een ploeg wordt geacht aanwezig te zijn indien minimaal één speler van die ploeg aanwezig is.
        1. Indien een ploeg op de in lid 1 bedoelde begintijd nog niet aanwezig is, wordt deze ploeg geacht niet te zijn opgekomen, tenzij er sprake is van overmacht.
        2. Indien een ploeg door deze overmacht echter wel binnen een half uur na deze begintijd alsnog verschijnt, dient de competitiewedstrijd zo spoedig mogelijk te worden begonnen. Als de overmachtsituatie niet door de aanvoerder van de andere ploeg wordt erkend, dient deze dit op het wedstrijdformulier te vermelden.De CL beslist achteraf of er sprake is geweest van overmacht.
        3. Indien een ploeg een half uur na de in lid 1 bedoelde begintijd nog niet aanwezig is, mag de andere ploeg het terrein verlaten. De aanvoerder van de wel aanwezige ploeg dient hiervan melding te maken op het Inhaalformulier competitie. De CL beslist achteraf of er sprake is geweest van overmacht en kan besluiten de wedstrijd opnieuw vast te stellen.
      3. Voor specifieke jeugdcompetities in districten en regio’s kan de RCW/DCW afwijkende regels vaststellen voor de begintijd van de wedstrijd, de speelduur per partij, de grootte van het speelveld en de begeleiding van de ploegen (Wedstrijdbulletin).
    5. Spelen en afspelen van competitiepartijen
      1. Als een competitiewedstrijd is begonnen dienen de partijen aaneensluitend te worden gespeeld (art. III-12, lid 2 sub a, met inachtneming van art. II-07, lid 5).
      2. De aanvoerder van de ontvangende ploeg is hiervoor verantwoordelijk. Zodra een baan gereed is voor het spelen van een (volgende) competitiepartij is hij verplicht de desbetreffende spelers op te roepen.
      3. Indien de ontvangende vereniging uiterlijk één uur na het vastgestelde aanvangstijdstip van de competitiewedstrijd geen baan beschikbaar heeft gesteld voor de betreffende wedstrijd, mag de bezoekende ploeg het terrein verlaten. Beide aanvoerders dienen hiervan aantekening te maken op het wedstrijdformulier. De CL beslist of de wedstrijd aan de bezoekende ploeg gewonnen wordt gegeven of opnieuw wordt vastgesteld.Deze bepaling is niet van toepassing als door weersomstandigheden niet kan worden begonnen.
      4. Competitiepartijen die vóór 19.00 uur (jeugd) of vóór 20.30 uur (senioren) zijn begonnen moeten worden afgespeeld. Na genoemde tijdstippen hoeft een nieuwe partij niet meer te beginnen. Voor wedstrijden in de districts- en regiocompetities kunnen aanvullende en/of afwijkende bepalingen worden vastgesteld (Wedstrijdbulletin).
      5. Een competitiepartij, die slechts gedeeltelijk is gespeeld moet, indien wordt besloten deze af te spelen, worden voortgezet door dezelfde spelers, op de stand bij het afbreken en dezelfde positie op de baan.
    6. Onvoltalligheid, niet speelklaar zijn en niet opkomen
      1. a. Een ploeg is onvoltallig indien één of meer van de in te vullen spelersnamen op grond van artikel III-14, lid 2 niet kan worden ingevuld.
        1. Als een ploeg door onvoltalligheid niet alle partijen van een competitiewedstrijd kan spelen, moeten in de daarvoor in aanmerking komende spelsoorten de in volgorde van afnemende sterkte laatste partijen gewonnen worden gegeven. Als partijuitslag moet in dat geval ‘opgave thuis’ respectievelijk ‘opgave uit’ worden vermeld. Bovendien kan de CL bij onvoltalligheid straffen opleggen (art. VIII-01).Als een partij door onvoltalligheid van beide ploegen niet gespeeld kan worden, ontvangt geen van beide ploegen voor die partij een winstpunt.
        2. Indien bij een wedstrijd bestaande uit 5 partijen een ploeg onvolledig opkomt, mogen de enkelspelspelers niet samen dubbelen.
      2. Als een partij niet kan worden begonnen doordat één of meer spelers niet binnen vijftien minuten speelklaar is, na daartoe te zijn opgeroepen door de aanvoerder van de ontvangende ploeg (art. III-09, lid 2), kan de andere ploeg die partij opeisen. Als partijuitslag moet in dat geval ‘opgave thuis’ respectievelijk ‘opgave uit’ worden vermeld.
      3. Wanneer een ploeg niet is opgekomen of geacht wordt niet te zijn opgekomen (art. III-08, lid 2 sub b), kan de CL het maximum in die wedstrijd te behalen winstpunten in mindering brengen of de desbetreffende wedstrijd opnieuw vaststellen en daarnaast één of meer andere straffen opleggen (art. VIII-01). Wanneer een ploeg in een door de CL opnieuw vastgestelde wedstrijd weer niet is opgekomen of geacht wordt niet te zijn opgekomen, kan deze ploeg uit de competitie worden genomen. Deze ploeg wordt dan beschouwd als niet aan de competitie te hebben deelgenomen. Alle winst-/verliespunten die tegen deze ploeg zijn behaald, komen te vervallen.
      4. Komt een ploeg twee of meer keren niet of onvolledig op dan wordt deze ploeg teruggezet naar de laatste plaats. Alle winst-/ verliespunten die tegen deze ploeg zijn behaald komen te vervallen.
    7. Wachten bij slechte weersomstandigheden
  1. Wanneer een competitiewedstrijd wegens weersomstandigheden niet op tijd kan beginnen, zijn beide ploegen verplicht te wachten tot de omstandigheden zodanig wijzigen dat spelen mogelijk is. Indien dit twee uur na de officiële begintijd nog niet het geval is, behoeft met de wedstrijd niet begonnen te worden, met inachtneming van artikel III-09, lid 4.
  2. Wanneer een competitiewedstrijd wegens weersomstandigheden is onderbroken, zijn beide ploegen verplicht te wachten tot de omstandigheden zodanig wijzigen dat spelen mogelijk is (met inachtneming van art. III-09, lid 4). Indien dit twee uur na het moment van onderbreking nog niet het geval is hoeft de wedstrijd die dag niet te worden voortgezet.

D III-12 Terrein, banen en kunstlicht

  1. a. Alle partijen moeten worden gespeeld op het terrein van de ontvangende vereniging. In onderling overleg mag daarvan worden afgeweken.b. Een vereniging die concludeert dat de voor de competitie bestemde banen niet tijdig speelklaar zullen zijn, dient hierover uiterlijk drie dagen voor de eerste competitiewedstrijd contact op te nemen met de CL.Zolang de banen niet speelklaar zijn, moeten de geplande wedstrijden (indien mogelijk) gespeeld worden op het terrein van de tegenstander of op neutraal terrein. De CL beslist of er sprake is van overmacht. Indien de overmacht niet door de CL wordt erkend, kan de CW een straf opleggen (art. VIII-02, lid 1 sub d).
  2. a. De partijen dienen aaneensluitend te worden gespeeld op de banen die daarvoor door de aanvoerder van de ontvangende ploeg worden aangewezen. Deze banen dienen alle dezelfde toplaag te hebben.b. Indien de bezoekende ploeg van mening is dat de aangewezen banen niet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in artikel III-03, lid 2 waarbij sprake zou zijn van een bovenmatig blessurerisico, dan wel van een ernstige belemmering van een normaal spelverloop, kan voor aanvang van de partijen geprotesteerd worden en geweigerd worden te spelen. Als van dit recht geen gebruik wordt gemaakt vervalt de mogelijkheid later protest aan te tekenen tegen de kwaliteit van de banen.
  3. Alleen met goedvinden van beide aanvoerders kunnen partijen op overdekte banen worden gespeeld. Wanneer van deze mogelijkheid gebruik gemaakt wordt, dienen alle nog resterende partijen in deze overdekte accommodatie te worden afgespeeld. In onderling overleg kunnen aanvoerders hiervan afwijken.
  4. Indien lid 3 wordt toegepast en reeds een aantal partijen op buitenbanen is gespeeld, is het bepaalde in lid 2 ten aanzien van de toplaag niet van toepassing.
  5. Beide ploegen zijn verplicht om – indien mogelijk – partijen bij kunstlicht te spelen, met inachtneming van het bepaalde in lid 2 en artikel III-03, lid 6.

III-13 Volgorde van de partijen

  1. De volgorde van de partijen in een competitiewedstrijd is:
    1. dames-/meisjesenkelspel
    2. heren-/jongensenkelspel
    3. dames-/meisjesdubbelspel
    4. heren-/jongensdubbelspel
    5. gemengddubbelspelIn elke spelsoort wordt in volgorde van afnemende speelsterkte gespeeld.
  2. In een gemengde competitie bestaande uit 5 partijen is de volgorde:
    1. dames-/meisjesenkelspel
    2. heren-/jongensenkelspel
    3. gemengd dubbelspel
    4. dames-/meisjesdubbelspel
    5. heren-/jongensdubbelspel
  3. De aanvoerders kunnen in onderling overleg van de in lid 1 en 2 vermelde volgorde afwijken.

III-14 Uitwisseling van ploegopstelling en tonen van ledenpas

  1. De beide aanvoerders zijn verplicht vóór het begin van de competitiewedstrijd:
    1. de ploegopstelling conform artikel V-03 schriftelijk uit te wisselen (het door de aanvoerders aan elkaar gelijktijdig overhandigen van de door hen ondertekende ploegopstellingen).
    2. de ledenpassen van de spelers aan elkaar ter inzage te geven.
  2. a. In de in lid 1a genoemde ploegopstelling mogen alleen spelers worden opgenomen die op dat moment daadwerkelijk aanwezig zijn, tenzij met goedvinden van de aanvoerders hiervan wordt afgeweken. Deze afwijking dient op het wedstrijdformulier te worden vermeld en door beide aanvoerders te worden geparafeerd.
    1. De aanvoerders zijn verplicht om voor het begin van de wedstrijd te controleren of de ploegopstelling van de andere ploeg niet in strijd is met bepalingen betreffende de speelgerechtigdheid en/of de volgorde van speelsterkte. Is een opstelling hiermee in strijd, dan dient de aanvoerder van de desbetreffende ploeg de opstelling te wijzigen. Nieuwe spelers mogen niet aan de opstelling worden toegevoegd.
  3. Indien bij de uitwisseling van de ploegopstellingen van een speler geen geldige ledenpas (art. I-02, lid 3 sub e) aanwezig is heeft de andere ploeg het recht de partijen op te eisen, waarin deze speler staat opgesteld. Als partijuitslag moet in dat geval ‘opgave thuis’ respectievelijk ‘opgave uit’ worden vermeld.Als van dit recht geen gebruik wordt gemaakt, vervalt de mogelijkheid om alsnog protest aan te tekenen tegen de speelgerechtigdheid en/of de volgorde van speelsterkte.
  4. Het niet-voldoen aan de in lid 1 en lid 2 sub b genoemde verplichtingen heeft tot gevolg dat een protest wegens het spelen in strijd met bepalingen betreffende de speelgerechtigdheid en/of de volgorde van speelsterkte niet ontvankelijk is, tenzij dit niet-voldoen te wijten is aan de aanvoerder van de ploeg waartegen dit protest wordt ingediend.
  5. Wanneer een wedstrijd op de datum van het competitieprogramma niet of slechts gedeeltelijk is gespeeld, gelden ook op de inhaaldag (voor zover van toepassing) lid 1 t/m 4 van dit artikel.
    1. Uitvallen van een spelerWanneer een speler na de uitwisseling van de ploegopstellingen door een ongeval, ziekte of een andere vorm van overmacht niet in staat is(verder) te spelen, mag met goedvinden van de aanvoerders en met inachtneming van het gestelde in artikel V-03 van de ploegopstelling worden afgeweken. Wanneer de aanvoerders niet tot overeenstemming kunnen komen, moeten de resterende partijen van de speler die niet in staat is (verder) te spelen, gewonnen worden gegeven.
    2. WedstrijdformulierP 1. De aanvoerder van de ontvangende ploeg is verplicht het wedstrijdformulier volledig in te vullen volgens de voorschriften van de LCW en door beide aanvoerders te laten ondertekenen. Door deze ondertekening verklaren zij dat de voorgeschreven handelingen zijn verricht, de invulling juist is en de uitslagen correct zijn weergegeven.
      1. Andere vermeldingen, bedoeld in de artikelen III-08, lid 2 sub c, III-14, lid 2 sub a en IV-06, lid 2 dienen apart te worden vermeld en door beide aanvoerders voor akkoord te worden geparafeerd.
      2. De door onvoltalligheid van een ploeg niet gespeelde partijen dienen ook op het wedstrijdformulier te worden vermeld.
      3. Indien om andere redenen niet alle partijen zijn gespeeld (bijvoorbeeld door de weersomstandigheden), dient de aanvoerder van de ontvangende ploeg het Inhaalformulier competitie in te vullen. Hierop moeten de uitslagen van de geheel en gedeeltelijk gespeelde partijen worden ingevuld, alsmede de voorlopige totaaluitslag (0-0 indien de betreffende wedstrijd nog niet is begonnen). Het formulier moet door beide aanvoerders worden ondertekend. Door deze ondertekening verklaren zij tevens aan de in lid 1 genoemde verplichtingen te hebben voldaan.
      4. Bij afwezigheid van een ploeg, dient het Inhaalformulier competitie door de aanvoerder van de aanwezige ploeg te worden ingevuld en ondertekend, met vermelding van zijn ploegopstelling en de afwezigheid van de andere ploeg.

      P 6. De LCW geeft jaarlijks voorschriften omtrent aantal en bestemming van (de kopieën van) het wedstrijdformulier.

      7. Het bestuur van een vereniging is verplicht de kopieën van de wedstrijdformulieren tot drie maanden na de laatste speeldag te bewaren en op verzoek aan iedere belanghebbende ter inzage te geven.

    3. Inzenden wedstrijduitslagenDe aanvoerder van de ontvangende ploeg is verplicht de uitslagen van elke geheel of gedeeltelijk gespeelde competitiewedstrijd, dan wel afgelaste of reglementair niet gespeelde competitiewedstrijd, elektronisch aan de KNLTB door te geven, uiterlijk op de dag na de geplande wedstrijddag.
    4. Correct gedrag van spelers
      1. Een speler dient zich zowel op het terrein van zijn vereniging als dat van zijn tegenstander correct te gedragen (Bijlage B).
      2. Bij ernstig wangedrag van een speler heeft de VCL van de ontvangende vereniging de bevoegdheid een partij of wedstrijd te staken. Hiervan dient hij binnen 3 dagen na afloop van de dag waarop dit heeft plaatsgevonden schriftelijk en gemotiveerd melding te maken aan de CL.De VCL is alleen bevoegd indien de betreffende competitiewedstrijd niet door een namens de KNLTB aangestelde competitiegedelegeerde of arbitragefunctionaris wordt geleid. De CL zal een onderzoek instellen en uitspraak doen.Bij ernstig wangedrag van een of meer spelers, coaches of begeleiders van een competitieploeg heeft de CL ook de bevoegdheid de betrokken vereniging(en) mede verantwoordelijk te stellen, een onderzoek in te stellen en een straf op te leggen (art. VIII-01).
      3. Ongeacht het bepaalde in lid 2 heeft een arbitragefunctionaris die door een commissie Wedstrijdtennis voor het leiden van een competitiewedstrijd is aangewezen, tevens de plicht om tijdens het leiden van een partij op te treden tegen overtredingen van de bepalingen in Bijlage B onder toepassing van het SPS opgenomen in Bijlage C.Van deze overtredingen maakt de arbitragefunctionaris een rapport op dat:
        • voor kennisneming wordt geparafeerd door de hoofdscheidsrechter (indien aanwezig);
        • ter inzage aan de betrokken aanvoerder wordt gegeven;
        • wordt ingediend bij de afdeling Wedstrijdtennis van het Bondsbureau en dat overeenkomstig het Tuchtreglement kan worden voorgelegd aan de strafcommissie (Statuten artikel 24).
    5. CoachenTijdens een competitiewedstrijd is coachen toegestaan (tennisspelregel 30 en Bijlage E).
    6. Reclame

1. Reclame geplaatst op, achter en aan de zijkanten van de baan dient te voldoen aan Bijlage III van de Tennisspelregels.

P 2. De LCW bepaalt jaarlijks in welke klassen de Kledingreclamecode voor spelers verplicht is (Bijlage D). Indien in deze klassen reclame-

uitingen worden gevoerd (artikel 1c van Bijlage D) moeten deze voor alle ploegleden gelijk zijn.

HOOFDSTUK IV Gerechtigd zijn om in een competitiewedstrijd te spelen

    1. Ledenpas en lidmaatschapGerechtigd om in een competitiewedstrijd voor een bepaalde vereniging te spelen is uitsluitend een speler die:D a. op het moment van spelen in het bezit is van een geldige ledenpas (art. I-02, lid 3 sub e);
        1. op het moment van spelen geen financiële verplichting jegens de KNLTB heeft openstaan waarvan de betalingstermijn is verstreken;
        2. minstens 3 weken voor de speeldag waarop hij wil spelen, als lid van die vereniging bij de KNLTB staat ingeschreven.
    2. Overschrijvingsbepalingen
      1. Een speler die voorjaarscompetitie heeft gespeeld mag in het daarop volgende jaar voor een andere vereniging voorjaarscompetitie spelen, indien hij het lidmaatschap van de vereniging waarvoor hij voorjaarscompetitie heeft gespeeld vóór 1 november schriftelijk heeft opgezegd.
      2. Indien hij het lidmaatschap niet vóór 1 november heeft opgezegd, mag hij in het volgende jaar uitsluitend voor een andere vereniging voorjaarscompetitie spelen indien:
        1. hij vóór 1 november zijn vereniging schriftelijk heeft medegedeeld het volgend jaar niet beschikbaar te zijn om voor die vereniging voorjaarscompetitie te spelen, of
        2. de LCW uiterlijk 10 werkdagen voor het begin van de voorjaarscompetitie van de vereniging waarvoor hij voorjaarscompetitie heeft gespeeld, een KNLTB overschrijvingsformulier heeft ontvangen.
      3. Artikel IV-04, lid 2 is van toepassing.
    3. Niet-Nederlandse tennissers
  1. Spelers die niet onder de definitie “Nederlandse tennisser” vallen, mogen aan een competitie deelnemen als wordt voldaan aan de bepalingen van dit reglement.
  2. Verenigingen zijn verplicht om bij aanmelding van niet-Nederlandse tennissers als lid bij de KNLTB aan te geven of de betreffende speler:
    1. over een internationale ATP-, WTA- of ITF-jeugdranglijstpositie beschikt;
    2. in enig land een positie op de nationale ranglijst inneemt en welke deze is, en/of in enig land een speelsterkte heeft en welke deze is.
  3. Verenigingen zijn verplicht de LCL te melden wanneer aan een als lid aangemelde niet-Nederlandse tennissers een speelsterkte is toegekend die onjuist is in relatie tot zijn ATP-, WTA- of ITF-jeugdranglijstpositie, dan wel zijn ranglijstpositie en/of speelsterkte in enig land en de richtlijnen daaromtrent. Bij het niet nakomen van deze verplichting kan de LCL een straf opleggen (art. VIII-01).

D IV-04 Spelen voor meer verenigingen

  1. Een speler mag in één bondsjaar voor niet meer dan één vereniging in één bepaalde competitie spelen. Dit geldt eveneens wanneer een ploeg waarin hij speelde uit de competitie is teruggetrokken of van (verdere) deelneming is uitgesloten. Onder één bepaalde competitie wordt verstaan: de voorjaars-, zomer-, najaars-, indoor- of winter outdoorcompetitie.
  2. In afwijking van lid 1 mag een speler met dispensatie van de KNLTB voor maximaal twee verenigingen competitie spelen. Aan deze dispensatie kunnen nadere voorwaarden worden gesteld. Ondertekening van de dispensatieaanvraag door de VCL’s van beide verenigingen ontslaat de betreffende speler van de verplichtingen als genoemd in artikel IV-02, lid 1 en 2.
    1. Rolstoeltennissers
      1. Rolstoeltennissers kunnen deelnemen aan alle competities. In dat geval gelden voor hen de spelregels, zoals die voor rolstoeltennis zijn vastgesteld.
      2. Een vereniging die een rolstoeltennisser in een ploeg opstelt, dient dit ten minste een week voor de geplande speeldatum aan de VCL van de tegenpartij te melden.
    2. In een ploeg hebben gespeeld of geacht worden te hebben gespeeld
      1. Een speler heeft in een bepaalde ploeg gespeeld, wanneer hij in deze ploeg een competitiepartij geheel of ten dele heeft gespeeld, ook al zou deze partij achteraf wegens een begane overtreding verloren zijn verklaard.
      2. Een speler wordt geacht in een bepaalde ploeg te hebben gespeeld, wanneer zijn naam op het wedstrijdformulier als speler is vermeld, ook al is (zijn) de partij(en) van die speler niet gespeeld.

      Wanneer geen van de partijen van een speler zijn gespeeld en zijn aanvoerder alsnog op het wedstrijdformulier aangeeft dat de vermelding van die speler als niet gedaan moet worden beschouwd, wordt die speler geacht niet in deze ploeg te hebben gespeeld.

    3. Aantal malen dat in een hogere ploeg mag worden gespeeld
      1. Gerechtigd tot het spelen in een bepaalde ploeg is uitsluitend een speler, die in het betreffende bondsjaar in een bepaalde competitie (art. IV-04 lid 1) niet meer dan eenmaal in een hogere ploeg (art.I-02, lid 4 sub j) heeft gespeeld of geacht wordt te hebben gespeeld.
      2. Lid 1 is niet van toepassing indien dispensatie is verleend op grond van artikel IV-04, lid 2.
    4. Aantal malen dat in een competitieweek mag worden gespeeldD 1. Een speler mag in een competitieweek slechts uitkomen in één competitiewedstrijd.2. Een speler met KNLTB-dispensatie mag in een competitieweek maximaal twee competitiewedstrijden spelen. Aan deze dispensatie kunnen nadere voorwaarden worden gesteld.
    5. Speelgerechtigdheid bij inhaalwedstrijden
      1. Een op een inhaaldatum gespeelde partij wordt geacht te zijn gespeeld op de oorspronkelijke dag van het competitieprogramma.
      2. Het is verboden bij een inhaalwedstrijd een speler in een ploeg op te stellen, die op de oorspronkelijke dag van het competitieprogramma in een andere ploeg heeft gespeeld of wordt geacht te hebben gespeeld (art. IV-06, lid 2).
      3. Als een competitiewedstrijd op de dag van het competitieprogramma niet of slechts ten dele is gespeeld, blijft de speler die op die dag gerechtigd was in deze wedstrijd te spelen, dat ook op de inhaaldatum. Dit geldt ook als die speler tussen deze beide data in andere competitiewedstrijden heeft gespeeld.
    6. Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap

      D 1. Gerechtigd om in een bepaalde ploeg een wedstrijd om het landskampioenschap van de landelijke competitie te spelen is uitsluitend de speler, die in dat bondsjaar ten minste drie competitiewedstrijden in de landelijke competitie voor zijn vereniging heeft gespeeld of geacht wordt te hebben gespeeld,

      echter niet meer dan eenmaal in een hogere ploeg (art. I-02, lid 4 sub j).

      1. Indien een speler door de KNLTB is aangewezen uit te komen in een (voorbereidende) wedstrijd waarin hij zijn land vertegenwoordigt, kan de LCW ten aanzien van de speelgerechtigdheid afwijkend bepalen.
      2. Een ploeg, die in een wedstrijd om het landskampioenschap een niet-gerechtigde speler opstelt, wordt geacht deze wedstrijd te hebben verloren.
    7. Speelgerechtigdheid bij een beslissingswedstrijdTen aanzien van de speelgerechtigdheid in een beslissingswedstrijd (art. II- 13 lid 1) gelden dezelfde regels als in artikel IV-10.
    8. Gelijktijdigheid competitie en toernooienWanneer een speelgerechtigde speler op één of meer van de vooraf gepubliceerde competitiedata tevens een wedstrijd dient te spelen in een door de KNLTB goedgekeurd toernooi, kan die speler zich terugtrekken uit het toernooi zonder een administratieve overtreding (WTR) te hebben begaan. Deze terugtrekking dient plaats te vinden voordat de speler een wedstrijd in het betreffende toernooi heeft gespeeld.
    9. Begeleiding juniorenploegen

Een vereniging dient ervoor te zorgen dat bij alle competitiewedstrijden van juniorenploegen gedurende de gehele wedstrijd een begeleider van ten minste 18 jaar aanwezig is.

HOOFDSTUK V Opstelling volgens sterkte van ploegen en van spelers

    1. Puntentoekenning aan spelers
      1. Aan spelers worden op basis van hun speelsterkte in het enkelspel respectievelijk het dubbelspel afzonderlijk punten toegekend en wel als volgt:categorie 1-speler: 1 puntcategorie 2-speler: 2 punten

        categorie 3-speler: 3 punten

        categorie 4-speler: 4 punten

        categorie 5-speler: 5 punten

        categorie 6-speler: 6 punten

        categorie 7-speler: 7 punten

        categorie 8-speler: 8 punten

        categorie 9-speler: 9 punten

        De volgorde van 1 t/m 9 geeft een afnemende speelsterkte aan.

      2. De speelsterktes staan vermeld op de ledenpas.
    2. Sterktevolgorde van ploegen
      1. Een vereniging is verplicht om alle ploegen in elke competitiesoort in volgorde van sterkte zo te nummeren en op te stellen, dat op iedere wedstrijddag het puntengemiddelde van een lagere ploegniet meer dan 1,0 punt lager mag zijn dan het puntengemiddelde van een hogere ploeg.
      2. Dit puntengemiddelde wordt als volgt bepaald:
        1. Het puntentotaal van een speler, ongeacht de partijen waarin deze speler staat opgesteld, is de som van zijn enkelspel- en dubbelspelspeelsterkte volgens artikel V-01, lid 1.
        2. Het puntentotaal van een ploeg is de som van de puntentotalen van de spelers opgesteld in die ploeg.
        3. Het puntengemiddelde van een ploeg is het puntentotaal van die ploeg gedeeld door het aantal opgestelde spelers.
      3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 wordt het puntengemiddelde van een ploeg in een dubbelcompetitie op de volgende wijze bepaald:
        1. Het puntentotaal van een speler is de som van twee maal de dubbelspelspeelsterkte volgens artikel V-01, lid 1.
        2. Het puntentotaal van een ploeg is de som van de puntentotalen van de spelers opgesteld in die ploeg,
        3. Het puntengemiddelde van een ploeg op een bepaalde wedstrijddag is het puntentotaal van die ploeg gedeeld door het aantal opgestelde spelers van die ploeg.
    3. Opstelling binnen een ploeg
      1. Een aanvoerder is verplicht in het enkelspel de spelers in volgorde van afnemende speelsterkte op te stellen. Spelers met dezelfde speelsterkte worden geacht van gelijke sterkte te zijn.
      2. Een aanvoerder is verplicht de dubbelspelcombinaties in volgorde van afnemende speelsterkte op te stellen. De bepaling van de speelsterkte van een dubbelspelcombinatie gebeurt door optelling van de aan beide spelers toegekende punten in het dubbelspel (art. V-01, lid 1). Dubbelspelcombinaties met een gelijk aantal punten worden geacht van gelijke sterkte te zijn.
      3. Lid 1 en 2 zijn ook van toepassing indien een competitiewedstrijd op een inhaaldag wordt (af)gespeeld.
    4. Ploegopstelling laatste twee speeldagen

Op de laatste twee speeldagen mogen in een ploeg maximaal 2 spelers opgesteld worden die 3 keer of vaker zijn uitgekomen (of geacht te zijn uitgekomen) in een ploeg in dezelfde competitiesoort met een lager ploegnummer.

HOOFDSTUK VI Regio- en districtscompetities

    1. Deelname aan regio- en districtscompetities
      1. Regio- en districtsbesturen kunnen binnen hun regio/district competities organiseren, waaraan kunnen deelnemen:
        1. ploegen van verenigingen die tot de regio/het district behoren;
        2. met toestemming van de betreffende districtbesturen:
          • ploegen van verenigingen behorende tot een aangrenzend(e) regio/district;
          • ploegen van combinaties van verenigingen;- ploegen van combinaties van bondskaarthouders, mits deze spelers in die regio/dat district woonachtig zijn.
      2. Besturen van districten mogen competitiesoorten op zondag organiseren, echter alleen na voorafgaande goedkeuring van de LCW. De LCW kan aan de organisatie van deze districts- respectievelijk regiocompetitiesoorten voorwaarden verbinden.
    2. Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap door de kampioenen van de regio- en districtscompetities

D 1. Gerechtigd om in een bepaald kampioensploeg van de regio- of districtscompetitie een wedstrijd om het landskampioenschap te spelen zijn uitsluitend zij, die in dat bondsjaar ten minste drie competitiewedstrijden van de regio- of districtscompetitie voor hun vereniging hebben gespeeld of geacht worden te hebben gespeeld, echter niet meer dan eenmaal in een hogere ploeg (art. I-02, lid 4 sub j).

2. Een ploeg, dat in een wedstrijd om het landskampioenschap een niet-gerechtigde speler opstelt, wordt geacht deze wedstrijd te hebben verloren.

HOOFDSTUK VII Onderzoeken en protesten

    1. Verzoek aan de CL een onderzoek in te stellen
      1. Een belanghebbende vereniging, die twijfelt of:
        1. een speler van een tegenpartij gerechtigd is in die ploeg te spelen,
        2. een aanvoerder van een tegenpartij de bepalingen omtrent het opstellen van spelers volgens speelsterkte in acht heeft genomen,
        3. de vereniging van een tegenpartij de ploegen in volgorde van sterkte heeft opgesteld, kan de CL verzoeken een onderzoek in te stellen.
      2. Een verzoek om een onderzoek in te stellen dient schriftelijk te worden ingediend door het bestuur of de VCL uiterlijk 14 dagen na de dag waarop de gedraging of handeling heeft plaatsgevonden.De CL kan verzoeken die later worden ontvangen niet-ontvankelijk verklaren.
      3. De CL stelt de vereniging waarop het onderzoek betrekking heeft in kennis van het verzoek tot een onderzoek.
      4. Indien volgens de CL sprake is van een overtreding ontvangt zonodig elke vereniging waarvan ploegen in dezelfde afdeling spelen, een afschrift van het verzoek tot een onderzoek en het resultaat daarvan.
      5. Indien de CL van mening is dat de vereniging het onderzoek zelf had kunnen doen, wordt een bedrag van € 25 in rekening gebracht.
    2. Het indienen van een protest bij de CL
  1. Een belanghebbende vereniging kan bij de CL protest aantekenen tegen gedragingen of handelingen van een andere vereniging, of die waarvoor die vereniging aansprakelijk is, wanneer deze naar haar mening in strijd zijn met dit reglement.
  2. Dit protest dient schriftelijk te worden ingediend door het bestuur of door de VCL, uiterlijk 14 dagen na de dag waarop de gedragingen of handelingen hebben plaats gevonden. De CL kan verzoeken die later worden ontvangen niet-ontvankelijk verklaren.
  3. Protesten die later dan 14 dagen na de laatste speeldag van het competitieprogramma worden ingediend, worden niet meer in behandeling genomen, tenzij de CL reden heeft hiervan af te wijken.
  4. De CL stelt de vereniging van de ploeg waar tegen het protest gericht is hiervan in kennis en kan de betrokken vereniging(en) horen.
  5. Elke vereniging waarvan ploegen in dezelfde afdeling spelen ontvangt zonodig een afschrift van het ingediende protest en de uitspraak daarover.
  6. Blijkt het protest ongegrond, dan wordt de vereniging een bedrag van

€ 25 in rekening gebracht.

HOOFDSTUK VIII Strafbepalingen

VIII -01 Straffen die de CL kan opleggen

  1. De CL is bevoegd bij overtreding van dit reglement – gevraagd of ongevraagd – één of meerdere van de volgende straffen op te leggen:
    1. een vereniging een boete opleggen van maximaal € 225, ook indien de overtreding moet worden toegeschreven aan de aanvoerder van een ploeg. Bij herhaling van de overtreding kan de CL een boete van maximaal € 450 opleggen;
    2. een ploeg één of meer winstpunten in mindering brengen;
    3. één of meer partijen, die een ploeg ten onrechte niet speelt, verloren verklaren en de uitslag van die partijen administratief vaststellen op 0-6, 0-6;
    4. een ploeg op de laatste plaats laten eindigen indien deze ploeg het verloop van de competitie in ernstige mate heeft verstoord;
    5. een partij, die door een niet-gerechtigde speler is gespeeld verloren verklaren en de uitslag van die partij administratief vaststellen op0-6, 0-6. Dit geldt eveneens voor andere partijen die als gevolg van het meespelen van een niet-gerechtigde speler niet door de juiste speler(s) is/zijn gespeeld;
    6. een ploeg op de laatste plaats zetten indien een gefingeerde uitslag is ingevuld of voor juist is ondertekend;
    7. een niet (uit)gespeelde wedstrijd/partij alsnog op een andere datum en onder bepaalde voorwaarden vast stellen;
    8. de (tussen)stand van een onreglementair uitgestelde wedstrijd omzetten naar een eindstand en/of de eindstand van een onreglementair uitgestelde wedstrijd aanpassen.
  2. De CL kan één van de onder lid 1 sub b t/m f genoemde straffen opleggen, samen met de onder lid 1a genoemde boete.
  3. In Bijlage J staan de maximum boetes vermeld die door de CL kunnen worden opgelegd voor specifieke overtredingen en verzuimen.
    1. Straffen die de CW kan opleggen
      1. De CW is bevoegd een vereniging een boete van maximaal € 450 op te leggen, dan wel een vereniging of een ploeg van een vereniging van (verdere) deelneming uit te sluiten, indien niet aan de volgende verplichtingen is voldaan:
        1. het voor deelneming aan de competitie verschuldigde inschrijfgeld aan de KNLTB voldoen (art. III-01, lid 3);
        2. het minimum voor de competitie vereiste aantal buitenbanen beschikbaar stellen (art. III-03, lid 1);
        3. kleedkamers met was- en douchegelegenheid, toilet en kantine van voldoende kwaliteit beschikbaar stellen (art. III-03, lid 2 en 3);
        4. de onder c genoemde accommodaties gedurende de in art. III-03 lid 1 en 2 genoemde tijd beschikbaar stellen;
        5. het beschikken over een gecertificeerde VCL (art. III-01, lid 5);
        6. een ingeschreven ploeg de gehele competitie laten spelen (art. III- 01, lid 2 en III-02, lid 2).
      2. De CW is bevoegd de aanvoerder van een ploeg, die dit reglement heeft overtreden, het recht te ontzeggen gedurende een bepaalde tijd als aanvoerder op te treden.
    2. Berechting door de strafcommissie

Een speler die zich niet gedraagt overeenkomstig het bepaalde in artikel III- 18, lid 1 en in Bijlage B, kan worden berecht door de strafcommissie (Tuchtreglement en Statuten artikel 24).

HOOFDSTUK IX Beroepsprocedures

    1. Beroep bij de CW tegen uitspraak CL
      1. Tegen een door de CL genomen beslissing of opgelegde straf kan een belanghebbende vereniging in beroep gaan bij de CW. Deze beroepsmogelijkheid vervalt indien alleen een boete van maximaal € 50 wordt opgelegd.
      2. Dit beroep dient namens de vereniging schriftelijk te worden ingediend door het bestuur of de VCL, uiterlijk 14 dagen na de dag waarop de bedoelde uitspraak ter kennis is gekomen van die vereniging of door de CW geacht wordt te zijn gekomen. Beroepsschriften die later worden ontvangen kan de CW niet-ontvankelijk verklaren.
      3. Tegen het al dan niet verlenen van een dispensatie ingevolge artikel X- 01 geldt een beroepstermijn van maximaal 3 dagen.
      4. De CL en een eventueel andere betrokken vereniging ontvangen van de CW afschrift van het ingediende beroepschrift.
      5. Door het instellen van beroep wordt de tenuitvoerlegging van de uitspraak waartegen beroep wordt ingesteld opgeschort, tenzij de voorzitter van de CW anders besluit. Van dit besluit wordt elke belanghebbende vereniging schriftelijk in kennis gesteld.
      6. Blijkt het beroep ongegrond dan wordt de vereniging een bedrag van

      € 25 in rekening gebracht.

    2. Behandeling beroep door de CW
      1. Bij de behandeling van een beroepschrift kan de CW de CL en de betrokken vereniging(en) horen. Indien de CL of een betrokken vereniging daarom verzoeken, worden zij in ieder geval door de CW gehoord. De CW kan ook andere betrokkenen oproepen om te worden gehoord.
      2. Indien een vereniging die in beroep is gegaan zonder geldige reden aan een oproep van de CW geen gehoor geeft, kan de CW het beroep niet- ontvankelijk verklaren of afwijzen.
      3. De CW zendt een afschrift van de uitspraak aan de CL en aan de vereniging(en) die bij het beroep is/zijn betrokken en zonodig aan elke vereniging waarvan ploegen in dezelfde afdeling spelen.
    3. Uitspraken die de CW kan doenDe CW kan in een beroep tegen een door de CL opgelegde strafmaatregel:
      1. de uitspraak van de CL handhaven, vernietigen of wijzigen;
      2. een strafmaatregel opleggen (art. VIII-01) met een boete van maximaal € 450.
    4. In beroep gaan tegen uitspraak CW
  1. Tegen een uitspraak of beslissing van de CW is beroep mogelijk bij de Commissie van Beroep, behalve wanneer voor de overtreding uitsluitend een boete van maximaal € 225 is opgelegd.
  2. Dit beroep of een vooraankondiging hiervan dient schriftelijk en met redenen omkleed aangetekend te worden ingediend, uiterlijk drie dagen na de dag waarop de bedoelde beslissing ter kennis is gekomen van die vereniging of door de Commissie van Beroep geacht wordt te zijn gekomen.De vooraankondiging dient binnen zeven dagen te worden gevolgd door het indienen per aangetekend schrijven van het formele beroepschrift.
  3. Niet-inachtneming van het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel kan niet- ontvankelijkheid van het beroep tot gevolg hebben.
  4. Door het instellen van beroep wordt de tenuitvoerlegging van de uitspraak waartegen het beroep wordt ingesteld opgeschort, tenzij de voorzitter van de Commissie van Beroep anders besluit. Van dit besluit wordt elke belanghebbende vereniging schriftelijk in kennis gesteld.
  5. De Commissie van Beroep regelt de wijze waarop het beroep zal worden behandeld. In ieder geval zal degene die beroep heeft aangetekend en de CW in de gelegenheid worden gesteld om inlichtingen te geven. Degene die in beroep is gekomen heeft het recht zich te laten bijstaan.
  6. Van de uitspraak van de Commissie van Beroep wordt elke belanghebbende vereniging schriftelijk in kennis gesteld.
  7. Indien het ingediende beroep ongegrond wordt verklaard, wordt de vereniging een bedrag van € 50 in rekening gebracht.

HOOFDSTUK X Dispensatie en publicatie

    1. Artikelen met dispensatie
      1. De CL kan van de volgende artikelen of onderdelen van artikelen dispensatie verlenen:II-12III-02, lid 2

        III-03, lid 1 en lid 2

        III-06, lid 1

        1. 8, lid 1 sub d III-12
        2. 1, sub a IV-04

        IV-08, lid 1

        IV-10, lid 1

        VI-02, lid 1

      2. De in het vorige lid genoemde artikelen of onderdelen van artikelen worden door een “D” in de marge naast het artikel of onderdeel van het artikel voorafgegaan.
      3. Een verzoek om dispensatie dient door de belanghebbende vereniging schriftelijk en met redenen omkleed bij de CL te worden ingediend.
      4. De CL stelt belanghebbende(n) schriftelijk in kennis van de beslissing op het dispensatieverzoek, waaraan voorwaarden kunnen worden verbonden.
    2. Artikelen die publicatie vereisen
  1. De besluiten, aangekondigd in de volgende artikelen of onderdelen van artikelen, worden in het bondsorgaan, het Wedstrijdbulletin en/of op de website van de KNLTB gepubliceerd:II-01, lid 1 II-03II-04, lid 1 en lid 6 II-05

    II-06, lid 1

    1. 8, lid 1 en lid 3 II-14
    2. 1, lid 1 en lid 3

    III-02, lid 1 laatste zin III-03, lid 4

    III-04

    III-16, lid 1 en lid 6

    1. 0, lid 2
  2. De in het vorige lid genoemde artikelen of onderdelen van artikelen worden door een “P” in de marge naast het artikel of onderdeel van het artikel voorafgegaan.

    HOOFDSTUK XI Slotbepalingen

    image

      1. Ingangsdatum van dit reglementDit reglement is in werking getreden op 1 april 2013.
      2. Wijziging van dit reglement
    1. Dit reglement kan uitsluitend worden gewijzigd door de ledenraad (Statuten artikel 21 lid 2).
    2. Het bondsbestuur is bevoegd in dit reglement wijzigingen aan te brengen en deze voorlopig geldig te verklaren (Statuten artikel 21 lid 8).

    Bijlage A Richtlijnen voor het spelen van partijen zonder scheidsrechter

    Als een partij wordt gespeeld zonder scheidsrechter dienen de spelers zich aan de volgende regels te houden:

    • Iedere speler is verantwoordelijk voor alle beslissingen aan zijn kant van het net.
    • De speler moet onmiddellijk nadat de bal de grond buiten de lijn heeft geraakt “uit” of “fout” roepen en wel zo luid dat de tegenstander het kan horen.
    • Bij twijfel moet de speler zijn tegenstander het voordeel van de twijfel geven. Dit betekent dat – op banen waarop geen balafdruk is te zien – elke bal die niet met zekerheid “uit” kan worden gegeven, als “goed” moet worden beschouwd en dat het spel dus doorgaat.
    • Als een speler ten onrechte een bal “uit” geeft en zich dan realiseertdat de bal “in” was, moet het punt de eerste keer worden overgespeeld, tenzij de bal voor hem onbereikbaar was (een “scorend punt”), in welk geval het punt voor de tegenstander is. Bij elke volgende onterechte “uit” call verliest de betrokken speler het punt.
    • De serveerder moet, hoorbaar voor de tegenstander, vóór iedere eerste service de stand afroepen.Voor partijen gespeeld op gravelbanen en op andere baansoorten, waarop balafdrukken zijn te zien, dienen de spelers zich, in aanvulling op het bovenstaande, te houden aan de volgende regels:
    • Alleen de balafdruk van de laatste slag van een slagenwisseling mag worden gecontroleerd. Controleren van een balafdruk mag ook als een speler het spel onderbreekt maar in een reflex de bal nog heeft teruggeslagen.
    • Als een speler twijfelt aan de juistheid van een beslissing van zijn tegenstander kan hij hem vragen de balafdruk aan te wijzen. De speler mag dan naar de andere kant van het net gaan om die balafdruk te bekijken (dus niet om een andere balafdruk aan te wijzen!).
    • Als een speler de balafdruk uitveegt geeft hij daarmee aan dat het punt voor zijn tegenstander is.
    • Als de speler een bal “uit” geeft, moet hij, onder normale omstandigheden, in staat zijn om de balafdruk aan te wijzen.
    • Als een speler ten onrechte een bal “uit” geeft en zich dan realiseert dat de bal “in” was, verliest de speler die “uit” riep het punt.

    Bijlage B Correct gedrag van spelers

    1. Correct gedrag van een speler, zoals bedoeld in artikel III-18, lid 1, houdt onder meer in:
      1. dat hij, na daartoe te zijn opgeroepen door de aanvoerder van de ontvangende ploeg of door de voor deze competitiewedstrijd aangewezen hoofdscheidsrechter, andere arbitragefunctionaris of competitiegedelegeerde, binnen 15 minuten gereed is om te spelen op de daarvoor aangewezen baan;
      2. dat hij gekleed is in schone algemeen aanvaarde tenniskleding. Andere sport- of vrijetijdskleding is niet toegestaan, noch tijdens de partij, noch tijdens het inslaan. Wat onder “algemeen aanvaarde tenniskleding” dient te worden verstaan wordt jaarlijks in het Wedstrijdbulletin en op de website van de KNLTB bekend gemaakt;
      3. dat hij schoeisel draagt dat speciaal voor tennis is ontworpen en dat de toplaag van de tennisbaan niet kan beschadigen; ten aanzien van een gravelbaan betekent dit dat de zool van het schoeisel vlak dient te zijn, doch een ingewerkt profiel mag hebben, waarbij de afzonderlijke profielranden niet verder uit elkaar mogen liggen dan maximaal 2 mm.
    2. Onder correct gedrag wordt voorts verstaan dat een speler zich niet te buiten gaat aan:
      1. opzettelijk tijdrekken (hieronder wordt onder meer verstaan het niet binnen 20 seconden hervatten van het spel nadat de arbitragefunctionaris of de competitiegedelegeerde daartoe opdracht heeft gegeven);
      2. vloeken, schelden en dergelijke;
      3. het (hoorbaar) uiten van onbehoorlijke taal;
      4. het maken van obscene gebaren;
      5. het uit woede en/of teleurstelling gooien met een racket of een ander uitrustingsstuk, dan wel het opzettelijk en krachtdadig beschadigen of vernielen van een racket, een anderuitrustingsstuk of enige vaste hindernis, het net met toebehoren, de baan, de stoel van de scheidsrechter of van eenarbitrageassistent dan wel enig ander aanwezig voorwerp;
      6. het uit woede wegtrappen, gooien of zonder noodzaak wegslaan van een bal, waaronder te verstaan is het opzettelijk wegslaan van een bal over de omheining of in de richting van enig persoon met een verwijtbaar gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef ten aanzien van de eventuele gevolgen;
      7. het bedreigen of molesteren van, of het spuwen naar een tegenstander, official, toeschouwer of enig ander persoon (onder molesteren wordt onder meer verstaan het zonder toestemming overlast aandoen door aanraking van een persoon);
      8. onsportief gedrag. Hieronder wordt onder meer verstaan het niet respecteren van de rechten van een tegenstander, het niet aanvaarden van de autoriteit van een official, het beledigen van een toeschouwer en elke andere vorm van niet-correct gedrag (wangedrag) van een speler, waardoor de goede naam van de tennissport wordt aangetast.

        Bijlage C Strafpuntensysteem (SPS)

        1. Het strafpuntensysteem geeft de scheidsrechter zoals bedoeld in artikel III-18 lid 3 de mogelijkheid wangedrag en opzettelijk tijdrekken te bestraffen.Onder wangedrag wordt verstaan: gedragingen zoals vermeld in Bijlage B artikel 2 van dit reglement. Onder opzettelijk tijdrekken wordt verstaan: het opzettelijk overtreden van de in tennisspelregel 29 en Bijlage V van de Tennisspelregels toegestane tijdslimieten.
        2. De op te leggen straffen zijn:
          • voor de eerste overtreding: een waarschuwing;
          • voor de tweede overtreding: puntverlies;
          • voor de derde en elke volgende overtreding: spelverlies.Na de derde overtreding zal echter de arbitragefunctionaris bepalen of een volgende overtreding tot diskwalificatie (partijverlies) zal leiden.Indien een zeer ernstige overtreding wordt begaan kan de arbitragefunctionaris beslissen over te gaan tot onmiddellijke diskwalificatie.
        3. Met uitzondering van het bepaalde in lid 9 worden aan een speler die de gedragsregels overtreedt en hiervoor volgens het strafpuntensysteem wordt bestraft zogenaamde suspensiepunten gegeven en wel als volgt:Waarschuwing 1 punt;Puntverlies 2 punten, inclusief een reeds toegekend

          suspensiepunt in verband met een waarschuwing;

          Spelverlies 3 punten, inclusief reeds toegekende

          suspensiepunten in verband met een waarschuwing én een puntverlies; elk volgend spelverlies 1 punt extra;

          Diskwalificatie aantal reeds behaalde punten +1; minimaal 4

          punten.

        4. Suspensiepunten die in competitie- en toernooipartijen aan eenzelfde speler worden gegeven worden bij elkaar opgeteld.
        5. Wanneer aan een speler vier of meer suspensiepunten zijn gegeven wordt dit bij de strafcommissie aanhangig gemaakt volgens de regels in het Tuchtreglement.
        6. De strafcommissie doet uitspraak volgens de regels in het Tuchtreglement. Tegen deze uitspraak staat beroep open bij de Commissie van Beroep (Tuchtreglement).
        7. Wanneer de strafcommissie uitspraak heeft gedaan in een bij haar aanhangig gemaakte zaak, vervallen die suspensiepunten naar aanleiding waarvan de betrokken speler voor de strafcommissie is gedaagd.
        8. Suspensiepunten vervallen een jaar na de dag waarop de overtreding die aanleiding was tot het geven van die suspensiepunten werd begaan. Deze termijn wordt opgeschort op het moment dat een strafzaak aanhangig wordt gemaakt bij de strafcommissie.
        9. De competitiegedelegeerde/arbitragefunctionaris bij een competitiewedstrijd is bevoegd bij wangedrag van onsportief, partijdig publiek de onder lid 2 van deze Bijlage genoemde straffen toe te passen bij de speler van de betreffende competitieploeg. Deze straffen worden onafhankelijk toegepast van de straffen door overtreding van de gedragsregels door de speler zelf. Op grond van de rapportage van de competitiegedelegeerde/ arbitragefunctionaris kan het bondsbestuur de vereniging, waartoe de competitieploeg van de bestrafte speler(s) behoort, dagen voor de strafcommissie (Tuchtreglement).
        10. Het strafpuntensysteem geeft de arbitragefunctionaris ook de mogelijkheid onopzettelijke tijdsoverschrijdingen te bestraffen als een tijdsovertreding, achtereenvolgens met:
          • een waarschuwing
          • puntverlies;
          • puntverlies, enz., enz.

Deze straffen hebben geen consequenties voor het bepaalde in lid 3 t/m 9 van deze Bijlage.

Bijlage D Kledingreclamecode

De kledingreclamecode die voor een speler geldt tijdens de wedstrijd en tijdens het inspelen, houdt in dat reclame-uitingen en fabrikanten-logo’s op kleding, schoeisel en uitrusting moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

  1. a. Een speler mag op elke mouw van zijn shirt, trui of trainingsjack één fabrikantenlogo van maximaal 52 cm², alsmede één uiting van maximaal 19,5 cm² dragen. Indien het fabrikantenlogo tekst bevat, mag deze tekst in het logo maximaal 26 cm² bedragen. Indien een speler mouwloze kleding draagt, mag hij de twee uitingen op de voorkant van het shirt hebben. Deze mogen elk maximaal 13 cm² bedragen.
    1. Een speler mag op de voorkant, op de achterkant en/of op de kraag van zijn shirt, trui of trainingsjack dragen:Twee fabrikantenlogo’s van maximaal 13 cm² elk d.w.z.:
      • of twee logo’s op de voorkant;
      • of één logo op de voorkant en één logo op de achterkant;
      • of één logo op de voorkant en één logo op de kraag;
      • of één logo op de achterkant en één logo op de kraag. Ofwel in plaats van twee logo’s van elk 13 cm²:
      • één fabrikantenlogo van maximaal 19,5 cm² op de voor- of achterkant of op de kraag.
    2. Een speler mag op de voorkant en op de achterkant van zijn shirt, trui of trainingsjack één uiting van maximaal 300 cm² dragen.
    3. Een speler mag op de voorkant of achterkant van zijn tennisbroek, haar tennisrok of trainingsbroek twee fabrikantenlogo’s van maximaal 13 cm² of één fabrikantenlogo van maximaal 19,5 cm² dragen. Indien spelers compressiebroeken (zgn. Lycra shorts) dragen, mogen zij bovendien hierop één fabrikantenlogo van maximaal 13 cm² dragen.
    4. Een speler mag op elke sok fabrikantenlogo’s van elk maximaal 13 cm² dragen.
    5. Een speler mag op elke schoen fabrikantenlogo’s dragen.
    6. Een speler mag op zijn racket en op de snaren van zijn racket fabrikantenlogo’s hebben.
    7. Een speler mag op zijn hoofddeksel, hoofdband of polsband één fabrikantenlogo van maximaal 13 cm² dragen.
    8. Een speler mag op zijn tas, handdoek of ander uitrustingsstuk fabrikantenlogo’s dragen, alsmede op zijn tas twee afzonderlijke uitingen van elk maximaal 26 cm².
  2. a. Een fabrikantenlogo is een bedrijfs- of product beeldmerk (onafhankelijk of dit geregistreerd is) dat als lapje stof, opdruk of borduursel op de kleding zit. Dit behoeft geen leverancierslogo te zijn. Een logo kan tekst bevatten.b. Naast de in artikel 1 genoemde maximaal toegestane uitingen mag tevens de verenigingsnaam worden gevoerd in tekst en met embleem/logo. De verenigingsnaam/het embleem/logo mag aangebracht worden op de voorkant van het shirt, de trui en het trainingspak en mag maximaal 19 cm² bedragen.

    KLEDINGRECLAMECODE

    KLEDINGRECLAMECODE

     

  3. Een speler, die de kledingreclamecode overtreedt, kan door de CL, de competitiegedelegeerde, de arbitragefunctionaris of de VCL worden opgedragen binnen 15 minuten zijn uitrusting aan te passen. Het niet opvolgen van zo’n opdracht kan onmiddellijke diskwalificatie tot gevolg hebben. Het binnenstebuiten dragen of afplakken van kleding is niet toegestaan.

image image

Bijlage E Coachen

Overeenkomstig artikel III-19 is coachen tijdens een competitiewedstrijd toegestaan. Het begrip coachen omvat het in woord en/of gebaar geven van technische en/of tactische aanwijzingen. Aanmoedigen is geen coachen.

Coachen dient te geschieden volgens onderstaande regels.

  1. a. Indien een arbitragefunctionaris aanwezig is:Voor het begin van iedere partij dient aan de arbitragefunctionaris te worden opgegeven wie bij die partij als coach zal optreden.b. Indien geen arbitragefunctionaris aanwezig is:

    Voor het begin van iedere partij wordt aan de aanvoerder van de tegenpartij opgegeven wie bij die partij als coach zal optreden.

  2. Coachen is alleen toegestaan door iemand die op de baan zit en dan uitsluitend wanneer van speelhelft wordt gewisseld (met uitzondering van een wissel tijdens een tiebreak).De coach dient op de baan, naast en schuin achter de scheidsrechtersstoel, te zitten. Op andere wijze coachen is niet toegestaan, ook niet door het geven van tekens. Wanneer het spel wordt onderbroken en de speler verlaat het speelveld (bijvoorbeeld als verder spelen door weersomstandigheden niet mogelijk is) dan mag de speler door iedereen van advies worden voorzien. Wanneer een speler de baan verlaat voor een sanitaire stop is coaching niet toegestaan.
  3. Indien meerdere partijen van een competitiewedstrijd tegelijk worden gespeeld, mogen de coaches bij deze partijen tussentijds onderling wisselen.Tevens is het mogelijk dat voor deze partijen één persoon coach is. Deze coach mag dan uiteraard afwisselend bij de ene of bij een andere partij coachen. Het wisselen (en betreden) van baan door de coach is alleen toegestaan wanneer de spelers van speelhelft wisselen (tiebreak uitgezonderd).
  4. De coach mag de scheidsrechter aanspreken (niet een lijnrechter), over een genomen beslissing. Ook kan de coach de scheidsrechter verzoeken een balinspectie te doen (de coach mag zelf geen balinspecties doen). De scheidsrechter moet op eventuele vragen van de coach antwoord geven. De speler kan zijn coach verzoeken om de scheidsrechter over een beslissing aan te spreken of de scheidsrechter te verzoeken een balinspectie te doen; hij kan niet zelf met de scheidsrechter in discussie gaan.
  5. De coach dient zich correct te gedragen en mag uitsluitend tijdens het wisselen van speelhelft coachen.
  6. Bij niet-correct gedrag van de coach heeft de hoofdscheidsrechter de bevoegdheid om een coach tweemaal een formele waarschuwing te geven.Bij de derde overtreding wordt de coach verwijderd als coach van de aan de gang zijnde partij en/of volgende partijen; in dit geval mag de coach wel door een ander worden vervangen.
  7. Indien bij een competitiewedstrijd geen arbitragefunctionaris aanwezig is, dienen de aanvoerders een eventueel geschil over onjuiste coaching gezamenlijk op te lossen.

Bijlage F Eisen tennisbanen

  1. Voor het verkrijgen van het KNLTB-NOC*NSF keurmerk van tennisbanen, zoals bedoeld in artikel III-03, lid 2 dienen aanleg, renovatie en ombouw als volgt plaats te vinden :
    1. De werkzaamheden worden door het NOC*NSF of gelijkwaardige instantie begeleid, inhoudende praktijk- en laboratoriumonderzoek.
    2. De eindkeuring uitgevoerd door de keuringsinstantie omvat zowel een sporttechnische keuring als een reglementaire keuring.
    3. De sporttechnische keuring vindt plaats op basis van de sporttechnische normen voor tennisbaanconstructies, die de volgende aspecten omvatten:
      • sportfunctionaliteit;
      • medische aspecten;
      • bruikbaarheid;
      • duurzaamheid;
      • beheersbaarheid.
    4. De reglementaire keuring vindt in hoofdzaak plaats op basis van de Tennisspelregels, waarbij ten aanzien van de maatvoering van de uitlopen de volgende aanvullende bepalingen gelden:
      1. Bij aanleg, renovatie of ombouw van banen dient de achteruitloop ten minste 6,40 m. en de zij-uitloop ten minste 3,66 m. te bedragen.
      2. In afwijking van het bepaalde onder I. dient de tussenuitloop tussen twee naast elkaar gelegen banen ten minste 5,00 m. te zijn.
      3. De zij- en achteruitlopen dienen vrij te zijn van obstakels (bijvoorbeeld lichtmasten en onderhoudsmateriaal), met uitzondering van:
        1. de ruimte pal achter de netpaal ter grootte van 1,50 m² ten behoeve van de scheidsrechtersstoel;
        2. aan beide zijden van het speelveld, maar zo dicht mogelijk bij de scheidsrechtersstoel een ruimte van max. 1,00 (b) x 2,00 (l) m. ten behoeve van spelersbanken. Deze spelersbanken moeten zo dicht mogelijk tegen de buitengrens van de uitloop bij de betreffende baan worden geplaatst.

      Bij de aanwezigheid van een toegangspoort mogen deze ruimten worden verplaatst tot naast deze toegangspoort.

      In de tussenuitloopruimten dienen deze ruimten zodanig in het midden van de uitloopruimte geplaatst te worden dat er aan weerszijden min. 2,00 m. resteert.

  2. Op het bondsbureau van de KNLTB en bij NOC*NSF is een lijst verkrijgbaar van de bedrijven die de aanleg, renovatie en ombouw van tennisbanen onder keur van de KNLTB-NOC*NSF uitvoeren.

Bijlage G Taken en bevoegdheden van een Verenigingscompetitieleider (VCL)

  1. De VCL heeft voor het begin van de competitie de volgende taken:
    1. Het zich op de hoogte stellen van de inhoud van het CR en het Wedstrijdbulletin.
    2. Het aan de KNLTB digitaal aanleveren van relevante informatie over elke thuiswedstrijd van ploegen van zijn vereniging. Deze informatie moet ten minste 8 dagen voor de datum van de betreffende wedstrijd gepubliceerd zijn op MijnKNLTB en dient in ieder geval het volgende te bevatten:
      • het tijdstip waarop met de betreffende competitiewedstrijd wordt begonnen en het tijdstip waarop de bezoekende ploeg wordt verwacht;
      • de naam en het telefoonnummer van de aanvoerder van de ontvangende ploeg;
      • de baansoort waarop de competitiewedstrijd zal worden gespeeld.
    3. Het maken van een planning voor elke speeldag overeenkomstig artikel III-08, lid 1 sub d, met daarop voor iedere thuisspelende ploeg vermeld op welke banen die ploeg zijn partijen zal spelen.
    4. Het doorgeven aan de aanvoerders van de ploegen van zijn vereniging van:
      • het wedstrijdprogramma;
      • een overzicht met adressen en telefoonnummers van de verenigingen met ploegen in dezelfde afdeling;
      • brieven, plattegronden etc., ontvangen van andere ploegen in dezelfde afdeling;
      • de wedstrijdformulieren en overige van de KNLTB ontvangen informatie.
    5. Het informeren van de aanvoerders van de ploegen van zijn vereniging over de gang van zaken op de competitiedagen en over het CR en de Wedstrijdbulletins.Deze informatie dient o.a. te gaan over:
      • het invullen van de wedstrijdformulieren en het elektronisch verzenden van de uitslagen aan de KNLTB;
      • tijdige aanwezigheid bij zowel thuis- als uitwedstrijden;
      • de gedrags-, kleding- en reclameregels;
      • de coaching;
      • de verantwoordelijkheden van de aanvoerder;
      • de baanindeling bij thuiswedstrijden.
  2. De VCL heeft op de speeldagen de volgende verantwoordelijkheden (deze taken kunnen bij delegatie door anderen worden uitgevoerd):
    1. zorgen dat het CR, de relevante Wedstrijdbulletins, de Tennisspelregels, de ballen en de EHBO-doos aanwezig zijn;
    2. controle op de banen (o.a. nethoogte en enkelspelpaaltjes) en kleedkamers voor het begin van de speeldag;
    3. de bezoekende ploegen ontvangen, zich als VCL bekend maken, iets vertellen over de gang van zaken en de ploeg introduceren bij de (aanvoerder van de) ontvangende ploeg;
    4. het ontvangen en begeleiden van arbitragefunctionarissen en/of een competitiegedelegeerde (indien van toepassing);
    5. controle op het door de aanvoerder controleren van de speelsterkte en (indien van toepassing) de leeftijd van de spelers van de tegenpartij;
    6. controle houden op de onderhoudstoestand van de banen (o.a. wanneer beregend moet worden);
    7. (eventueel) publicatie van tussenstanden van die dag gespeelde wedstrijden
    8. bij wijziging van het banenschema (bijvoorbeeld door weersomstandigheden of uitloop van partijen) dit tijdig doorgeven aan de betreffende aanvoerders;
    9. controle op de tijdige elektronische verzending van de uitslagen aan de KNLTB;
    10. i.v.m. de weersomstandigheden beslissen (na overleg met parkeigenaar en/of groundsman) over het stopzetten en het hervatten van een wedstrijd;
    11. toezicht houden op het naleven van de gedrags-, kleding- en reclameregels;
    12. beslissen wat er moet gebeuren bij het niet op tijd aanwezig zijn van een ploeg of een speler (art. III-08, lid 2 en III-10, lid 1, 2 en 3).
    13. controle op het door de aanvoerder oproepen van spelers voor een partij en het zo nodig opeisen van partijen wanneer spelers niet tijdig aan die oproep voldoen (III-09 en III-10)
  3. De VCL heeft (direct) na de speeldagen de volgende taken:
    1. het (eventueel) indienen van protesten bij de KNLTB overeenkomstig het CR;
    2. het (eventueel) rapporteren aan de KNLTB van wangedrag dat zich heeft voorgedaan (art. III-18);
    3. het voeren van correspondentie met de KNLTB over alle zaken die de competitie betreffen en het daarover informeren van zijn verenigingsbestuur.

Bijlage H Systeem van variabele begintijden van wedstrijden in de landelijke competitie

Wanneer een vereniging heeft gekozen voor het systeem van variabele begintijden van competitiewedstrijden is dit systeem van toepassing op alle thuisspelende ploegen gedurende de gehele competitie.

  1. Bij het bepalen van de begintijd van de wedstrijd van een thuisspelende ploeg dient rekening te worden gehouden met de volgende voorwaarden:
    1. als begintijd kunnen alleen worden gekozen hele of halve uren, niet vroeger dan 9.00 uur en niet later dan 14.00 uur, behoudens het bepaalde sub c. en d;
    2. indien de reisafstand van de bezoekende ploeg 80 of meer kilometer bedraagt, mag geen begintijd vroeger dan 10.00 uur worden gekozen. Onder de reisafstand wordt verstaan de afstand over de weg tussen de parken van de betreffende verenigingen);
    3. in de jeugdcompetities mag geen begintijd later dan 12.00 uur worden gekozen;
    4. in de gemengde competitie mag, met uitzondering van de gemengde 35+-competitie, geen begintijd later dan 13.00 uur worden gekozen.
  2. De VCL van de vereniging van een ontvangende ploeg is verplicht de begintijd van een wedstrijd van die ploeg te publiceren op MijnKNLTB. Deze informatie dient uiterlijk 8 dagen voor de betreffende speeldag te zijn doorgegeven. Indien deze informatie niet vóór de gestelde termijnis doorgegeven dient de betreffende wedstrijd om 10.00 uur te beginnen.
  3. Op elke competitiedag dient de VCL van de vereniging van de thuisspelende ploegen, dan wel een door hem aangewezen persoon, zich aan de bezoekende ploegen bekend te maken als degene, die de toewijzing van de banen regelt en de aanvoerders hierover informeert. In verband met deze regeling dient hij:
    1. rekening houdende met de volgorde van de partijen die per competitiewedstrijd door aanvoerders van beide ploegen conform artikel III-13 zijn vastgelegd, een planning te maken voor alle partijen van de thuisspelende ploegen en wel zodanig dat:
      • voor elke partij anderhalf uur wordt gereserveerd;
      • elke ploeg steeds over ten minste één baan kan beschikken;
      • de laatste partij van een wedstrijd niet later dan om 18.00 uur kan beginnen;
      • conform artikel III-08, lid 1 sub d van het CR, wedstrijden bestaande uit 8, 6 resp. 5 partijen, in ten hoogste 5, 4 resp. 3 speelronden worden gespeeld.
    2. Een nieuwe planning te maken indien door (weers) omstandigheden de partijen ten minste twee uur later worden gespeeld dan was gepland.Bij deze nieuwe planning gelden de volgende randvoorwaarden:
      • afgebroken partijen hebben voorrang boven partijen die nog moeten beginnen;
      • partijen van ploegen met een reisafstand van meer dan 80 km hebben voorrang boven andere partijen;
      • het kunnen laten (af)spelen van alle (resterende) partijen van een bepaalde wedstrijd heeft voorrang boven het laten (af)spelen van slechts een deel van de (resterende) partijen in andere wedstrijden.
    3. Zowel bij de onder a. als de onder b. bedoelde planning artikel III- 09 toe te passen.

Bijlage I Sanitaire onderbrekingen

Een speler mag tijdens een partij de baan gedurende een redelijke tijd verlaten voor sanitaire doeleinden dan wel – voor wat vrouwen betreft – het verwisselen van kleding.

Sanitaire onderbrekingen moeten in principe tijdens een setpauze worden opgenomen en mogen voor geen enkel ander doel worden gebruikt, ook niet voor coachen. Het verwisselen van kleding door vrouwen moet tijdens een setpauze plaatsvinden.

In het damesenkelspel heeft een speelster recht op twee onderbrekingen. In een herenenkelspel heeft een speler recht op één sanitaire onderbreking. In elke dubbelspelpartij mag elke ploeg in totaal twee onderbrekingen opnemen. Indien partners samen de baan verlaten, telt dit als een van de toegestane onderbrekingen.

Elke keer dat een speler om een sanitaire onderbreking vraagt en toestemming verkrijgt, wordt beschouwd als een van de toegestane onderbrekingen, ongeacht of de tegenstander de baan al dan niet heeft verlaten.

Elke sanitaire onderbreking die wordt opgenomen nadat het inspelen is begonnen, wordt beschouwd als één van de toegestane onderbrekingen. Een speler mag bovendien zonodig alle speelhelftwisselingen gebruiken voor sanitaire doeleinden.

Overschrijdt de betrokken speler echter de maximaal toegestane tijd van 90 seconden (bij speelhelftwisseling), resp. 2 minuten (bij setpauze), dan wordt hij volgens het Strafpuntensysteem (Bijlage C) direct gestraft voor het begaan van een gedragsovertreding.

Indien de gezondheidstoestand van een speler het noodzakelijk maakt dat hij op enig moment naar het toilet moet kunnen gaan, moet hij hierover vóór de partij contact opnemen met de arbitragefunctionaris dan wel de competitiegedelegeerde. Indien dit verzoek wordt ingewilligd moet de tegenstander hierover voor aanvang van de partij worden geïnformeerd.

Voorts kunnen er in het damestennis andere redenen zijn dat een speelster dringend de baan moet verlaten. In deze situaties kan de arbitragefunctionaris de speelster toestaan de baan te verlaten voor een onderbreking op een ander moment dan tijdens een setpauze, mits zij haar twee toegestane onderbrekingen nog niet heeft opgenomen.

Bijlage J Maximum boetes specifieke overtredingen en verzuimen CR

Artikel Overtreding Maximum boete (€)
II-06, lid 2 Niet spelen van een vastgestelde beslissingswedstrijd 115
II-16 Invullen gefingeerde uitslag 225
II-17 Weigeren medewerking aan competitieconsul 225
III-01, lid 1 Ploegen toevoegen/inschrijven na de sluitingsdatum 200
III-01, lid 5 Niet beschikken over gecertificeerde VCL 450
III-02, lid 3 Terugtrekken ploeg vóór publicatie van de indeling 115
III-02, lid 3 Terugtrekken ploeg ná publicatie van de indeling 225
III-06, lid 1 Onreglementair uitstellen van een competitiewedstrijd 115
III-8, lid 2 Te laat opkomen 115
III-10, lid 1b Onvoltalligheid 115
III-10, lid 3 Niet opkomen 225
III-17 Onvolledig/niet tijdig insturen wedstrijdformulier 15
III-18, lid 2 Wangedrag spelers, coaches en/of begeleiders 225
IV-01, lid a en b Niet speelgerechtigd 115
IV-02 Overtreding overschrijvingsbepalingen 45
IV-04 Spelen voor meer verenigingen (zonder dispensatie) 225
IV-07 Twee keer of vaker spelen in een hogere ploeg 115
IV-08 Zonder dispensatie spelen van meer wedstrijden in één week 115
IV-09 Niet speelgerechtigd bij een inhaalwedstrijd 115
IV-10 Niet speelgerechtigd bij een wedstrijd om het landskampioenschap 225
IV-11 Niet speelgerechtigd bij een beslissingswedstrijd 115
IV-12 Niet speelgerechtigd als junior 115
V-02 Onjuiste sterktevolgorde ploegen 115
V-03 Niet voldoen aan opstelling volgens sterkte binnen een ploeg 115
VI-02 Niet speelgerechtigd voor een wedstrijd om het landskampioenschap voor regio-

/districtcompetitie

115

LIJST VAN TREFWOORDEN

Aanvoerder I-02; II-08; hoofdstuk III, met name artikel III-07; IV-06; V-03;VII-01;

hoofdstuk VIII; Bijlagen B, E, G en H aanwezigheid ploeg II-17; III-08; III-14; Bijlage G accommodatie III-03; III-12; VIII-02; Bijlage F afspelen van partijen III-09; III-14; Bijlage H

algemeen reglement (AR) I-01; I-02 arbitrage(functionaris) I-02; II-03; II-08; III-05; III-18;

Bijlagen B t/m E, G en I

Ballen II-03; III-04 en Bijlage G

banen, aantal II-03; II-06; Bijlagen G en H

banen, eisen III-03; III-12; Bijlagen F en G begintijd, algemeen II-03; II-06; III-08; III-11; Bijlage H begintijd, variabele III-08; Bijlage H

beroepsprocedure hoofdstuk IX

beroep, commissie van I-02; II-08; IX-04; Bijlage C beslissingswedstrijd II-06; II-13; IV-11

boete hoofdstukken VIII en IX; Bijlage J

bondsbestuur I-02; I-04; II-02; XI-02; Bijlage C

bondskaarthouder I-02; VI-01

bondsorgaan I-02; I-03; X-02 bondsscheidsrechter zie: scheidsrechter

buitenlander I-02 (niet-Nederlandse tennisser); IV-03

Coachen III-19; Bijlagen E en G commissie van beroep zie: beroep

competitie en toernooien zie: gelijktijdigheid competitie en toernooien competitiecombinatie I-02; II-04; VI-01

competitieconsul I-02; II-17

competitiegedelegeerde I-02; II-08; III-05; III-18; Bijlagen B, C, D, G en

en I

competitieleider I-01; I-02; II-02

– CL (algemeen) I-01; I-02; II-02; II-06; II-13; II-16;

    1. 7; III-02; III-08; III-09;
    2. 0; III-12; III-18; VII-01; VII-02; VIII-01; IX-01; IX-02; IX-03; X-01; Bijlage D
      • LCL (landelijk) I-01; I-02; II-02; IV-03
      • RCL/DCL(regio/district) I-01; I-02
      • VCL (vereniging) zie: verenigingscompetieleider

      competitieprogramma I-02; II-06; III-01; III-06; III-14; IV-09; VII-02 competitiesoort I-02; II-03; II-04; II-14; V-02; V-04; VI-01

      competitieweek I-02; IV-08

      correct gedrag III-18; Bijlage B, C en G; zie ook: wangedrag commissie wedstrijdtennis

      (CW) I-01

      Degradatie II-03; II-06; II-13; II-15

      dispensatie(s) II-03; IV-04; IV-07; IV-08; IX-01; X-01

      domicilie zie: tennisdomicilie

      dubbelcompetitie V-02

      Geldige ledenpas zie: ledenpas gelijktijdigheid competitie en

      toernooien IV-12

      Hogere ploeg I-02; IV-07; IV-10; V-02; VI-02

      hogere klasse I-02; II-04

      hoofdscheidsrechter zie: scheidsrechter

      Inhaalwedstrijd I-02 ; II-03; II-06; IV-09 inschrijving competitie II-03; III-01; III-03 inspelen II-07; Bijlage D; Bijlage I internationale ranglijstpositie IV-03

      invallen zie: speelgerechtigdheid

      Junior I-02

      Kampioen van Nederland II-14 klassenvolgorde I-02; II-03

      kleding III-20; Bijlagen B, D en I

      kledingreclame zie: reclame

      kunstlicht III-03; III-12

      Lagere ploeg I-02; V-02; V-04 landelijke commissie

      wedstrijdtennis (LCW) I-01; I-02; III-03; III-04; III-16; III-20; IV-02;

    3. 0; VI-01;

landelijke werkgroep

arbitrage (LWA) I-01; I-02 landskampioenschap II-03; II-06; IV-10; VI-02 ledenpas I-02; II-17; III-14; IV-01; V-01

lidmaatschap I-02; IV-01; IV-02

Maximaal aantal partijen

per speler II-03

Niet-correct gedrag zie: correct gedrag niet-Nederlandse tennisser IV-03

niet-ontvankelijkheid III-04; III-14; VII-01; VII-02; IX-01; IX-02;

IX-04

niet opkomen II-06 ; III-10

Onderzoek II-08; III-18; hoofdstuk VII; Bijlage F

onvoltallig(heid) III-10; III-14; III-16

opstelling zie: ploegopstelling

overschrijving IV-02

Ploegopstelling I-02; II-17; III-13 t/m 16; V-03; V-04 zie ook: uitwisseling ploegopstelling

promotie II-03; II-04; II-06; II-13; II-15

promotieverzoek II-04

protest II-08; III-04; III-12; III-14; VII-02; Bijlage G

publicatie(s) I-03; X-02; Bijlage G

Reclame III-20; Bijlage D en G

regen zie: weersomstandigheden regio-/districtscompetitie I-02; hoofdstuk VI rolstoeltennis IV-05

Scheidsrechter I-02; II-08; III-05; III-18;

Bijlagen A t/m E en G en I

hoofd- I-02; II-08; III-18 Bijlagen B en E

bonds- I-02; II-08;

schoeisel Bijlagen B en D

senior I-02; II-05; III-09

speelgerechtigdheid III-02; III-14; IV-09 t/m 12; VI-02 speelsterkte I-02; III-13; III-14; IV-03; V-01 t/m 03; VII-01;

Bijlage G

spelregels I-02; II-07; IV-05; zie ook: tennisspelregels

spelsoorten I-02; II-03; III-10 SPS (strafpuntensysteem) III-18; Bijlagen C en I sterktevolgorde I-02; V-02; V-03

straf(fen) II-16; III-01; III-02; III-10; III-12; III-18; IV-03;

VIII-01 VIII-02; IX-01; IX-03; Bijlagen C en I

strafbepalingen hoofdstuk VIII

strafcommissie I-02; VIII-03; Bijlage C

Tennisdomicilie I-02

Tennisspelregels I-02; II-03; II-07; III-03; III-19; III-20; Bijlagen

C, F en G

Terrein II-13; III-08; III-09; III-12; III-18

toernooien en competitie zie: gelijktijdigheid competitie en toernooien tuchtreglement I-02; VIII-03; Bijlage C

Uitwisseling ploegopstelling III-14; zie ook: ploegopstelling

Verenigingscompetitieleider I-02; I-04; III-01; III-07; III-08; III-18; (VCL) IV-04; IV-05; VII-01; VII-02; VIII-02; IX-01;

Bijlagen D, G en H

veteraan I-02

volgorde,

  • van partijen III-13; Bijlage H
  • van de eindstand II-13
  • van competitieklassen I-02; II-03
  • van speelsterkte III-10; V-01; V-03; VII-01
  • van ploegen V-02

Wangedrag III-18; Bijlagen B, C en G; zie ook: correct gedrag

wedstrijdbulletin I-02; I-03; II-01; II-03; III-03; III-07;

III-08; III-09; X-02 Bijlagen B

en G

wedstrijdformulier I-02; II-06; II-17; III-08; III-09; III-14;

III-16; IV-06; Bijlage G

weersomstandigheden II-06; II-07; III-09; III-11; III-16; Bijlage E en

G

wedstrijdschema II-05

werkgroep arbitrage (WA) zie: landelijke werkgroep arbitrage (LWA)